Mazen verfijnen richtlijnen tot netwerk,
dat plooit en uitwaaiert zonder boeten.
Een onderstroom vol kolken en schemer
dient een vlak en lichtvoetig oppervlak.
Een deun raakt schokkend van de wijs
en bedekt deels de rauwe, open energie,
die opveert in wild en woedend staal.
Herhaling grijpt naar het bijna ontkomen
omklemt de ziel die smacht naar reutel;
van kin tot kruis ligt de symfonie open,
toont onverdoofd haast en hartenklop
van de ware en wrede klank van leven.





