Later hoorde ik, dat je kort hebt gewoond
op Kattenburg, waar ik opgroeide, speelde
toen was je nog niet zo waanzinnig, omzoomd
door armoede, absint. Theo, die deelde
zoveel met jou, zodat je kon doorwerken
geen roem, afgetobt, bittere eenzaamheid
het lot van genialiteit. Beperken
van je ziekte - je had niet zo heel veel tijd -
lukte slecht, maar je schilderde bezeten
Je was te ver vooruit, dus onbegrepen
Van je sterstatus kon je nog niks weten
Er was niemand, die zich met je kon meten
Schaars de liefhebbers, die met je werk dwepen
Wanhopig, en je oor opengereten







