Waar het geluid vandaan kwam, bleef onduidelijk. Langzaam, veel te langzaam werd Jos wakker en besefte tegelijkertijd dat hij niet wakker wenste te worden. Niet op deze manier. Traag opende hij zijn ogen. Het schemerige, indirecte licht was voldoende om een felle pijnscheut van wenkbrauw naar wenkbrauw te jagen. Zijn blik lodderde even rond eer hij zijn ogen sloot. Toen hij zijn hoofd keerde, had hij het gevoel dat zijn hersenpan gevuld was met versplinterd glas dat rumoerig meedraaide op de beweging. Stilliggen en diep doorademen. Zelfs dat laatste bracht een scherpe reactie in zijn schedel teweeg. Hij aanvaardde het geluid, zonder te weten wat het was, of waar het vandaan kwam. Hij ontspande en sliep snurkend verder, mond wagenwijd open.
Uren later probeerde hij het opnieuw. Nog steeds hoorde hij het geluid. Hij keek op, ondanks dat die beweging meteen met pijnscheuten werd afgestraft. Hij draaide zijn hoofd en keek in een blote kont, in een achterwerk met twee massale billen. Hij richtte zich op en overzag zijn situatie. Naast hem in een groot tweepersoonsbed lag een dikke naakte vrouw in onnatuurlijke X-vorm, armen en benen gestrekt en met het achterwerk als basispunt van de X. De kamer was in lichtroze en lichtbruine tinten gehouden. Er kierde wat licht langs een opgeschoven gordijn. Hij had met zijn neus pal naast het achterwerk van de vrouw gelegen. Het geluid was niet van haar adem afkomstig. Hij rook het na-effect. Het was een verschrikkelijke lucht van verrotting en hij voelde zijn maag omhoogkomen. Hij braakte over nachtkastje en lampje en over damesschoenen die aan zijn kant van het bed stonden. Toen hij zijn ingewanden grondig had geleegd, stond hij op en strompelde weg van het bed met een huiver dieper dan alleen de kou van zijn naaktheid. Zijn kleren en schoenen lagen bij het voeteneinde. Hij kleedde zich aan. De enige deur in de kamer kwam uit op een gang, waar diverse figuren lagen te slapen, sommigen op de grond en een man in een stoel. Zijn aderen klopten in zijn hoofd en een nieuwe golf van misselijkheid diende zich aan. De figuur die hij onder braaksel bedolf, richtte zich even op, kreeg blijkbaar niet door dat broek en schoenen onder vers braaksel zaten en zakte weg in diepe slaap. Jos keerde terug naar de kamer, in de smerige verbruikte lucht en probeerde een raam open te maken. Tijdens het wrikken aan de raamknop viel hem op hoe warm het in de kamer was. De radiator gloeide. Het raam zwaaide open en hij keek in een nacht waar de sneeuw vrij spel had en zich alleen in de lichtcirkel van een straatlantaarn liet vangen. Hij schatte de afstand naar de begane grond. Minstens drie etages.
De buitenlucht was vloeibaar koud en beet. Hij haalde diep adem en voelde de kou scherp naar binnen gaan. Onwillekeurig trok hij zijn hoofd terug, voor hij opnieuw uit het raam boog, links en rechts kijkend. Veel helderheid verschafte dat niet. Nergens zag hij een aanknopingspunt, dat aangaf waar hij verbleef of bij wie. Achter zich hoorde hij de adem van de vrouw veranderen, terwijl haar lichaam draaide en zich uitstrekte. Hij keek naar een forse vrouw waarvan alles groot was. Ze lag schaamteloos met haar benen wijd, het linkerbeen opgetrokken. Ze snurkte verder. Haar kleren lagen aan haar kant van het bed, samen met een grote linnen handtas. Naast haar hoofdkussen lag een felrode vibrator, bekleed met een morsig ogende condoom.
Hij rilde. Het raam stond wagenwijd open. Hij liep langs het bed en opende een tweede raam. De lucht in de kamer was na een nieuwe reeks winden van de vrouw niet meer te harden. Ook het uitzicht van het tweede raam maakte over de straat of over de plaats van het huis niet meer duidelijk. Geen hoek van de straat, geen straatnaambord, geen geparkeerde auto’s, alleen sneeuw die gestaag en massaal daalde. Hij liet de ramen tegen elkaar openstaan en ging opnieuw de gang op. Er was een deur. Alle muren en het plafond waren met hetzelfde behang beplakt, alsof het een Frans plattelandshotel betrof. Tegen een van de wanden leunde een zwaarlijvige man in een leunstoel. Hij sliep als een blok. Achter hem liep een diepe naad door het behang, naar een deurklink, die Jos in eerste instantie over het hoofd had gezien. Hij pakte de man met beide handen bij zijn rechterschouder en rukte het slappe lichaam van de stoel. De man schoof uit de stoel en draaide een slag op de grond eer hij daar bleef liggen. Hij sliep verder. Jos zette de stoel naast de slaper neer en rukte aan de deurklink. Op slot. Het was een degelijke deur met twee dunne en rechthoekige panelen. Op de gang lagen in totaal vier personen te slapen. Een der panelen intrappen zou teveel lawaai maken. Hij tastte zijn zakken af. Zijn portemonnee met identiteitskaart en bankpasjes was weg. In zijn rechterzak vond hij zijn zakmes. Hij ritste het vlijmscherpe lemmet een aantal keren op en neer over het dunste deel van het onderste paneel, tot het mes door het hout ging. Zo werkte hij ijverig de omtrek van het paneel af, tot dit nog maar aan twee punten vastzat in de deur. Voorzichtig maakte hij de bovenste verbinding los en wrikte het losse paneel naar zich toe, waarbij de laatste verbinding afbrak. Hij tastte in het duister naar de andere kant van het slot. Geen sleutel. Voorzichtig wrong hij zich door het splinterige gat en tastte de muren af op de plek waar hij een schakelaar vermoedde. Hij stak zijn zakaansteker aan. De slaapkamer waar hij stond oogde kleiner dan die van het weinig opwindende windende naakt. Er lagen twee menselijke figuren op de grond, een man en een vrouw. Hun naakte lichamen waren overdekt met donkerrode puntjes. Boven beider navel gaapte een cirkelvormige snede die langdurig en overvloedig had gebloed. Er lagen lege drankflessen naast het paar en twee keukenmessen, bebloed en bedekt met handafdrukken. Ook hier gloeide de radiator in een kleine ruimte en stonk het naar bedorven vlees. Het vlammetje van zijn aansteker ging trillen in zijn hand en doofde vervolgens langzaam uit. In het duister groeide paniek in hem en wrong hij zich gehaast terug naar de gang met de vier slapers.Zijn ogen speurden de wanden af, op zoek naar nog meer deuren, Niets wees er op dat er nog een deur zou zijn. Hij ging terug naar de slaapkamer. Beide openstaande ramen hadden de gore warme lucht verjaagd. Het was ijskoud en sneeuw had zich op de vensterbank neergevleid. De weelderige vrouw sliep door ondanks de koude, zonder laken of deken, zonder te rillen. Hij keek in haar handtas. Een groot polytechnisch woordenboek met harde kaft, een bijna even grote agenda, een manicureset, een klein bus hairspray, een kleine bus deodorant, een parfumverstuiver en een groot mes in een leren schede, een bowiemes met gekartelde rand. Hij liet het lemmet ervan langs zijn duim glijden, vlijmscherp. Het handvat was met linnentape beplakt om meer greep te krijgen. Hij wilde net aan de uitpuilende binnenvakjes van de tas beginnen, toen de vrouw kreunde en zich op haar zij draaide. Even leek het of ze haar ogen in halfslaap opende, toen sliep ze verder met een lichte kreun in haar ademhaling. Hij zette de tas naast het bed, sloot beide ramen en liet alleen de leeslamp aan zijn kant van het bed aan. De agenda was van Mina Sandland, haar adres, geboortedatum en beroep stonden keurig op de eerste pagina van de agenda.Of het allemaal klopte was een ander verhaal. Er lagen zaken al te nadrukkelijk voor de hand, terwijl andere zaken uiterst vaag bleven. Het was een jaaragenda 2011 met voor elke dag een hele pagina. Tot en met 30 juni stond elke dag volgeschreven met een pietepeuterig handschrift. Kennelijk belangrijke afspraken waren rood omcirkeld. De agenda werd gebruikt als een soort dagboek, gelardeerd met zakelijke afspraken, afspraken met familie, vrienden, kennissen. Op hun beurt stond er bij de afspraken commentaar in een korte zakelijke stijl. Daaruit bleek dat Mina verschillende mensen niet hoog had zitten.
Opnieuw naar de gang, opnieuw door het gat in de deur naar de kamer met de twee lijken, De aansteker van Mina Sandland verspreidde een helder licht, het bowiemes lag vast in zijn rechterhand. Hij vond een lichtknop en romig licht, gedempt door een melkglazen plafonnière onthulde nog een deur. Ook op slot, maar met een slot dat tegen het wrikken met een stalen bowiemes niet bestand bleek. Hij stond een overloop. Overal lagen figuren te slapen, overal lagen lege flessen. Ook hier sloeg de stank en de hitte hem tegemoet. Voorzichtig schuifelde hij de trap af langs snurkende figuren, vaak halfnaakt, sommigen met wit poeder aan hun neusgaten. Het was er hard aan toegegaan. Toen vlak bij de voordeur zag hij Elise zitten. Van haar altijd zo correcte kapsel was weinig over. Ze hing achterover in een met leer beklede leunstoel, naakt. Tussen haar benen lag Rolf. Het doorsnijden van hun keel was snel achter elkaar gebeurd, hun stuiptrekkingen hadden de leunstoel met bloederige vegen bedekt. Zijn schedel was nog steeds gevuld met gebroken glas. Elke beweging leverde hem felle scheuten op. Toch besefte hij wat er gebeurd was, wat er gebeurd moest zijn. Hij liep verdwaasd rond en probeerde deuren tot hij de keuken vond. In het schoonmaakhok vond hij wat hij nodig had. De rest lag in de voorraadkast. Stoelen, een tafelkleed, olijfolie, benzine, aceton, spiritus; een lucifer was voldoende om het trappenhuis in lichterlaaie te zetten. Hij had ramen tegen elkaar open gezet en zag hoe de vlammen omhoog kronkelden. Terwijl hij van het huis wegliep, verdween zijn spoor achter hem in de vallende sneeuw, steeds verder van de oplichtende cirkel in de sneeuwnacht.
zie ook www.cpvincentius.nl voor andere BLOTTOMOTTO's -voorYOUTUBEFAVORIETEN en w.v.t.t.k.






