Wachtwoord vergeten Registreren
Zoeken
uitgebreid zoeken

Reageren

Reageren en commentaar geven op dit literair werk? Favoriet maken of alle commentaren, reacties en wijzigingen automatisch volgen?

Log dan in.
Zien welk commentaar al gegeven is? Klik dan op 'Toon commentaarvlaggen'

Toon commentaarvlaggen

Trein

Kort verhaal
profielfoto
23 november 2011
7 reacties
395 keer gelezen
0
Toelichting van de auteur bij deze versie:
Een strakkere versie. Bedankt voor de commentaren.

Copyrightkeuze:
Volledig copyright

Werk is leesbaar voor:
iedereen

Hij viel. Waarom zag hij nu pas de structuur? Zo, in detail. Een mooi regelmatig patroon. Stenen strak tegen elkaar aan gelegd. Waar waren die stenen gebakken? Hoe lang hadden ze over het patroon nagedacht? Wie had die stenen gelegd? Hadden de stratenmakers er eer van gehad? Waarom werd hij nu wakker? Vlak voor deze bevrijding.

In het stucwerk van het plafond zat een barst. Als hij die met zijn ogen volgde, kwam hij uit bij een lamp. Een bol bevestigd in het plafond. De lamp verspreidde een zwak licht. Hoeveel Watt zou de lamp zijn, dacht hij. Hoeveel Watt? Zou het een spaarlamp zijn? Wie zou daarover gaan? Zouden ze er eigenlijk over nagedacht hebben? Hij moest het straks vragen aan het meisje dat elke ochtend achter de balie zat. Of zou hij het aan de manager moeten vragen? Had hij de man eigenlijk ooit gezien? Was het de man, die hij wel eens in pak in het kantoor achter de balie zag zitten? Zijn zwarte haren strak achterover gekamd.

Hij draaide zich op zijn zij en keek naar de muur. Het stucwerk was professioneel aangebracht. Regelmatig, strak, met een iets grove structuur. Hoeveel vierkante meter besloeg het oppervlak van de muur? Twintig? Meer? Minder? Een ochtend werk voor een geoefende kracht? Maar wat als het een leerling was? Duurde het dan langer? Waarschijnlijk wel. Nee, niet waarschijnlijk, natuurlijk wel. Goed gedaan, maar langzaam. Hij moest er een aantekening van maken en dit opzoeken op internet. Zijn oom, dacht hij, die was ooit aannemer geweest. Zou die het weten? Ook al was hij al weer een tijd uit de business. Maar toch, het was een idee. Iets om mee aan de slag te gaan.

Als hij nu zou opstaan, zou dat tot iets leiden? Misschien moest hij eerst op zijn andere zij gaan liggen. Of een bezwering uitspreken. Iets doen dat een effect zou kunnen hebben. Dat zou verhinderen dat er iets zou gebeuren. Daar ver weg. Als het negatief van de vleugelslag van de vlinder, die een orkaan op een andere plek veroorzaakt. Toen hij dit had gelezen in een tijdschrift was alles op zijn plek gevallen. Zijn handelingen, zijn vleugelslagen, waren de oorzaak van ellende op andere plekken.

Zijn andere zij dus. Hij keek naar het bureau, dat tegen de muur tegenover het bed stond. Het bureau was van hout. Hoe lang zou je erover doen het in elkaar te zetten? Was er een gebruiksaanwijzing of zou iemand het uit zijn hoofd doen? Die iemand, een huismeester, een loopjongen misschien, had het hele hotel moeten voorzien van bureaus. Had die alleen bij de eerste drie bureaus een gebruiksaanwijzing gebruikt? Of zou een machine het eigenlijke werk doen? In een ver land. China? Op het platteland, in een oude versleten fabriek, waar mannen of vrouwen, misschien kinderen, een apparaat bedienden, dat het bureau aan het eind van een lopende band kant en klaar afleverde.

Hij zag zijn mobieltje, zijn sigaretten, zijn laptop, zijn kleren die op en voor het bureau lagen. Naast het bureau stond een kast, waarin zijn andere kleren op planken lagen of aan hangers hingen. Wanneer zou hij zijn koffer eruit halen, die op de bodem van de kast lag? Wanneer zou hij zijn kleren erin doen en met de gevulde koffer naar het station gaan? Hij keek op de klok, die boven het bureau hing. In ieder geval nog een paar uur te gaan, voordat hij hoefde op te staan. En zeker acht uur voordat de trein hem naar huis zou brengen. Moest hij alvast op internet kijken of er iets was gebeurd, daar? Of zou dat het juist veroorzaken? Juist het feit dat hij zou kijken?

Wat moest hij doen in de tussentijd? Moest hij uitchecken, zijn koffer achterlaten en dan wat rondlopen? Een kerk bezoeken? Daar een kaars opsteken? Of voor het altaar knielen en bidden? Smeken voor een goede afloop? Zodat iedereen bleef leven. Of zou hij te biecht gaan? Zijn verschrikkelijke geheim vertellen? Hij was nooit gepakt. Niemand had hem in het openbaar verdacht. Hij was nergens in de media genoemd. Geen foto’s waren op tv getoond. Maar toch, mensen hadden hem aangekeken, als hij op straat liep, op zijn fiets voorbijkwam, of wanneer hij in de trein zat.

Een serveerster had hem eens indringend aangekeken. Had zij iets geweten? Iets vermoed? Het zweet was hem uitgebroken en snel had hij het restaurant verlaten, voordat de politie zou komen, die ze ongetwijfeld had gebeld. Om zoveel mogelijk afstand te creëren tussen het restaurant en zichzelf, en ook om verwarring te zaaien, had hij urenlang kriskras door de stad gelopen. Ze mochten hem niet volgen, niet vinden. Was die en die man hier net geweest? Mensen zouden een richting aangeven, maar niet de richting die hij daarna had volgehouden, want hij was allang een andere kant uitgegaan. Hij was uiteindelijk in een buurt terechtgekomen, die hij niet kende. Hij had aan een meisje, dat zittend op de stoeprand een ijsje voerde aan haar pop, gevraagd waar hij was en hoe hij thuis kon komen. Dat meisje zou een onbetrouwbare getuige zijn. Immers, wie gelooft een kind?

Zou een priester tijd hebben? Geduld hebben om naar hem te luisteren? In de kerk om de hoek had hij een biechtstoel gezien. Maakte het uit dat hij niet katholiek was? Zou de priester hem dat vragen? Was er een register waar de dagelijkse biechtsessies werden opgeschreven? Vandaag: tweemaal biecht, eenmaal niet-katholiek. Voor de statistiek. Zoals overal in samenleving. Om getallen te hebben. Meetbare indicatoren die het bestaan van de biecht zouden rechtvaardigen. Dit jaar te weinig biechten, priester, u moet zich meer profileren in dit domein. Anders gaat dat gevolgen hebben.

Zouden ze hem daardoor toch kunnen opsporen? Zou de priester het nooit aan anderen vertellen, hoe gruwelijk de waarheid ook was? Was het biechtgeheim absoluut? Misschien moest hij zoeken naar een oudere priester. Iemand met levenservaring. Iemand, die verhalen had gehoord, die een mens deden rillen. Overspel, hoererij, kindermishandeling. Moord. Dood door schuld. Met een mes wrikkend tussen ribben. Met een auto inrijdend op een menigte. Dwars erdoorheen. Lichamen op motorkap. Of mensen laten inslapend zonder sporen. Met het gif van je eigen adem, traag werkend gif, toegediend bij een eerder bezoek. Moest hij hem echt alles vertellen? Was zijn ziel te redden? Was de priester bereid hem te vergeven? Of kon hij dat niet en kon hij alleen voor hem bidden? Was de koers nog te verleggen?

Zou hij blijven liggen? Opstaan was niet nodig, maar toch, hij had honger. De ontbijtzaal zou straks gesloten zijn. Bovendien, hij moest de feiten onder ogen zien. De last, die hij torste, moest hij kwijt. Hij ging op de rand van zijn bed zitten. Iemand moest het weten. Hij moest zijn geweten ontlasten. Hij keek naar zijn tenen. Zijn nagels moesten worden geknipt. Maar hoe hadden ze dat gedaan, voordat de schaar bestond? Nagels groeiden toch ook al voor die uitvinding. Afkluiven? Tenen in je mond. Net als nagels bijten? Maar wat als je ouder werd en minder lenig? Deed dan iemand anders dat voor je? Of sleten ze gewoon af als je op blote voeten liep?

Hij stond op, liep naar het bureau en pakte uit het pakje dat daar lag een sigaret. Eentje maar. Om rustig te worden. Hij stak hem aan. Diep inademen. Dat duizelige gevoel. Even weg van deze wereld. Ook al zou kanker op de loer kunnen liggen. Maar hoeveel moest je dan roken? Wat als je bijna niet rookte, zoals hij. Ging je dan niet eerder gewoon dood aan de vieze lucht in de stad? Of door iets dat zich al in je longen had genesteld als klein kind? In de wieg. Waar je niets aan kon doen. Maar evenzogoed toch dood aan ging. Hoezeer je ook in je leven had opgelet.

Hij liep naar het raam en schoof de gordijnen weg. De straat beneden hem was nat, de lucht boven hem grijs. Op het trottoir liepen mensen met paraplu’s opgestoken stevig door. Hetzelfde weer als de vorige twee keren. Een slecht teken. Moest hij wachten, totdat het weer zou veranderen? Maar had hij niet juist al wat dingen anders gedaan dit keer? Daar waar hij de vorige keer linksaf was gegaan, was hij nu rechtsaf geslagen. Op sommige plekken was hij zelfs achteruit gelopen.

Hij liep naar de kast, trok de deur open en voelde in de binnenzak van zijn jasje. De krantenknipsels zaten er nog in. Hij vouwde ze open en streek ze glad op het bureau. Het stond er: de aanslag tijdens koninginnendag en de dood van de laatste van de grote vier schrijvers. De data logen niet. Op dezelfde dag dat hij per trein uit deze stad kwam. Toen hij de Nederlandse grens was gepasseerd, zag hij hoe de vlaggen halfstok hingen. Uitzendingen werden onderbroken voor extra nieuwsbulletins. Kranten stonden vol. Er was geen ontkomen aan geweest.

Maar als hij thuis was gebleven? Dan, dan zou hij voor altijd gebrandmerkt zijn. Het was immers dan twee uit twee. Hij was juist deze keer hierheen gereisd om het vorige ongedaan te kunnen maken. Het onheil was weliswaar geschied, maar om het zeker te weten. Misschien was er verlossing? Wat als er niets gebeurde? Was twee uit drie niet een bewijs dat hij er niets mee van doen had? Kon hij dat dan vertellen op tv, in de krant of op de radio? Zou iemand hem geloven? Of zouden er statistici zijn, die hem toch zouden aanwijzen als veroorzaker? In de rechtbank. Zelfs bij twee uit drie was hij schuldig. Die ene keer dat er niets gebeurde was toeval geweest, de andere keren niet. Of er was iets gebeurd, dat niemand er nog mee in verband had gebracht. Maar wat wel was gebeurd. Het zou niet lang meer duren, voordat dat onthuld zou worden.

Hij had een fout gemaakt door hier te komen. Het pleit was beslecht. Hij liep naar het raam.

Reacties

01-02-2012 10:47
Beste David en Ingrid,

bedankt voor jullie reacties. Hierbij een aantal opmerkingen.

De man in het verhaal Trein heeft een constante drang om vragen te stellen, te associeren, verbanden te zoeken en te leggen. Niets bestaat zonder een vraag, die een vraag genereert. De man is twee keer eerder in de stad geweest waar hij zich nu bevindt. Plaats van handeling is een hotelkamer. Die twee keer gebeurde er bij terugkomst in Nederland iets bijzonders (aanslag Apeldoorn/dood Mulisch). De man, in zijn associatiedwang, vermoedt en genereert een verband tussen zijn terugkomst alsmede zijn verblijf in de stad en deze twee gebeurtenissen. Hij zegt ergens: het is slag van de vleugel van de vlinder hier, die de orkaan elders veroorzaakt. Hij is de echte dader, de schuldige. Hij is naar de stad teruggegaan om vast te stellen of dit zo is. Misschien kan hij de zaak terugdraaien, is er toch geen verband. Dat zijn de vragen die hij zich aan het eind stelt. Hij komt erachter dat er geen ontsnappen is aan zijn eigen associaties. Aan het begin van het verhaal droomt hij dat hij uit het raam springt. Het is aan de lezer om zich af te vragen of hij aan het eind van het verhaal droom omzet in daad.

Ik denk nog na over veranderingen in het verhaal Wave. Het enige dat ik niet zal doen is het geven van namen aan de personen. Het is niet nodig voor dit verhaal. Het is een tableau vivant, een luikje dat even opengaat en zicht geeft op een strandtafereel.

groet

R. DuBois
30-01-2012 18:06
Eigenlijk had ik precies hetzelfde als Ingrid, dat ik niet durfde te reageren. Op mij komt het ook te vaag over. Een bepaald gehalte aan schimmigheid is denk ik altijd goed, maar bij teveel ga je je als lezer toch wel irriteren. Het zou denk ik al een stuk prettiger lezen als het verhaal ruimtelijk duidelijk wordt voor de lezer. Je kan je nu (het grootste deel van het verhaal) niet voorstellen waar de hoofdfiguur zich bevindt en eigenlijk werd voor mij nergens duidelijk wat hij precies aan het doen is. Ik zou de onduidelijkheid proberen te beperken tot een of twee dingen. Dat maakt het voor de lezer een stuk beter (en juist spannender) te lezen.

Succes met verbeteren!

David

30-01-2012 17:18
Er valt een man, waarom weet ik niet. Hij stelt zich een waslijst van vragen. Ik lees over een meisje dat elke ochtend achter de balie zit en over een manager, maar waar onze ‘gevallen’ man zich bevindt weet ik niet. Zijn laatste vraag is waarom hij nu wakker wordt. Sliep hij dan na zijn val en ligt hij nu op de grond? Over welke bevrijding het gaat weet ik ook niet.
………………..
De waslijst van vragen wordt langdradig. Ik heb nog altijd een man voor me die gevallen is en ergens ligt. Ik krijg de indruk dat de schrijver mysterieus wil doen en spanning wil opbouwen door er een potje van te maken en informatie achter te houden; het spijt me, maar dat is te goedkoop, not my cup of tea. Ik ben gestopt met lezen.

Ik heb het verhaal Wave wel helemaal uitgelezen en kan het alleen maar eens zijn met wat wvdb schrijft. Ik heb even overwogen om me dan maar te onthouden van commentaar omdat de auteur van sommigen veel lof krijgt toegezwaaid, maar is dat niet flauw? Je moet het toch soms oneens kunnen zijn met wat de meerderheid denkt of vindt. Dat je dan zelf extra klappen krijgt moet ik er maar bij nemen. Maar ach, de populairste wil ik niet zijn, en dat ben ik met mijn grote mond nooit en nergens geweest.

Mijn volgende commentaar ga ik geven over een verhaal dat ik wel lust, anders krijg ik nog de naam dat ik niets goed vind. En nu maar zoeken.

11-12-2011 21:56
Souza, bedankt voor je positieve commentaar. Ik ben nog niet toegekomen aan het fijne snoeiwerk, ook naar aanleiding van het commentaar van Helen. De kerstvakantie is daar een mooie gelegenheid voor.
10-12-2011 16:41
Spannend en mysterieus. Wat Helen zegt, sterke spanningsopbouw :)

De vele vragen die de hij-figuur zichzelf stelt storen mij alleen af en toe. Het remt een beetje het 'verhalende' van je verhaal. Misschien kun je gewoon een paar vragen weglaten?

Succes!
28-11-2011 21:24
Beste Helen,

bedankt voor je positieve commentaar.

Ik ga aan de slag met je opmerkingen. Ik heb geprobeerd het aantal vraagtekens te beperken. Waar ik het gevoel had, dat ze weggelaten konden worden, heb ik dat daarom ook gedaan. Maar ik ga er opnieuw naar kijken.
28-11-2011 17:35
Zeer intrigerend verhaal dit, sterke spanningsopbouw en goed geschreven!

Hier en daar stuit ik wel op te veel bijzinnen achter elkaar, zoals: ‘Hij keek op de klok, die boven het bureau hing. In ieder geval nog een paar uur te gaan, voordat hij hoefde op te staan.’ Dat geeft een wat onprettige cadans en ik denk dat je enkele bijzinnen eenvoudig kunt schrappen zonder dat er echt informatie verloren gaat. Ik heb het op enkele plekken met commentaarvlaggetjes aangegeven en verder nog wat kleine correcties voorgesteld.

Een ander aandachtspunt is dat er veel vragende zinnen in het verhaal voorkomen, die soms wel en soms niet afsluiten met een vraagteken. Het is voor mij niet duidelijk wat het verschil is. Waarom dan niet alle vraagzinnen voorzien van een vraagteken, of allemaal niet?
Deze site wordt mede mogelijk gemaakt door
Volg ons via