Verloren:
Weifelend in de eenzaamheid
verdwaald in de kilte van het oneindige
kwelling als enige metgezel.
Tasttend baant ze zich een weg
haar angstvallige ogen in de donkere leegte gericht
beroofd van haar zintuigen.
Onzeker van iedere stap
bang voor de meedogenloze afgrond
blijft ze vooruit schuifelen.
Een kille bries alarmeert de haartjes
over haar gespannen lichaam
onbehagen maakt zich van haar meester.
Een aanwezigheid maakt zich bekend
bonkend hart en knikkende knieƫn beantwoorden
het wereldvreemde gevoel.
Gespleten ogen weerstaan plotse lichtstralen
een warme gloed gaat de strijd aan
met de ijzige koude.
Zintuigen vinden hun weg terug naar het
gebroken en beschadigde lichaam
hoop verdrijft kwelling.




