Aan het begin van de zomer in 1962, na een jaar kleinseminarie, bleek mijn priesterroeping danig verschrompeld. Het seminarie van de Sociëteit Voor Afrikaanse Missiën bleek toch iets waar ik me niet thuisvoelde. Mijn schoolprestaties waren erbarmelijk, ik bleef zitten en ik gaf er de brui aan. Voor mijn ouders was het een grotere teleurstelling dan voor mezelf. Zij hadden het nodige opzij moeten zetten om de studie mogelijk te maken.
Ik zat achter op de open laadbak van een vrachtwagen van de HEEMAF uit Amersfoort naast de hutkoffer met mijn spullen. Het seminarie in Cadier en Keer liet ik definitief achter mij. In Hoensbroek werd nog een spijtoptant ingeladen. Ook Mariëtte vertrok uit een internaat en was op weg naar haar ouderlijk huis in Amersfoort. Ik was veertien jaar, Mariëtte zestien. Ik had absoluut geen ervaring met meisjes. Mariëtte, zo bleek uit haar openhartige verhalen, was wegens ongepast en ongeoorloofd gedrag met jongens door de nonnen uit het internaat verwijderd. Thuis waren er problemen geweest en het plaatsen in een internaat had blijkbaar niet geholpen. Het klikte tussen ons. Ik luisterde en Mariëtte kletste me de oren van de kop. Intussen schoven we naar elkaar toe. Het klikte nog meer toen het tijdens onze rit begon te regenen en we van de chauffeur een dekzeil kregen om over onze hutkoffers en onszelf te plooien. Om het nog knusser te maken, reikte de man ons ook nog enkele paarsgrijze paardendekens aan. In de cabine zat een oude kennis van mijn vader, Leen Willems, een chauffeur die pruimde en met klompen aan achter het stuur zat. Jarenlang rijden in tientonners met slechte schokbrekers hadden bij hem nier –en blaasproblemen veroorzaakt. Om het uur zette Leen zijn Magirius-Deutz aan de kant om de druk op zijn blaas te verlichten. Van Roermond tot Amersfoort bleef het regenen, op de laadbak en in de berm. Intussen leerde Mariëtte mij wat zij van de jongens in Hoensbroek had geleerd. Ze toonde een schaamteloosheid en gretigheid die ik later bij weinig meisjes terug zou vinden. Leen Willems trok zich weinig aan van wat er zich onder het dekzeil afspeelde. Er stond een kist voor het achterraampje midden in de cabine en de Magirius Deutz hotste en bonkte, ook op asfaltwegen. Als Leen al zou horen, wat wij met elkaar uitspookten: hij toonde in elk geval geen interesse. Mariëtte had er duidelijk plezier in mij in het vrijen in te wijden. Ik wilde snel en veel leren. Ze leidde mijn handen en ik liet haar handen hun gang gaan. Uiteindelijk sukkelden we rozig en wel tegen elkaar in slaap. Toen we Hoevelaken naderden., bonsde Leen hard op het glas van het achterraampje. Snel fatsoeneerden we onze kleren. Mariëtte en haar spullen zouden het eerst worden afgeleverd. We namen onder het toeziende oog van haar ouders keurig afscheid met groet, handdruk en kort wuiven.Ik hobbelde verder richting Bosweg, richting ouderlijk huis, een gelukzalige ervaring rijker. Mariëtte heb ik nooit meer teruggezien.
zie ook www.cpvincentius.nl voor andere BLOTTOMOTTO's envoorYOUTUBEFAVORIETEN







