Wachtwoord vergeten Registreren
Zoeken
uitgebreid zoeken

Upload

Literair werk uploaden

Reageren

Reageren en commentaar geven op dit literair werk? Favoriet maken of alle commentaren, reacties en wijzigingen automatisch volgen?

Log dan in.
Zien welk commentaar al gegeven is? Klik dan op 'Toon commentaarvlaggen'

Toon commentaarvlaggen

Nog net op tijd voor Wim Kan

Kort verhaal
profielfoto
16 jan 2017
9 reacties
374 keer gelezen
0
Toelichting van de auteur bij deze versie:
Vooral het slot nog wat aangepunt.

Copyrightkeuze:
Volledig copyright

Werk is leesbaar voor:
iedereen

‘Maaahaaam, de bel!!’

 Mijn broertje Joep. Je zou hem moeten zien. Stuitert als een rubberen bal door de kamer. En ja hoor, weer een voltreffer. Stuitert ie te veel de hoek in waar mijn vader de krant zit te lezen. Krijgt ie een schop onder zijn kont. Daar hoeft papa de krant niet eens voor neer te leggen. Hij leest en dan gewoon pats. Papa is altijd een goeie voetballer geweest. Het lijkt wel of Joep van elke lel harder gaat stuiteren. Vanavond mag hij voor het eerst opblijven. Hij is zeven, ik ben tien. Het is ouwejaarsavond. En dat gaan we vieren met ome Wout en tante Roos.

 ‘Nee, hè, hoe laat is het in godsnaam?’ Mijn moeder is altijd een beetje paniekerig. Dat komt omdat ze het altijd zo graag goed wil doen. Ze is nu aan de afwas, samen met mijn zusje Loes. Loes is twaalf. Loes, Sjoerd en Joep. De familie oehoe heten we in de buurt. We kregen vanavond geen toetje. Anders blijf ik maar met de oliebollen zitten, zei mijn moeder. Er zijn ook appelflappen, maar die lust ik niet.

 ‘Het is tien over zeven, Marjan,’ roept mijn vader een beetje ibbelig vanachter zijn krant naar de keuken. Als hij de krant leest moet je hem niet storen.

 ‘O nee, hè. Wout en Roos, nu al?’ Mijn moeder heeft het niet meer, dat kun je heel goed horen. Dan gaat ze heel hoog praten. Zeg maar rustig gillen. ‘We zijn nog lang niet klaar.’

 Opnieuw de bel, nu wat langer.

 ‘Ga jij eens even kijken, Sjoerd,’ zegt mijn vader.

Ik ren naar de deur, Joep achter me aan.

 ‘Blijf daar Joep. Papa vroeg het aan mij.’ Joep blijft op een afstandje staan en begint op de plaats rust te stuiteren.

 Weer de bel.

 ‘Sjoerd,’ gilt mijn moeder uit de keuken. Ze is op van de zenuwen. Ze is al dagen druk met vanavond.

 ‘Jaha, ik doe al open.’

 Ik kan maar net bij de bovenste knip. ‘Donder op, Joep’. Hij staat ineens weer naast me. Op het stoepje staat een enorme man. Een politieagent. Dat is even schrikken. Op de straat zijn motor. Een harlie, dat weet ik toevallig. Met zijspan. Van de jenks, heeft mijn vader wel eens verteld. Hebben ze hier na de oorlog laten staan. Hij heeft een helm op. Zijn motorbril heeft ie op zijn helm geschoven. Volgens mij vriest het behoorlijk.

  ‘Zo jongeman, is je vader ook thuis?’

‘Eh…., ja meneer. Zal ik hem roepen?’

 ‘Graag. Zeg maar dat Van de Geest er is.’

 ‘Een politie, een politie,’ stuitert Joep naar binnen. ‘Van de beest.’

 Kijk, nou wordt papa ook wakker. Hij laat de krant uit zijn handen vallen en springt op. ‘Hier blijven,’ zegt hij tegen ons. Mama staat in de opening van de keukendeur. Ze veegt haar handen af aan haar schort en haalt ze vlug even daar haar haar. Loes staat naast haar.

 Joep en ik luisteren bij de kier van de kamerdeur. Als papa weer binnenkomt, donderen we bijna voorover. Au. Ik krijg een gemene por van mijn vader. De grote politieagent loopt achter hem aan. Je voelt de vloer een beetje golven.

Papa is ook van de politie, alleen kan je dat niet zien. Dat moet je weten. Hij is nooit in uniform. Hij hééft wel een uniform maar hij hoeft het nooit aan. Volgens mijn vriendjes is papa een stille, maar dat durf ik hem niet te vragen. Volgens mijn vriendjes moet je aan een stille nooit iets vragen. Die zeggen toch niks terug. Papa moet boeven vangen en dat gaat volgens hem beter zonder uniform. ‘Anders zien ze me in de verte al aankomen,’ heeft ie me wel eens verteld. Kan je begrijpen.

 Soms, op zondagochtend, trekt ie voor de grap zijn uniform aan. Met riem en een echte revolver. Mama is doodsbang voor dat ding. Hij heeft ook een gummiknuppel met een grote scheur er in. Daar heeft ie vast een vreselijke klap mee uitgedeeld. Misschien een dronken lor, want die luisteren slecht heeft hij me wel eens verteld. Misschien de overbuurman wel, maar dat durf ik niet te vragen. Met dat uniform aan kan je bijna niet geloven dat het papa is. Die pet. Joh, dan is ie echt groot en sterk. Dan pakt ie mama wel eens stevig vast. Ze gaat dan ook hoog praten maar dan is het meer een soort giechelen. ‘Hou op Leo,’ zegt ze dan, ‘de kinderen zijn erbij.’ Net of dat wat uitmaakt. Maar volgens mij vindt ze het stiekem wel leuk.

Soms moet ie optreden met het muziekkorps van de politie. Dan heeft ie natuurlijk zijn uniform aan. Met witte handschoenen. Heeft mijn moeder eerst de hele dag gestreken en knopen gepoetst. Hij loopt altijd vooraan met zo’n grote trommel aan een mooie witte riem.

 ‘Dag Marjan,’ zegt de grote politieagent tegen mijn moeder. Ze kennen elkaar. Zeker van de politiefeestjes. Eén keer per jaar is er groot feest in hotel Gooiland. Makkelijk. Zit zo’n beetje naast het politiebureau. Volgens mijn vriendjes wordt er op die avond overal ingebroken.

 ‘Dag Joop,’ zegt mijn moeder tegen de grote politieagent, ‘is dit nu echt nodig? Op ouwejaarsavond. Er komt zo visite. Wat is er allemaal aan de hand?’

 ‘Sorry, meid, maar we hebben Leo even nodig. Er zit iemand op het bureau waar hij even mee moet babbelen. Een ouwe bekende van hem, snap je? Zochten we al een tijdje. Wilde vanavond bij zijn moedertje een beetje feest vieren.’

 ‘Is dat nou zo erg?’ zucht mijn moeder.

Mijn vader trekt zijn pantoffels uit en zijn schoenen aan. Jas, hoed. Dan geeft hij mijn moeder een kusje en ons een aai en roept dat hij vlug weer terug is. ‘Ik ben vóór Wim Kan weer terug. En de krant nog niet naar de wc Marjan.’

 De ouwe kranten gaan bij ons aan repen en dan kan je daar je kont mee afvegen. Je bibs. Sommige reepjes zijn leuk om te lezen. Staat er nog een stukje Suske en Wiske op. Ik zoek tussen de repen dan wel eens naar het vervolg. Ik heb Joep geleerd dat hij eerst moet lezen en dan pas vegen. Die sukkel deed het eerst andersom. Voor het raam zien we papa in de zijspan stappen. Hij houdt zijn hoed vast als ze wegscheuren. Aan de overkant bij Van Kantelen staan ze ook voor het raam. Een raam vol. Met zijn dertienen. Die houden altijd alles in de gaten. Ik denk omdat ze verder niks te doen hebben. Spelletjes of zo, die hebben ze natuurlijk niet. Ze zijn hartstikke arm.

 Weer de bel. Het is halfnegen. Dat zouden ome Wout en tante Roos wel eens kunnen zijn. Joep schrikt wakker. Het was net even rustig. Ja hoor, hij staat al weer te stuiteren. Wat een oelewapper.

 ‘Nou, daar zal je de visite hebben,’ zegt mama die net klaar is met de koffie. ‘Doe jij even open, Sjoerd?’

 ‘Ophoepelen Joep. Mama vroeg het aan mij.’

 Ome Wout en tante Roos. Dat wordt leuk. Eerst spelletjes met tante Roos en dan vuurwerk met ome Wout. Ik neem wel wat leuk spul mee heeft ie tegen mijn vader gezegd. Ome Wout is de jongste broer van mijn vader. Hij is vorig jaar getrouwd met tante Roos. Ome Wout zit op de grote vaart. Dat vindt hij leuk en tante Roos niet. Daarom zoekt hij nu een baantje aan de wal.

 ‘Sjoerd, kerel, wat ben jij een bink geworden,’ zegt ome Wout tegen mij als ik de deur open heb gekregen. Die knaap ligt goed op koers, Roos. Dat zie je zeker wel. ‘Dag Sjoerd,’ zegt tante Roos en pakt voorzichtig mijn hand. Ik schiet in een soort kramp. ‘En kijk, wie hebben we daar? Onze kleine zoetwatergarnaal. Joeperdepoep staat op de stoep en laten we vrolijk wezen.’ Joep vindt alles mooi. Eindelijk. Ome Wout. Bij Van Kantelen staan ze allemaal weer met hun snotneuzen tegen het raam gedrukt. Net een kudde naaktslakken.

 Ome Wout sjouwt twee grote koffers naar binnen, zet ze midden in de kamer neer en zegt ‘We gaan een feestje bouwen, of niet dan?’ We roepen allemaal heel hard ja, alleen mijn moeder hoor ik niet. ‘Ik mis de stuurman. Waar is Leo?’

 ‘Die komt zo,’ zegt mijn moeder zenuwachtig. Wat is het toch een zenuwpees. ‘Ze hadden Leo nog even nodig op het bureau.’

 Voorzichtig begluur ik tante Roos. Ik moet wel. Ik kan niet anders. Maar ze mag het niet merken. ’s Avonds in bed denk ik wel eens aan haar. Eigenlijk heel vaak. Wat is ze mooi!. Als ze ontdekt dat ik gluur, ben ik zwaar de pineut. Dan krijg ik zeker een enorme boei en dan weet ze natuurlijk gelijk alles. En als ze dan ook nog aan ome Wout verklapt dat ik verliefd op haar ben, nou dan… Ja wat dan? Dan vertelt die het natuurlijk aan mijn vader. Dan kan ik beter gelijk emigreren. Naar Canada. Daar is Hans Veldkamp vorig jaar naar toe is gegaan. Daar vindt niemand je. Ik moet vanavond heel voorzichtig zijn met kijken.

 ‘Kan ik je ergens mee helpen, Marjan?’ vraagt tante Roos terwijl ze naar de keuken loopt. Loopt? Het lijkt wel of ze danst. Zo, kan ik even bijkomen.

 ‘Wat zit er allemaal in die koffers, ome Wout?’ vraagt Joep.

 ‘Niet te dichtbij dekzwabbertje. Je staat zo raar te huppen, het lijkt wel of er een zwerm kwallen in je broek zit. Als je straks op die koffer klettert, vliegen we met zijn allen door het kombuis naar buiten.’

 ‘Even rustig aan Wout,’ zegt tante Roos die met een vol dienblad uit de keuken komt. ‘Maak die jongens nou niet gelijk helemaal hoteldebotel. Eerst een bakkie troost met wat lekkers. Wat jij Sjoerd? Jij bent inderdaad gegroeid, zeg. Zit je al op voetballen?’ ‘Nog niet tante, ik moet van mijn vader eerst mijn linker been verder trainen.’ ‘Heel verstandig, Sjoerd,’ zegt ome Wout. ‘Twee benen, dat is de kracht van de goeie zeeman en de goeie voetballer.’

 Zoals ze me aankijkt. Zul je altijd zien, krijg ik een kikker in mijn keel.

 ‘Ik hoop dat je vader niet te lang wegblijft. Dat zou toch wel heel ongezellig zijn.’

 ‘Hij is vóór Wim Kan weer terug, tante,’ zegt de kikker.

 ‘Mooi. Hier, voor jullie allemaal ranja. En een oliebol.’

 Zou ze niks zien? Of is ze misschien ook een beetje gek op mij? Dat ze het wel leuk vindt als ik een beetje kleur. Nou ja, beetje? Dat ik knal.

‘Mooie boom Marjan,’ zegt tante Roos. ‘Zijn de drie koningen al onderweg?’

 ‘Ze staan al op de trap,’ stuitert Joep. ‘Melchior heeft geen arm meer.’

 Omdat jij hem van de trap hebt gekegeld, Joep. Dat denk ik, maar ik hou mijn mond. Voor je het weet kijkt tante Roos me weer aan. En ik ben net weer een beetje afgekoeld.

  ‘Nou mannen, daar gaat ie dan.’

 Eindelijk mogen we zien wat er in de koffers zit. Ome Wout knielt op de vloer en maakt de eerste koffer open. Mijn moeder schrikt zich helemaal te pletter en begint te gillen. De koffer zit vol vuurwerk.

 ‘Wat is dat in hemelsnaam?’ roept mijn moeder. ‘Waar komt die rommel vandaan?’

‘Rustig maar, Marjan. Je dee trouwens heel goed een gillende keukenmeid na. Niks aan het handje. Wat spul van de V&D en de rest uit Engeland. Kijk, dit zijn nou rotjes. Vijftig cent voor een pakketje van tien. Twaalf kanonslagen voor een gulden. Hier, de echte gillende keukenmeiden, een soort voetzoekers. Een setje met wat duivelsbommen en luchthuilers. Voor f 1,95 laten schrikt de hele straat zich straks het lamlazerus.

 ‘En dat, ome Wout, wat is dat voor spul?’ wil ik weten.

 ‘Dat komt uit Engeland Sjoerd. Meegesmokkeld. Dat zijn Bangers en hier, Red Rockets. Een handjevol Supersonic Bangs, zijn hier verboden. Speciaal voor Joep heb ik Morning Sparklers en Snow Drops meegenomen. Een soort sterretjes, maar dan Engels. Veel mooier.’

 Mijn moeder slaat haar handen voor haar ogen alsof de hele zaak elk moment kan ontploffen. ‘Naar buiten met dat oorlogstuig, Wout. Zet maar in de achtertuin. Ik hoop dat Leo gauw thuiskomt.

 Daar was ik al bang voor. Mijn vader wil natuurlijk niet dat wij met zulk gevaarlijk vuurwerk de straat op gaan. En dan ook nog gesmokkeld. Joep heeft eigenlijk best een goed idee. ‘Zullen we het gelijk afsteken, ome Wout? Het is nu nog lekker rustig buiten.’

 ‘Geen denken aan,’ zegt mijn moeder. ‘Achtertuin. En vlug een beetje. Jullie lijken wel gek.’

 

Even later gaat de tweede koffer open. Daar komt weer heel wat anders uit. Een pik kup! Ik heb er wel eens van gehoord maar nu zie ik hem in het echt. ‘Kijk,’ zegt ome Wout, ‘een draagbare pik kup van Philips. Prima apparaatje. We gaan vanavond plaatjes draaien. Hoe vind je dat?’ Het boxje wordt bij een stopcontact gezet. De kerstboom moet even uit. Ome Wout klapt het ding open, legt er een LP op en draait het geluid op zijn hardst. ‘Moet je horen, Moppen van Max Tailleur. Dat is een Joodse moppentapper. Om je rot te lachen.’

 Het pik kupje is een wonder maar van die moppen snappen we niks. De enige die dubbel ligt, is ome Wout. ‘Zet maar een muziekje op, Wout,’ zegt tante Roos. ‘Dat is misschien leuker. Doe maar die van Johnny Jordaan.’ ‘Eerst even wat anders,’ zegt ome Wout met een knipoog naar Loes. ‘Voordat Leo thuiskomt. Kan nog net even.’

 Ik weet bijna zeker dat mijn vader deze muziek vreselijk vindt. Trouwens mijn moeder ook. Soms zingen ze samen: Zilverdraden tussen het Goud. Dat klinkt heel anders. Maar nou kan Loes ineens niet meer stil zitten. Net als ome Wout. Die trekt haar van haar stoel en begint heel raar met haar te dansen. Ome Wout slingert haar in de rondte en maakt zelf grappige pasjes. Loes vindt het geweldig. Ik ook. Zulke muziek heb ik nog nooit gehoord. Tante Roos wil dat ik met haar dans en Joep is vanochtend al begonnen met dansen. Tante Roos kijkt me aan, ze fladdert om me heen, ze draait en schudt. Ze lacht naar me. Ik word gek. Terwijl ze mijn hand stevig vasthoudt, draait ze alle kanten op. Haar rok draait rond zodat ik kan zien waar haar kousen stoppen. Hoe lang duurt het nog voor ik groot ben? Nee, dit moet altijd zo blijven.

 En dan ineens staat mijn vader middenin de kamer. Niemand heeft hem binnen horen komen. Van de herrie en de opwinding. Net op het moment dat het nummer is afgelopen staat ie daar. Mijn vader roept: ‘Wat is dit voor duivels kabaal?’ Ome Wout zegt: ‘Leo, dit is jeelhous rok. Dit is nou Elvis Presley. Dit is nou rok en rol! En dit is nou het begin van het nieuwe jaar, wat zeg ik, van de nieuwe tijd. Let op mijn woorden. Ik heb in Amerika de nieuwe tijd al gezien. Hij komt eraan, Leo.’ Achter mijn vader, in de deuropening, staat motoragent Van de Geest. Met een brede grijns. ‘Als jullie het niet erg vinden, ga ik nu ook de oliebollen maar eens opzoeken. Ben ik nog net op tijd voor Wim Kan. Fijne avond allemaal. Ik kom er wel uit.’

 Ik sta daar hand in hand met tante Roos. Alsof ze van mij is. Haar rok is tot rust gekomen. Maar mooi dat ze me wel een klein stukje van de nieuwe tijd heeft laten zien.

Reacties

25-01-2017 23:20
Ja Tom,
De tijd van de piraten die de jeugd vergiftigden met hitsige muziek die op slinkse wijze, als een vorm van ontaarde bemesting, van buiten de territoriale wateren over het land werd uitgestrooid. De Familie Doorsnee had het nakijken.
25-01-2017 14:38
Dag Majke,
Dankjewel voor je reactie.
Je hebt gelijk, veel dingen veranderen, veel ook niet. Vooral de dingen waar het echt om gaat in het leven veranderen nauwelijks. De buitenkant verandert snel, de binnenkant heeft haar eigen tempo.
Dit verhaal speelt zich af medio jaren vijftig. De tijd van de draadomroep bij ons thuis. Ik kan me niet herinneren of daar ook Radio Luxemburg op werd doorgegeven. Pas toen ik ging studeren in 1963 en in de uitverkoop een echte radio op de kop had getikt, was het voor mij mogelijk om op de 208 meter af te stemmen op The Station of the Stars.
Radio in de jaren vijftig was nog magie. Incl Wim Kan. Een geweldige aanjager van de fantasie. We zeggen tegenwoordig vaak dat de lezer het verhaal in wordt getrokken. Bij de radio gebeurde dat bijna letterlijk. Op oude plaatjes zie je hoe radioluisteraars bijna in hun toestel kruipen (als het opwindend/spannend werd, wat al gauw gebeurde). Bij radioverslagen van interlandwedstrijden of etappes van de Tour de France maakte iedereen zijn eigen verhaal. Hetzelfde bij drama's als de Watersnoodramp in 1953 of de opstand in Boedapest in 1956. Nu hangt er een webcam in studio: weg magie. Ja, er is toch wel wat veranderd.
25-01-2017 10:34
Ik weet eigenlijk ook geen alternatief voor stuiteren... (wel 2 vlaggetjes)
Leuk om te lezen. Sommige dingen veranderen, andere niet :)
Neem in je vervolgverhaal ook Radio Luxemburg mee. Of luisterde je daar niet stiekem naar?
18-01-2017 17:47
Ik zou het niet zo gauw weten. Stuiteren is de gangbare benaming voor het fenomeen van jochies in afwachting van grootse gebeurtenissen. Die kunnen niet meer stil zitten of stilstaan. Zij gedragen zich als stuiterballen waarvan bekend is dat die eeuwig, als in een soort 3-D biljart, door kamers en andere ruimtes blijven bewegen waarbij de richting verandert als ze een hindernis treffen. Tijdens het stuiteren wordt ook regelmatig gehupt, maar stuiteren gaar verder, omvat meer. Daarom houd ik het t.n.o. toch op stuiteren. Misschien kan een van onze vrouwelijke collega's aangeven of dit verschijnsel ook bij meisjes/meiden wordt waargenomen.
18-01-2017 14:08
Nog een puntje. Is er een variatie te bedenken bij het woord stuiteren?
17-01-2017 15:38
Tja, de sfeer wordt gemaakt door de details. Redactielid Marieke wilde in een soortgelijk sfeerverhaal meer lezen over de inrichting van de huiskamer. In een kort verhaal moet je altijd een beetje schipperen, daarom is het ook een aparte tak van sport. Maar iedere aanwijzing is waardevol en kan helpen bij het geschipper.

Dank voor je reactie!
17-01-2017 12:02
Leuk sfeerverhaal. Voor mij hier en d aar wat te veel detail. 1 vlag.
16-01-2017 22:16
@Gerard
Dank voor je reactie.

@Tom
De verleidelijke tante Roos. Ik moet toegeven dat die het leven van een jochie een verrassende wending kan geven. Rok en rol, zal ik maar zeggen. Dank voor je commentaar.
16-01-2017 10:32
Bekende oudejaarsavondsfeer, met plezier gelezen.
Deze site wordt mede mogelijk gemaakt door
Volg ons via