Wachtwoord vergeten Registreren
Zoeken
uitgebreid zoeken

Upload

Literair werk uploaden

Reageren

Gebruik onderstaande knoppen voor de redactiefuncties.

'Reageer' is voor algemene reactie op het werk.

Klik met de muis op een woord in de laatste versie van de tekst om commentaar over dat deel van de tekst toe te voegen.

Alle commentaarvlaggen kunnen getoond en verborgen worden.

Reageer
Toon commentaarvlaggen

OP ZOEK

Vieze liedjes
profielfoto
26 okt 2017
20 reacties
562 keer gelezen
4
Toelichting van de auteur bij deze versie:
Mocht iemand onverhoopt op de valreep nog zin en tijd hebben om deze versie te lezen en bekritiseren, dan graag!

Copyrightkeuze:
Volledig copyright

Werk is leesbaar voor:
iedereen

Ik blijf alleen achter bij de neergelaten kist. Het gat is diep en ik denk aan het grondwaterpeil. Zou mijn vader na een week regen door het water opgetild worden en tot aan de deksel omhoogkomen? 
“Dag pappa,” fluister ik en denk aan mijn moeder. Als zij nog leefde, zou ze teleurgesteld zijn in mij. Ze heeft me het goede voorbeeld gegeven, maar ik ben een kind van mijn vader, altijd geweest. Nu heb ik ook hem begraven.
Om alles af te handelen, heb ik een week vrij genomen. Ik denk veel aan hem, aan haar, maar het meest nog aan ons drieën samen. Sinds ik weet dat herinneringen niet te vertrouwen zijn, huist er een vage hoop in mij. Misschien vind ik een ander verhaal in het huis van mijn vader, dat ik trouwens zo snel mogelijk te koop moet zetten. Het is hypotheekvrij, maar toch, de andere vaste lasten lopen door.
Iemand zei: “Kun jij er niet gaan wonen? Heel wat beter dan die flat van je.”
Geen seconde overweeg ik het, mijn adem valt stil bij de gedachte alleen al.
Je zou denken dat ik er in de kelder werd opgesloten, dat ik mijn moeder er opgeknoopt aantrof, of dat ik er jarenlang door mijn vader ben bepoteld. Maar we hadden geen kelder, mijn moeder is door een auto geschept en mijn vader? Ik zou willen dat hij me eens bij hem op schoot had getrokken.
Ik sta op de stoep van wat eens mijn ouderlijk huis was. De sleutel heb ik al sinds mijn moeders overlijden in bezit, voor je kunt maar niet weten.
Ze is overgestoken op een zebrapad, het voetgangerslicht stond op rood. Die keer heb ik het mijn vader niet horen zeggen: eigen schuld, dikke bult. Hij had altijd wat op haar aan te merken.
Had ik maar een zus gehad, of een broer, iemand die aan haar kant had gestaan. Het was altijd twee tegen een geweest. Een tijd heb ik gedacht dat ze expres onder die auto was gelopen.
Mijn hand klemt zich om haar sleutelhanger, een grote, goudkleurige smiley. Mijn vader en ik zouden er niet dood mee gevonden willen worden.
Nooit eerder heb ik de sleutel gebruikt. Zo waren we niet. Ik respecteerde mijn vaders privacy en hij de mijne. Mooie woorden, denk ik, we wisten bijna niets van elkaar.
De sleutel draait met zoveel gemak om in het slot, dat ik vermoed dat pappa het op de valreep nog geolied heeft, voor mij. Daar wil ik niet aan denken.
Langs een rij gepoetste schoenen, maat vierenveertig, loop ik de gang in, opgetogen bijna. Toen mijn vader er nog was, wist ik dat ik hem niet zou vinden, wie weet, nu wel. Mijn druipende jas hang ik aan de kapstok. Er is niemand meer die het iets kan schelen dat de loper nat wordt.
Met kloppend hart open ik de deur van de woonkamer, mijn moeder kijkt me vanaf de schoorsteenmantel aan. Ik heb de neiging de foto plat te leggen, omdat ik het gevoel heb iets te gaan doen wat niet mag: neuzen in mijn vaders spullen. Raar, want mijn moeder deed graag dingen die mijn vader verbood.
“Gedraag je,” zei mijn vader dan.
Dat vond ik leuk. Het leek dan alsof mijn moeder mijn zusje was. En wat nog fijner was: zij was het stoute kind en ik was pappa’s meisje. Op mij was hij trots.
Mijn rapporten vond hij belangrijk. Omdat ik met de beste cijfers van de klas was overgegaan, mocht ik iets moois kopen voor het schoolfeest. Ik paste een minirokje met petticoat.
“Zal ik er ook een proberen?” vroeg mijn moeder, alsof ze zich iets aan zou trekken van mijn antwoord.
De winkeljuffrouw kwam terug bij mijn pashokje met een grotere maat: “Waar is je zus gebleven?” vroeg ze.
Mijn moeder zou die vergissing geweldig hebben gevonden, toch vertelde ik het haar niet. Zonder dat iemand het mij had hoeven zeggen, wist ik dat mijn vader het af zou keuren.
”Hou eens op met dat chagrijnige gedoe,” zei mijn moeder vaak.
“Ik ben niet chagrijnig,” antwoordde hij dan, “ik ben ontstemd.”
Ik wou dat ik haar bijgevallen was, maar ontstemd klonk als iets respectabels, iets deftigs,iets dat je zou willen zijn. Hij keek erbij, zoals ik hem op zijn werk had zien kijken, toen mijn moeder en ik hem daar bezochten. Ik achterop bij mijn moeder op de fiets. Vanuit de verte wees ze naar een groot gebouw: “Daar moeten we zijn.”
We gingen een draaideur door, mijn moeder gaf de portier een hand. De man kneep in mijn wang, dat vond ik niet fijn. Eerst gingen we naar de keuken. Die was veel groter dan die bij ons thuis en ik zag enorme pannen. Mijn moeder schudde weer handen.
“Dit is nou mijn kuikentje,” zei ze, terwijl ze mij blij naar voren schoof, “maar ik mis jullie en het werk wel, hoor.”
Een man tilde me op en liet me in een van de pannen zakken. Ik paste er rechtopstaand in. Hij wilde deksel erop doen, maar ik begon te gillen. Hij haalde me eruit en gaf me een groot stuk trilpudding. Daarna gingen we naar mijn vader. Ik moest heel stil zijn toen we over de gangen liepen en later, in het kantoor van mijn vader ook. Ik keek naar zijn grote bureau en hij liet me een prachtige pen zien.
“Een vulpen,” zei hij, “daar zet ik mijn handtekening mee.”
Enthousiast vertelde ik hem over ons bezoek aan de keuken.
“Je weet toch dat ik dat liever niet heb,” zei hij met zijn ontstemde gezicht tegen mijn moeder.
“Je kan de pot op,” zei mijn moeder. Ze lachte erbij.
Ik ben nog niet verder gekomen dan de drempel van de woonkamer. Ik sta tegenover mijn vaders platenkast en hoor Vivaldi. Toen ik een kleuter was, liet hij me daarnaar luisteren.
Mijn moeder zong voor mij. Er zat een musje op het dak en dat kon niet kakken/omdat er een veertje aan zijn poepertje was blijven plakken/Hij zei potdie, hij zei potda, hij zei potdomme/hoe is dat veertje an mijn poepertje gekomme?
Ik hoop dat ze tenminste geweten heeft dat ik dat leuk vond. Veel leuker dan Vivaldi.
“Waarom lacht mamma vaker dan jij?” vroeg ik mijn vader eens. Ik had toen nog niet in de gaten dat ze dat vooral deed als hij er niet was.
Dat kwam, zo had hij uitgelegd, omdat hij op school altijd zijn best had gedaan. “Jij wordt net zo knap als ik,” zei hij en legde zijn hand op mijn hoofd. Dat was zo fijn, ’s avonds in bed voelde ik de aanraking nog.
Naast mijn vaders collectie klassieke platen staat de secretaire waarin hij zijn paperassen bewaarde. Daar moet ik zijn. Mijn hand glijdt over het donkere hout. Ik realiseer me dat er DNA van hem op zit en dat dat zich nu mengt met dat van mij. Ik trek mijn hand snel terug. Dan adem ik diep in en doe de klep open. De vele lades en vakjes beloven geheimen.
Waarom mijn vader alle persoonlijke spullen van mijn moeder na het ongeluk ongezien wilde weggooien, is me nog steeds een raadsel. Uit fatsoen? Een dagboek van iemand anders hoor je immers ook niet te lezen. Of interesseerde het hem domweg onvoldoende? Ik hoop dat het was omdat hij van haar hield.
Is dat het, waarnaar ik op zoek ga in de secretaire? Wil ik mijn beeld van hun huwelijk bijstellen? Van hoe wij met z’n drieën waren? Mijn moeder die op een hete dag onbekommerd in haar bh de graskanten knipte en luidkeels vieze liedjes zong. Dat van het musje en meer. Grappige liedjes, met vieze woorden, het soort waar kinderen om lachen, maar waar mijn vader rood van werd. In navolging van hem riep ik dat ze moest stoppen.
Ik trek de bovenste lade van de secretaire open, misschien vind ik foto's waarop het anders was. Het rommelen in het laatje lijkt in de verte op het openen van de doos waarin ik vroeger de door mij uit de vuilnisbak geredde brieven, schoolrapporten en poesiealbums van mijn moeder bewaarde.
Op mijn tienerkamer verslond ik onmiddellijk de stapel brieven van mijn moeders zus, die naar Canada geëmigreerd was. Ze schreef over het leven daar, de koeien, de kou, de kinderen, maar in de beginzinnen antwoordde ze mijn moeder. In de oudste brief stond: Als hij niet wil dat je werkt, moet hij niet zeuren dat jij leuke dingen doet. Gelukkig laat jij je de wet niet voorschrijven! In een andere: “Waarom kom je niet een tijdje bij ons logeren? Dan kun je nadenken.
Nadenken waarover?
In een brief uit het jaar dat ik in de brugklas zat, las ik: Fijn om te horen dat er ook momenten van tederheid zijn. Misschien komt het toch nog goed. Maar je hebt gelijk, wat hij er ook van vindt, blijf gewoon jouw dingen doen.
Recentere brieven waren anders van toon: Nooit gedacht dat jij over je heen zou laten lopen. Kom op, zusje, laat je hoofd niet hangen. En: Jij geeft je liefde op een presenteerblaadje, dat zien kinderen niet. Straks, als ze ouder is, trekt ze vast meer naar jou toe. In de voorlaatste brief schrijft mijn tante: Natuurlijk houdt je dochter niet meer van hem dan van jou, doe niet zo gek.
Arme mamma. Ik dacht dat mijn moeder om mij door het rode licht was gelopen.
De resterende brief durfde ik toen niet meer te lezen. Had ik dat maar wel gedaan. Pas jaren later, toen ik op kamers zat en studeerde, had ik de moed. Tante Tini schreef: Ik snap dat je wilt wachten tot het kuiken haar atheneumdiploma heeft, dat duurt gelukkig niet heel lang meer. Maak je geen zorgen om Jan, die vindt het best. Ruimte genoeg voor jullie tweetjes op de boerderij. Ik verheug me op jullie komst, heerlijk om je voorgoed bij me te hebben!
Ik was zo verschrikkelijk blij, jubelend haast pakte ik mijn telefoon om mijn opluchting met mijn vader te delen, net op tijd bedacht ik me.
Heb ik daar goed aan gedaan? Ik kijk naar haar foto. Gek idee, ze is jonger gestorven dan ik nu ben.
Toe maar, kuiken, ga de wereld in, geniet maar, ik hoor het haar zeggen. Ze zou me niet begrijpen. Niemand probeert mij in te tomen, niemand belet mij plezier te maken, maar het lukt me niet.
Na haar dood heb ik geprobeerd haar dochter te worden, echt. Ik heb me tegen mijn vader gekeerd en alles gedaan wat ik dacht dat zij had willen doen. Maar ik wilde de wereld helemaal niet in, niet op tafels dansen, geen carnaval vieren en ik moest er niet aan denken om in mijn bh graskanten te knippen, laat staan dat ik vieze liedjes wilde zingen. En dat is nog steeds zo. Wat is daar mis mee?
Het gelukkigst ben ik in mijn eentje, thuis, in mijn flat, met mijn katten. Waarom ben ik daar nu dan niet?
Hier loop ik risico, wat als ik niet vind wat ik zoek? Ik schuif de la weer dicht. Waarom wil ik zo nodig kunnen geloven dat mijn vader van mijn moeder heeft gehouden en dat hij een goed mens was? Denk ik dat ik er dan vrede mee zal hebben dat ik op hem lijk en niet op haar?
Met een klap laat ik de klep van de secretaire dichtvallen. Ik kan ook een opkoper laten komen, die de hele bliksemse boel meeneemt. Maar dan lijk ik nog meer op mijn vader.
Zonder naar mijn moeder te kijken, loop ik naar de gang en pak mijn natte jas. Niets hier kan me tegenhouden, ik wil naar huis. Eerst ga ik naar huis. Morgen zal ik een nieuwe poging wagen, maar misschien ook niet.    

 

 

Reacties

21-11-2017 17:07
Ik heb genoten van je verhaal. De milde toon waarmee de relatie die je beschrijft tot tussen dochter en ouders (geen afstand zo groot als tussen de relaties van de mensen die het dichtst bij zijn) de reeele angst, want wat gaat ze aantreffen en het grote geheim van de moeder, dat ze liever niet had willen weten...
Een intiem verhaal, een inleiding op een groot verhaal. Want wat gaat dit allemaal doen in het leven van je hp?
Het kabbelende dat wordt genoemd kan te maken hebben met het feit dat het verhaal geen pointe heeft, geen oplossing aan het einde. NB ik heb dat niet nodig, ben geboeid door hoe je alles beschrijft, je stijl geeft me de gelegenheid om mee te kijken, mee te groeien... want ik wil meer, ik wil verder...
bedankt voor zo'n mooi verhaal!
21-11-2017 13:51
Hartelijk dank Helen en Jor voor jullie complimenten en opmerkingen! Bemoedigend om zo te gaan schaven en tot een definitieve versie te komen.
De kwestie die jij opwerpt, Jor, is een lastige, want ik begeef me bewust (omdat mijn verhalen nogal eens te rond, te kloppend en te eenduidig worden gevonden) op een glibberig en intuïtief pad dat veel meer toelaat dan ik gewend ben. Misschien sneeuwt het schuldgevoel nu teveel onder. Ik kijk er opnieuw naar.
20-11-2017 21:37
Wat een schuldgevoel!
Ik denk dat dat de kern is, het schuldgevoel en daarvan los te komen. (als dat niet zo is, de rest niet lezen) Het valt (naar mijn idee) weg in de vele lijntjes die je uitzet. Al die lijntjes zouden ontontkoombaar naar de nog steeds, maar anders gevoelde schuld van de protagonist moeten leiden, nu leidt het (voor mij) af. Dat doet niet af aan mijn waardering voor je verhaal en je erg prettig lezende stijl. Dankjewel voor dit mooie verhaal!
16-11-2017 16:06
Een heel prettige, natuurlijke schrijfstijl heeft dit verhaal. Je weet bij mij veel interesse voor deze familie op te wekken. Knap, zeker in een kort verhaal.

Dit vind ik een prachtige, originele alinea:
“Je zou denken dat ik er in de kelder werd opgesloten, dat ik mijn moeder er opgeknoopt aantrof, of dat ik er jarenlang door mijn vader ben bepoteld. Maar we hadden geen kelder, mijn moeder is door een auto geschept en mijn vader? Ik zou willen dat hij me eens bij hem op schoot had getrokken.”

En dit vind ik een geweldige manier om een personage neer te zetten:
“Mijn moeder die op een hete dag onbekommerd in haar bh de graskanten knipte en luidkeels vieze liedjes zong.”

Verder sluit ik me aan bij de tips van Jan P Meijers: iets minder uitleg geven en experimenteren met zinnen omdraaien. Zo kun je het verhaal nog iets versterken.
28-10-2017 21:25
Blij met je positieve oordeel, Jan P. Groot effect, die andere volgorde. Ik buig me over het opkomen van de herinneringen. Hartelijk dank voor je suggesties!
28-10-2017 19:06
Femmy ten Cate,

Mooi verhaal, in duidelijke en evenwichtige stijl. De herinneringen komen wel wat zakelijk opzetten, probeer dat meer naturel te laten verlopen. Het kabbelende is in dit verhaal naar mijn smaak niet storend, omdat je de personages beeldend neerzet - elk kabbel is functioneel zowel bij moeder, vader als hp zelf.
Het begin is wel te uitleggerig - je hoeft de lezer niet bij de hand te nemen. Begin gewoon, als voorbeeld heb ik de zinnen van je opening in een andere volgorde geplaatst. Inhoudelijk dus niets veranderd. Kijk wat dit doet met je tekst:

Het gat was diep en ik dacht aan het grondwaterpeil. Zou mijn vader na een week regen door het water opgetild worden en tot aan de deksel omhoogkomen? Het was zo stil op het kerkhof. Wat oud-collega’s, buren, een verre neef. Ze vertrokken vrij snel, ik bleef alleen achter bij de neergelaten kist.
Als mijn moeder nog leefde, zou ze teleurgesteld zijn in me. Ze heeft mij het goede voorbeeld gegeven, maar ik ben een kind van mijn vader, altijd geweest. Nu heb ik ook hem begraven.

groet,
28-10-2017 13:25
Hallo Femmy,
Begrijp me goed: 'Kabbelend' is voor mij zeker geen diskwalificatie!
28-10-2017 13:22
Met mooi ben ik blij, met kabbelend uiteraard minder. Begrijp nog niet goed waar dat in zit. Veel dank voor het zorgvuldige lezen en de vlaggetjes, Hadeke! Je geeft me het nodige om over na te denken, heel goed. Dank ook voor de witregeltip.
28-10-2017 12:52
Een mooi kabbelend verhaal. Mooie schrijfstijl.
Bij een eerste lezing 'kabbelde ik er wel even uit', maar bij tweede lezing trok het verhaal me wel mee tot het eind.
Door de vermenging van heden en terugblikken raakte ik wel de tijdslijn kwijt.(Zie vlaggetje.)
Het nadeel van 'kabbelen' is wel dat het verhaal aan het eind voor mij niet 'na-ijlt'. Op het moment van lezen blijf ik dicht bij de hoofdpersoon, maar het vervliegt snel. Nu is dat denk ik ook wel een kwestie van smaak, want ik kan me voorstellen dat andere lezers dat heel anders ervaren.
Een aantal vlaggetjes geplaatst ter overweging. (En 1 taalfoutje.)
28-10-2017 12:03
Hallo Femmy,
Wat de witregels betreft: Een gewone Enter geeft die witregel. Als je kiest voor Shift en Enter tegelijk, dan krijg je geen witregel.
Ik kom later op je verhaal terug.
28-10-2017 09:09
Dankjewel, vroege vogel, ook voor de vlaggetjes! (Blijft onbegrijpelijk hoe een mens zo blind kan zijn voor ontbrekende letters, woorden en andere fouten in eigen tekst.)
28-10-2017 05:31
Mooi,gevoelig verhaal. Twee vlaggetjes gezet.
27-10-2017 18:02
Heel graag, Conny. Ik ken deze site nog maar een paar dagen, maar heb inmiddels de nodige reacties van jou gelezen op werk van anderen en die zijn to the point en uitermate nuttig. Dus laat je kritische licht schijnen!
27-10-2017 17:31
demorite? Rare autocorrect. Daar moest natuurlijk 'de moeite waard' staan!
27-10-2017 17:20
O ja, zeker positief. Maar ik ben niet zo'n sterke proeflezer. Ik heb vaak een beetje tijd nodig. Maar demorite waard vond ik je verhaal beslist! Morgen lees ik nog een keer.
27-10-2017 14:08
Dankjewel Conny, dat is erg fijn om te horen (in de veronderstelling dat je het positief bedoelt, haha)
27-10-2017 14:00
Hartelijk dank, Niceway! Voor je compliment en voor de terechte vlaggetjes, slordig van me.
27-10-2017 14:00
Goh, ik ben er een beetje stil van.
27-10-2017 12:49
Erg mooi geschreven, Femmy. Het raakt me omdat het zo herkenbaar is. Twee vlaggetjes gezet.
27-10-2017 08:14
Dank je voor de FB, Desmond! N.a.v. reacties ga ik weer aan slag. Vind zelf eigenlijk het thema voldoende verwerkt, maar ik denk erover na. Net als over de erg korte alinea's
Deze site wordt mede mogelijk gemaakt door
Volg ons via