Niet geheel ongepland kwam ik een half uur te vroeg in café-restaurant Het Badhuis voor een zakelijke afspraak. Ik mag dat wel, in je eentje aan de bar zitten, of aan een tafeltje. Eigenlijk heb ik dat pas sinds een half jaar ontdekt. Het heeft niets met een hang naar stiptheid te maken, die heb ik namelijk niet, maar meer met nieuwsgierigheid naar andermans leven. Het liefst ga ik in de buurt van een koffiedrinkend stel zitten om ongemerkt hun gesprek af te luisteren, of ik kijk naar buiten en probeer een persoon van verre te volgen. En als ik niets van mijn gading vind kun je nog altijd de ober observeren, vooral als hij niets te doen heeft. Het moet niet te lang duren, dat in je eentje zitten, anders krijgt het iets treurigs, maar een half uur is goed.
Deze keer had ik geluk, er zaten twee jongemannen aan de bar de krant te becommentariëren, onopvallende types, de een iets langer dan de ander. Ik ging met een krukruimte afstand naast hen zitten met mijn blik quasi-afwezig van hen af. Tussen ons hing een klassieke combinatie van zwarte winterjas/rode sjaal over de kruk. Ze hadden het over skiën en van daaruit over prins Friso. Het leken me bovengemiddeld slimme kerels, misschien aan het eind van hun studietijd, ze zaten redelijk op hun praatstoel.
De een, die het meest aan het woord was, sprak Friso opzettelijk uit als Vriezo, en later als O.O. Vriezo, op een Tedje van Es-achtige manier, een vondst waar beiden om moesten lachen.
"Stabiel, maar niet buiten levensgevaar, da’s toch een vreemde cryptische omschrijving. Niet buiten levensgevaar, dat is toch ìn levensgevaar, waarom zegt men dat dan niet?” Wat zeg jij? Een mens kent toch eigenlijk maar twee kritische toestanden? In en buiten levensgevaar, meer smaken zijn er niet. Wat is dit voor interessantdoenerij?”
“Kennelijk is O.O. Vriezo een speciaal gebroed” zei de ander. “Hij kent nog een derde toestand: zich op het randje bevindend van wel of niet in levensgevaar.”
“Nou gefeliciteerd. Hij is de eerste. En nog stabiel ook, dat maak je helemaal zelden mee. Ik snap gelijk waarom er geen plaats meer was voor die rubberboot op zijn rug. Waarschijnlijk had hij zo’n Nico Haak BioStabil om zijn nek hangen. Geërfd van zijn grootmoeder.
Ik snap werkelijk niet waar ze zich zo druk over maken. Heb je dat gezien bij DWDD?”
“Ik heb het gezien, ja,” zei de ander bedachtzaam.
“Dat magere mens van de NRC kreeg de wind van voren omdat ze had gezegd dat ie geen schedelbasisfractuur had. Had ze niet mogen doen. Wat een onzin. Ik kan me niet anders herinneren dan dat we van beroemdheden juist altijd hun medische conditie horen, tot vervelens toe: de afgezette poot van Tito, het doodsgereutel van allerlei pauzen, de prostaat van Witteman, de Parkinson van Helweger, noem maar op.”
“Ja maar dit is het koninklijk huis,” sprak de ander voor de vorm tegen.
“Ja nou? Ook wanneer er antivries door hun aderen loopt, komt het wel op straat. Bijvoorbeeld de longproblemen van Bernard, de dementie van Juliana...”
Er viel een korte stilte. De kleinere van de twee nam een slok van zijn Spa.
“O.O. Vriezo is een dubbel raar geval. Normaliter is het begrip medisch geheim van toepassing op afwijkingen van de normale conditie. Maar hier doen ze het andersom. Ik bedoel: een persoon heeft een bijvoorbeeld een druiper en wil niet – volkomen terecht – dat dit aan de grote klok wordt gehangen. Hij heeft al genoeg aan zijn eigen klok.”
“Ja..?” zei de ander op een uitnodigende toon om de redenering verder af te maken.
“Maar hier is het dus andersom. Dat hij er kennelijk minder ernstig aan toe is dan gedacht, wordt door de mensen om hem heen als een persoonlijk geheim gezien waarop de medische zwijgplicht van toepassing had moeten zijn. De norm van normale wordt hier dus bij het abnormale gelegd. We dienen er allemaal vanuit te gaan dat zijn leven aan een zijden draadje hangt, en iedere aanwijzing of suggestie dat het minder erg is wordt opgevat als een ordinaire verdachtmaking en aantasting van de persoonlijke levenssfeer van de patiënt. Hoe je er ook over nadenkt, het is gewoon krankzinnig. Dat gespeelde potje morele verontwaardiging moet de deksel op de ketel houden. Eigenlijk een briljante omkering als je het mij vraagt. Doet denken aan de hans-teeuwensketch waarop hij zijn eigen vreemdgaan bij zijn vriendin neerlegt.”
“Da’s precies wat ik bedoelde te zeggen,” zei de langere, “Maar je was me net voor. En je weet het altijd zo goed te zeggen.”
Hoewel ik nog immer niet in hun richting keek stelde ik me voor dat er een big smile om de mond van de kleine kroop. In ieder geval nam hij de tijd om het compliment als een echo te laten wegsterven.
“De vraag is waarom het in stand houden van ongerustheid onder de meelevende bevolking belangrijker was dan de waarheid.”
De lange haalde zijn schouders op.
“Kinnesinne van collega-dokters en collega-journalisten misschien?”
“Ja ook. Maar die kennis over zijn verbeterde conditie is natuurlijk pure inflatie. Alles wat in die richting wijst doet afbreuk aan een eventuele Wonderbaarlijke Herrijzenis van O.O. Vriezo. En de daarop gebaseerde musical.”
“En de daarop gebaseerde musical,” beaamde de lange.
Het speet me dat daarop mijn eigen bezoek binnen kwam. Met een knikje van herkenning en een gebaar richting raam nam ik noodgedwongen afscheid van de twee.








