Wachtwoord vergeten Registreren
Zoeken
uitgebreid zoeken

Upload

Literair werk uploaden

Reageren

Reageren en commentaar geven op dit literair werk? Favoriet maken of alle commentaren, reacties en wijzigingen automatisch volgen?

Log dan in.
Zien welk commentaar al gegeven is? Klik dan op 'Toon commentaarvlaggen'

Toon commentaarvlaggen

Olympische Spelen, deel 1

Kort verhaal
profielfoto
09 feb 2014
4 reacties
1172 keer gelezen
0
Toelichting van de auteur bij deze versie:
Dit keer een waar gebeurd verhaal. Niets gelogen, niets verzonnen. Ik heb getuigen achter de hand.

Copyrightkeuze:
Volledig copyright

Werk is leesbaar voor:
iedereen

 

 

Vandaag 8 februari 2014 was het dan eindelijk zo ver. In Sotsji  deden politiek, commercie en moraliteit een stap opzij om ruimte te maken voor de duizenden jonge vrouwen en jonge mannen die dat kwamen verzilveren, liever nog vergulden, waar ze een groot deel van hun jeugd aan hadden opgeofferd. De een in de bobslee, de ander op de ski, weer een ander op de schaats. Onze jongens van de 5000 meter deden het meer dan goed. De koning en zijn lieftallige gemalin mochten juichen, de jeune premier klapte dat het een aard had. Hij deed dat met een uitdrukking op zijn gezicht als van een Kameroenees die voor het eerst van zijn leven ijs zag, wat misschien voor het subtropische Sotsji zelfs wel een politiek correcte reactie genoemd zou kunnen worden. Hogere politiek dus, ingestoken door onze keien van Buitenlandse Zaken. Hoe het ook zij, alle soorten edelmetaal kwamen richting Holland. Ik heb dit zijdelings zien gebeuren en betrapte mezelf erop dat ik weinig opwinding voelde. Dat kan natuurlijk zo maar een gevolg zijn van mijn gevorderde leeftijd, het zou ook kunnen dat mijn natuurlijke enthousiasme voor sport en vaderland steeds meer geremd wordt door het opgefokte sfeertje dat er door het monsterverbond van media en commercie omheen wordt gecreëerd met op de achtergrond de stinkende waas van verboden middelen en ongeoorloofde manipulatie.

Ik kom hier op omdat ik me ineens realiseerde hoe groot het verschil in beleving was vergeleken met de Olympische Winterspelen van 1968 in Grenoble waar ik samen met mijn goede vriend Thomas  van nabij getuige van ben geweest. Niet zo lang, maar toch. De spelen beleefden hun opening op dinsdag 7 februari, de dag daarna begonnen de wedstrijden. Op dat moment waren op het adres Springweg 53 in Utrecht twee moedige, jonge en ambitieuze studenten zich aan het voorbereiden op het tentamen Quantummechanica, een breinbreker van de buitencategorie. Een van hen was ik, Thomas was de andere. Het tentamen stond geagendeerd op woensdagmiddag 14 februari. Onnozel als wij waren, verkeerden wij in de veronderstelling dat als je maar flink je best deed, de quantummechanica zijn geheimen wel zou prijs geven. Zo was het immers ook gegaan met andere vakken als optica, thermodynamica en elektromagnetisme. Pas decennia later stuitten wij op uitspraken van grote geleerden zoals Richard Feynman die doodleuk verklaarde dat iedereen die beweerde dat hij de quantummechanica begreep er niets van begrepen had. Met andere woorden: je moest de regels kunnen toepassen, de standaardopgaven beheersen, en je vooral niet afvragen hoe dat nou allemaal precies zat. Maar omdat niemand ons dat in 1968 had verklapt, zaten we qua voorbereiding vooral op het verkeerde spoor. Wij staken veel energie in nutteloos gepieker.

Slapeloze nachten waren het gevolg. Wij hallucineerden van de Schrödingervergelijking, van gekoppelde oscillatoren en van een deeltje in een oneindig diepe potentiaalput. Er was ook moedeloos makende bewondering voor jonge genieën als Bohr, Heisenberg  en Dirac die het blijkbaar wel begrepen hadden en met hun werk eeuwige roem hadden verworven. Wij waren best bereid om op een zeker moment onze meerdere te erkennen in lieden als Pauli, Born en Jordan maar we wilden ook graag weten wat zij dan meer hadden dan wij. We zijn er nooit achter gekomen. Op de kille woensdagmiddag van 14 februari stapten wij op mijn 200 cc NSU motorfiets en tuften naar de Uithof om daar het onafwendbare noodlot te ondergaan. ’s Middags tegen vijven waren wij terug. Leeg, onzeker en voor het ergste, een herkansing, vrezend. Door twijfel verscheurd, door slaapgebrek verlamd en door golffuncties omspoeld, probeerden wij ons aan de eigen schoenveters uit de dreigende depressie omhoog te trekken. Er moest snel iets gebeuren, de vaste grond onder onze voeten hield het voor gezien.

Het zal rond zessen zijn geweest dat Thomas  het idee opperde dat een bezoek aan de Olympische Winterspelen wellicht de noodzakelijke afleiding kon bieden. Het idee was zo bizar dat hij van schrik verstijfde toen ik zonder enige reflectie liet weten dat ik dit een briljante gedachte vond. Sterker nog, dan moesten we wel opschieten, want de spelen zouden over drie dagen hun slotdag beleven. En de enige manier om er te komen was liftend. Snel graaiden wij wat kleding en leeftocht bij elkaar. Een half brood en een halfvolle pot pindakaas. Geld hadden we nauwelijks. We rekenden op de voorzienigheid en op de steun van onze Europese medemens. Het zal rond zeven uur zijn geweest dat we weer op de trouwe NSU stapten, nu richting Kanaleneiland waar we onze eerste lift richting Grenoble hoopten te krijgen.

Donker en koud was het. Na geruime tijd stopte er een volkswagenbusje  vol vriendelijke maar onverstaanbare mannen van Turkse afkomst die ergens op bezoek gingen in Duitsland. Omdat wij via Duitsland Grenoble wilden bereiken zag dit er veelbelovend uit. Pas halverwege Hamburg kregen we in het zijraamloze busje door dat we noordwaarts bewogen. We hadden daarna nog ongeveer 100 km nodig om onze weldoeners duidelijk te maken dat we eruit wilden. Na vele uren kwamen we uiteindelijk in de buurt van Keulen onder een viaductje terecht waar we een eenzame en koude  nacht hebben doorgebracht. Tegen zessen ontstond er weer leven onder het viaductje. Met de volgende lift bereikten we, zeer slaperig en hongerig, het Frankfurter Kreuz waar we de rest van de donderdag volkomen gedesillusioneerd hebben rondgezworven zonder dat er ooit iemand stopte. En dat kon ook niet want iedereen reed hier 200 km/uur alsof men allemaal nog op tijd in Grenoble wilde zijn.

Het werd allengs natter en killer. Meer dood dan levend werden we bij een pompstation gered door een vriendelijk meisje, een liftster, die daar net was afgezet, even haar haar glad had gestreken, haar duim maar weer eens had opgestoken en direct een lift kreeg. Hoe oneerlijk is het geluk verdeeld. Maar goed, zij had gezien in welke toestand wij verkeerden en wist de automobilist over te halen ook ons mee te nemen.

En zo kon het gebeuren dat wij laat op de avond van donderdag 15 februari in Basel werden gedropt. Omdat we nu nog twee dagen Spelen te goed hadden, besloten we geen enkel risico te nemen en een flink deel van ons bezit te besteden aan een treinreis van Basel naar Genève. Dan waren we in ieder geval in de buurt. Dus gingen we op zoek naar het station waar we vaststelden dat de eerste trein pas de volgende dag zou vertrekken. Die nacht hebben we in de stationshal doorgebracht met hazenslaapjes afgewisseld met een boterham met pindakaas. Ondanks onze ellendige toestand verheugden we ons op een mooie treinreis door het winterse Zwitserland.

Het was comfortabel en we gingen de goede kant op maar van het winterse Zwitserland hebben we niets gezien. We werden in Genève weer wakker. Eenmaal buiten stelden we vast dat het weer er niet aangenamer op was geworden. Een uitgesproken koude wind uit de bergen in combinatie met een miezerregen was in onze verzwakte toestand een ware marteling. Maar er was nu geen weg terug meer. Wij strompelden naar een uitvalsweg en tegen het eind van de middag stopte er zowaar  een vriendelijke Zwitser die op weg was naar Grenoble. Een ijshockeyscheidsrechter. Onze stemming sloeg acuut om. Er was blijkbaar iets van geluk dat ons nu toelachte. Het was vrijdagmiddag en de kans dat we de laatste dag van de Olympische Winterspelen 1968 zouden kunnen meebeleven was aanzienlijk. En dan het vooruitzicht van eindelijk weer een goed bed en een ontbijt. Uit de laatste droom werden we door onze vriendelijke scheidsrechter snel verlost. In een straal van 100 km rond Grenoble was geen bed meer te vinden. Maar goed, komt tijd, komt raad.

(Voor het vervolg, zie deel 2)

Reacties

09-02-2014 17:09
Beste Hadeke,
Dank voor je reactie die ik wel begrijp. Maar ik had me nu eenmaal voorgenomen om dicht bij de verschrikkelijke werkelijkheid te blijven. Dus is het inderdaad meer een opgepoetst relaas dan een epos waarin ruimte is voor de magische krachten die ons bestaan teisteren. Of voor de schuld en boete die ons tot waanzin drijven. Dit is meer een voorbeeld van wat er kan gebeuren als breinen nog niet volgroeid zijn en toch een vorm van totale vrijheid genieten.
09-02-2014 16:52
Ik vind dit een interessant verhaal. Het leest vlot, het onderwerp spreekt me aan en toch mis ik iets, waar ik de vinger niet goed op krijg. Misschien is het voor mij toch teveel vertelling inplaats van verhaal. Je somt na de inleiding vooral veel op, terwijl er genoeg momenten en manieren zijn om mij meer het verhaal in te trekken.
Dus ja, goed verhaal, maar ik hou het gevoel dat het (vooral dat jijzelf het) beter kan.
09-02-2014 16:44
Alles voor God en Vaderland.
Dank voor je reactie.
Deel 2 mag ik pas dinsdag plaatsen van de webmanager. Wat een gedoe.
09-02-2014 11:29
Prettig zoals jij je in je jeugdherinneringen wentelt, wat me nog het meest doet denken aan een balletdanser, of in stijl, als een kunstschaatser, maar je hebt het 'em wel geflikt. De koning kan trots op je zijn en misschien een handje van Maxima.
Deze site wordt mede mogelijk gemaakt door
Volg ons via