De blinde vertaalt zijn hinniken
en ander grinniken naar doventaal;
heel spastisch elastisch weven
zijn ledematen op geluidsgolven.
Waar de hengst komt, het hoofd
scheef en zijn pupillen naar rechts
sporadisch en reumatisch luistert
voor teugels hem tot draf en galop
ver voor invalide zaniken manen,
vertrapt hij rap andermans sporen.
Wie geluid van steen op hoef hoort,
‘t ijzer op klinkerweg ziet vonken,
licht ’t woord in schemerduister op.
zie ook www.cpvincentius.nl voor andere BLOTTOMOTTO's en voorYOUTUBEFAVORIETEN




