Met de beste bedoelingen
‘Wat zijn jouw voornemens voor het nieuwe jaar, Bert?’, had Tina hem gevraagd.
Hij had er geen antwoord op gegeven, maar zijn voornemens waren duidelijk voor hemzelf. Bert was kalend, mollig en nog steeds vrijgezel. Het lag aan hemzelf, dat wist hij gewoon. De zeldzame keren dat hij een relatie had, verprutste hij het in nog geen week tijd.
Dus had hij er twee jaar geleden maar de brui aan gegeven. Maar dat leven was niets voor hem. Dat kon je aan hem zien. De laatste paar maanden ging hij er fysiek van achteruit. Bert kon niet koken en verorberde grote hoeveelheden fast-food en voorverpakte maaltijden. De vele uren voor de beeldbuis hadden zijn lichaam ook niets goeds gedaan. Wat had hij Tina moeten zeggen?
‘Een vrouw versieren die me dag en nacht zal verzorgen, omdat ik te lui ben die dingen zelf te doen.’?
Bert wist dat hij slecht bezig was. De oplossing voor het probleem lag voor de hand. Maar hij deed er gewoon niets aan, omdat zijn lage zelfbeeld het niet toeliet zichzelf eens in de watten te leggen. Omdat hij het zich simpelweg niet gunt. Bert strompelde door de keuken en deed de koelkast open. De inhoud daarvan was niet verrassend. Wodka, jenever, whisky ... Hij nam er de jenever uit en greep naar een gebruikt glaasje dat op het aanrecht stond. Met de jenever en het glaasje in handen, ging hij de keuken weer uit en liet hij zich in de fauteuil ploffen.Hij schonk het glaasje vol tot op de rand, hief het op en zei luidop: ‘Gelukkig Nieuwjaar, ouwe reus.’ En toen gooide hij de inhoud in één keer achterover in zijn mond.
De eerste dag van het nieuwe jaar en toch was hij zoals al de andere. Hij was vanmorgen opnieuw wakker geworden in zijn fauteuil naast een lege fles jenever. Bert wreef in zijn ogen en knipperde verwoed om aan het daglicht te wennen. Met zijn linkerhand ging hij door zijn haar. Geeuwend ging hij staan en wankelde naar de badkamer. Zodra hij in de douche stond, liet hij het water stromen. Hij hield van de waterstralen die zich op zijn lichaam stortten en de manier waarop de druppels dansend hun weg naar beneden vonden. De hele kamer was in dampen gehuld toen hij uit de douche kwam.
Wanneer Bert zijn weg terug naar de keuken vond, zette hij het koffieapparaat aan en bleef hij even voor het venster staan. Buiten zag hij de restanten van vorige nacht. Lege bierflesjes, plastic bekertjes, slingers, restjes van vuurwerk ...
Gisterennacht was gezellig. Hij had in een lange tijd niet zoveel plezier meer gemaakt. Eventjes was hij vergeten dat hij nog zoveel vrienden en familie had en dat hij er toch niet alleen voor stond.
Dit jaar had het feest plaatsgevonden bij zijn oudere broer, Tom. Volgend jaar had Bert de eer om het feest voor zijn rekening nemen. Er verscheen een glimlach op zijn gezicht. Hij had veel bijgepraat met Tina, een jeugdliefde. Toen die romance was afgelopen, was hij daar lange tijd kapot van, maar hij hield nog steeds van haar. De ringtone van zijn mobieltje deed hem uit zijn dagdroom opschrikken. Zelfzeker stevende Bert op een stapel kranten af, in de chaos van papieren vond hij uiteindelijk zijn mobiel terug. Op het display las hij de naam Tom.
‘Hallo?’, zei Bert toen hij het toestel aan zijn oor bracht.
‘Ah, Bert. Toch nog. Ik ging net inhaken.’
‘Sorry, ik vond hem even niet terug.’
‘Oh, wel, dat probleem hebben wij hier niet.’
Bert hoorde gelach aan de andere kant van de lijn.
‘Grappig, Tom. Is dat Gabi bij jou?’
‘Bert, ik belde even om je te laten weten dat je je portemonnee hier op tafel hebt laten liggen. En ja, Gabi is hier.’, zei Tom.
Bert zuchtte. ‘Kan ik er straks even om komen dan?’
‘Bert, jongen. Ik ben even druk nu.’
‘Ik kom heus niet binnen. Weet je wat, stop hem gewoon in je brievenbus. Ik haal hem ergens rond de middag op.’
‘Tuurlijk, broertje. Ik zie je later nog wel eens.’
‘Ok, gedraag je daar een beetje met Gabi, hé?’, Bert lachte.
‘Ik kan je niets beloven, makker.’
Tom hing op en Bert stopte het mobieltje in zijn broekzak. Hij glimlachte om de grap van zijn broer. Maar eigenlijk voelde hij zich niet blij. Het feest van gisteren had hem er ook aan herinnerd dat iedereen het best goed deed. Zijn broer zag er in tegenstelling tot hem goed uit. Met zijn sportief lichaam en welsprakendheid kon hij elke vrouw naar zijn hand zetten. Bert had niet één van die twee eigenschappen. Hij zuchtte diep en wilde de krant terug leggen, maar zijn aandacht viel op de achterkant waar de horoscoop te lezen was. Hij ging op een stoel in de keuken zitten en zocht zijn sterrenbeeld op.
STIER
Deze maand zou je liefdesleven je wel eens flink op de proef kunnen stellen. Single stieren doen er goed aan te beseffen dat liefde niet vanzelf komt. Je hebt baat aan een zelfzekere houding op het werk en op sociaal gebied. Trotseer de buitenwereld en ga recht op je doelen af.
Wie niet waagt, niet wint!
Bert nam een stoel en ging zitten. Met open mond las hij het nog eens door. Hij nam een slok van zijn koffie en leunde achterover. Vannacht had hij besloten geen risico te nemen, maar nu begon hij toch weer te twijfelen. Hij tastte in zijn broekzak en haalde er een euro uit. Als hij zelf geen besluit kon nemen, liet hij de munt beslissen wat er zou gebeuren. Deze keer ging hij voor kop. Hij wierp de munt op, ving hem en legde hem op tafel. Zijn maag keerde om. Kop!
Het telefoonnummer van Tina lag voor hem en hij had de telefoon in handen, maar hij had schrik. Uiteindelijk begon hij de toetsen in te drukken. Hij luisterde naar de pieptonen en hoorde toen het antwoordapparaat.
‘Verdomme.’, zei hij.
Hij zette de telefoon terug en begon door zijn kamer te ijsberen. Nu hij uiteindelijk de moed had, bleek ze er niet te zijn. Misschien was het beter zo. Misschien was een gelukkig leven niet voor hem weggelegd. Nee! Bert was vastberaden deze keer. Nu zou hij het heft in eigen handen nemen. Hij greep zijn jas van de kapstok en verliet zijn huis. Zijn fiets stond aan de voordeur alsof hij wist wat hem te doen stond.
Hij reed nog nooit zo hard als nu. Vastberaden negeerde hij het branderige gevoel in zijn kuiten. Tina’s huis was nog geen tien kilometer van hem verwijderd. Onder het puffen door, nam hij zich heilig voor terug aan sport te doen eens dit alles voorbij was. Net voordat hij zijn fiets op sprong had Bert nog naar zijn broer gebeld. Die was overdonderd door het nieuws dat hij te melden had. Bert had hem om raad gevraagd. Maar Toms antwoord was simpel: ‘Ik zag gisteren dat het vuur tussen jullie nog niet gedoofd was. Ga er nou snel heen en toon dat je nog iets voor haar voelt!’
De adrenaline nam al zijn handelingen over. Hij zoefde de ene straat uit en de andere in. Het volgende kruispunt over en dan was hij er. Een zweetdruppel liep naar het topje van zijn neus. Met zijn mouw veegde hij het af, maar zijn zicht werd belemmerd. Bert’s ogen prikten van de zweetdruppels. Ergens verscheen plots een rode waas. In paniek kneep hij de remblokjes op zijn wielen. Plots werd zijn lichaam de lucht ingegooid. Zijn fiets zoefde langs zijn hoofd. Een dreun, de klap, het oorverdovend geluid, de stilte en dan alles zwart.
Wanneer Bert wakker werd, vertelde de verpleegster hem het slechte nieuws. Hij werd bij het oversteken van de straat gegrepen door een auto. Zijn verwondingen vielen ondanks de ernst van het incident mee. Maar tijdens het onderzoek hadden de dokters iets gevonden. Bert had leverkanker. De kanker was ver gevorderd en daardoor zeer moeilijk te genezen. Hij kon zijn benen niet eens meer voelen, maar de verplegers hadden hem beloofd dat hij spoedig weer gevoel zou krijgen. Daar lag hij dan, kreupel in zijn ziekenbed met een gaatje in zijn keel, want de slag had zijn ademhaling belemmerd. Nu nog, bij iedere teug verse lucht die hij nam, voelde hij de pijn in zijn borst.
Tina had hem in de voormiddag bezocht. Ze zag er uit alsof ze gehuild had, maar ze hield zich sterk. Ze vroeg hem wat hij in de buurt van haar huis deed. Bert had weer eens niets gezegd. Toen ze begon aan te dringen, had hij zich afgewend. Ze had zijn hand met haar beide handen vastgenomen en hem bekend dat ze van hem hield. Net op dat moment was een verpleegster de kamer binnen gekomen. Tina trok haar handen weg, stond op en verliet snikkend zijn kamer. In haar ogen had hij hoop gezien, maar hij wist beter. Voor hem was er geen toekomst meer, geen lang en gelukkig leven ... Bert zou de rest van zijn dagen in het ziekenhuis slijten en dat wou hij Tina niet aan doen. Deze keer zou een munt zijn beslissing niet bepalen.
Met de beste bedoelingen
‘Wat zijn jouw voornemens voor het nieuwe jaar, Bert?’, had Tina hem gevraagd.
Hij had er geen antwoord op gegeven, maar zijn voornemens waren duidelijk voor hemzelf. Bert was kalend, mollig en nog steeds vrijgezel. Het lag aan hemzelf, dat wist hij gewoon. De zeldzame keren dat hij een relatie had, verprutste hij het in nog geen week tijd.
Dus had hij er twee jaar geleden maar de brui aan gegeven. Maar dat leven was niets voor hem. Dat kon je aan hem zien. De laatste paar maanden ging hij er fysiek van achteruit. Bert kon niet koken en verorberde grote hoeveelheden fast-food en voorverpakte maaltijden. De vele uren voor de beeldbuis hadden zijn lichaam ook niets goeds gedaan. Wat had hij Tina moeten zeggen?
‘Een vrouw versieren die me dag en nacht zal verzorgen, omdat ik te lui ben die dingen zelf te doen.’?
Bert wist dat hij slecht bezig was. De oplossing voor het probleem lag voor de hand. Maar hij deed er gewoon niets aan, omdat zijn lage zelfbeeld het niet toeliet zichzelf eens in de watten te leggen. Omdat hij het zich simpelweg niet gunt. Bert strompelde door de keuken en deed de koelkast open. De inhoud daarvan was niet verrassend. Wodka, jenever, whisky ... Hij nam er de jenever uit en greep naar een gebruikt glaasje dat op het aanrecht stond. Met de jenever en het glaasje in handen, ging hij de keuken weer uit en liet hij zich in de fauteuil ploffen.Hij schonk het glaasje vol tot op de rand, hief het op en zei luidop: ‘Gelukkig Nieuwjaar, ouwe reus.’ En toen gooide hij de inhoud in één keer achterover in zijn mond.
De eerste dag van het nieuwe jaar en toch was hij zoals al de andere. Hij was vanmorgen opnieuw wakker geworden in zijn fauteuil naast een lege fles jenever. Bert wreef in zijn ogen en knipperde verwoed om aan het daglicht te wennen. Met zijn linkerhand ging hij door zijn haar. Geeuwend ging hij staan en wankelde naar de badkamer. Zodra hij in de douche stond, liet hij het water stromen. Hij hield van de waterstralen die zich op zijn lichaam stortten en de manier waarop de druppels dansend hun weg naar beneden vonden. De hele kamer was in dampen gehuld toen hij uit de douche kwam.
Wanneer Bert zijn weg terug naar de keuken vond, zette hij het koffieapparaat aan en bleef hij even voor het venster staan. Buiten zag hij de restanten van vorige nacht. Lege bierflesjes, plastic bekertjes, slingers, restjes van vuurwerk ...
Gisterennacht was gezellig. Hij had in een lange tijd niet zoveel plezier meer gemaakt. Eventjes was hij vergeten dat hij nog zoveel vrienden en familie had en dat hij er toch niet alleen voor stond.
Dit jaar had het feest plaatsgevonden bij zijn oudere broer, Tom. Volgend jaar had Bert de eer om het feest voor zijn rekening nemen. Er verscheen een glimlach op zijn gezicht. Hij had veel bijgepraat met Tina, een jeugdliefde. Toen die romance was afgelopen, was hij daar lange tijd kapot van, maar hij hield nog steeds van haar. De ringtone van zijn mobieltje deed hem uit zijn dagdroom opschrikken. Zelfzeker stevende Bert op een stapel kranten af, in de chaos van papieren vond hij uiteindelijk zijn mobiel terug. Op het display las hij de naam Tom.
‘Hallo?’, zei Bert toen hij het toestel aan zijn oor bracht.
‘Ah, Bert. Toch nog. Ik ging net inhaken.’
‘Sorry, ik vond hem even niet terug.’
‘Oh, wel, dat probleem hebben wij hier niet.’
Bert hoorde gelach aan de andere kant van de lijn.
‘Grappig, Tom. Is dat Gabi bij jou?’
‘Bert, ik belde even om je te laten weten dat je je portemonnee hier op tafel hebt laten liggen. En ja, Gabi is hier.’, zei Tom.
Bert zuchtte. ‘Kan ik er straks even om komen dan?’
‘Bert, jongen. Ik ben even druk nu.’
‘Ik kom heus niet binnen. Weet je wat, stop hem gewoon in je brievenbus. Ik haal hem ergens rond de middag op.’
‘Tuurlijk, broertje. Ik zie je later nog wel eens.’
‘Ok, gedraag je daar een beetje met Gabi, hé?’, Bert lachte.
‘Ik kan je niets beloven, makker.’
Tom hing op en Bert stopte het mobieltje in zijn broekzak. Hij glimlachte om de grap van zijn broer. Maar eigenlijk voelde hij zich niet blij. Het feest van gisteren had hem er ook aan herinnert dat iedereen het best goed deed. Zijn broer zag er in tegenstelling tot hem goed uit. Met zijn sportief lichaam en welsprakendheid kon hij elke vrouw naar zijn hand zetten. Bert had niet één van die twee eigenschappen. Hij zuchtte diep en wilde de krant terug leggen, maar zijn aandacht viel op de achterkant waar de horoscoop te lezen was. Hij ging op een stoel in de keuken zitten en zocht zijn sterrenbeeld op.
STIER
Deze maand zou je liefdesleven je wel eens flink op de proef kunnen stellen. Single stieren doen er goed aan te beseffen dat liefde niet vanzelf komt. Je hebt baat aan een zelfzekere houding op het werk en op sociaal gebied. Trotseer de buitenwereld en ga recht op je doelen af.
Wie niet waagt, niet wint!
Bert nam een stoel en ging zitten. Met open mond las hij het nog eens door. Hij nam een slok van zijn koffie en leunde achterover. Vannacht had hij besloten geen risico te nemen, maar nu begon hij toch weer te twijfelen. Hij tastte in zijn broekzak en haalde er een euro uit. Als hij zelf geen besluit kon nemen, liet hij de munt beslissen wat er zou gebeuren. Deze keer ging hij voor kop. Hij wierp de munt op, ving hem en legde hem op tafel. Zijn maag keerde om. Kop!
Het telefoonnummer van Tina lag voor hem en hij had de telefoon in handen, maar hij had schrik. Uiteindelijk begon hij de toetsen in te drukken. Hij luisterde naar de pieptonen en hoorde toen het antwoordapparaat.
‘Verdomme.’, zei hij.
Hij zette de telefoon terug en begon door zijn kamer te ijsberen. Nu hij uiteindelijk de moed had, bleek ze er niet te zijn. Misschien was het beter zo. Misschien was een gelukkig leven niet voor hem weggelegd. Nee! Bert was vastberaden deze keer. Nu zou hij het heft in eigen handen nemen. Hij greep zijn jas van de kapstok en verliet zijn huis. Zijn fiets stond aan de voordeur alsof hij wist wat hem te doen stond.
Hij reed nog nooit zo hard als nu. Vastberaden negeerde hij het branderige gevoel in zijn kuiten. Tina’s huis was nog geen tien kilometer van hem verwijderd. Onder het puffen door, nam hij zich heilig voor terug aan sport te doen eens dit alles voorbij was. Net voordat hij zijn fiets op sprong had Bert nog naar zijn broer gebeld. Die was overdonderd door het nieuws dat hij te melden had. Bert had hem om raad gevraagd. Maar Tom’s antwoord was simpel: ‘Ik zag gisteren dat het vuur tussen jullie nog niet gedoofd was. Ga er nou snel heen en toon dat je nog iets voor haar voelt!’
De adrenaline nam al zijn handelingen over. Hij zoefde de ene straat uit en de andere in. Het volgende kruispunt over en dan was hij er. Een zweetdruppel liep naar het topje van zijn neus. Met zijn mouw veegde hij het af, maar zijn zicht werd belemmerd. Bert’s ogen prikten van de zweetdruppels. Ergens verscheen plots een rode waas. In paniek kneep hij de remblokjes op zijn wielen. Plots werd zijn lichaam de lucht ingegooid. Zijn fiets zoefde langs zijn hoofd. Een dreun, de klap, het oorverdovend geluid, de stilte en dan alles zwart.
Wanneer Bert wakker werd, vertelde de verpleegster hem het slechte nieuws. Hij werd bij het oversteken van de straat gegrepen door een auto. Zijn verwondingen vielen ondanks de ernst van het incident mee. Maar tijdens het onderzoek hadden de dokters iets gevonden. Bert had leverkanker. De kanker was ver gevorderd en daardoor zeer moeilijk te genezen. Hij kon zijn benen niet eens meer voelen, maar de verplegers hadden hem beloofd dat hij spoedig weer gevoel zou krijgen. Daar lag hij dan, kreupel in zijn ziekenbed met een gaatje in zijn keel, want de slag had zijn ademhaling belemmerd. Nu nog, bij iedere teug verse lucht die hij nam, voelde hij de pijn in zijn borst.
Tina had hem in de voormiddag bezocht. Ze zag er uit alsof ze gehuild had, maar ze hield zich sterk. Ze vroeg hem wat hij in de buurt van haar huis deed. Bert had weer eens niets gezegd. Toen ze begon aan te dringen, had hij zich afgewend. Ze had zijn hand met haar beide handen vastgenomen en hem bekend dat ze van hem hield. Net op dat moment was een verpleegster de kamer binnen gekomen. Tina trok haar handen weg, stond op en verliet snikkend zijn kamer. In haar ogen had hij hoop gezien, maar hij wist beter. Voor hem was er geen toekomst meer, geen lang en gelukkig leven ... Bert zou de rest van zijn dagen in het ziekenhuis slijten en dat wou hij Tina niet aan doen. Deze keer zou een munt zijn beslissing niet bepalen.
‘Wat zijn jouw voornemens voor het nieuwe jaar, Bert?’, had Tina hem gevraagd.
Hij had er geen antwoord op gegeven, maar zijn voornemens waren duidelijk voor hemzelf. Bert was kalend, mollig en nog steeds vrijgezel. Het lag aan hemzelf, dat wist hij gewoon. De zeldzame keren dat hij een relatie had, verprutste hij het in nog geen week tijd.
Dus had hij er twee jaar geleden maar de brui aan gegeven. Maar dat leven was niets voor hem. Dat kon je aan hem zien. De laatste paar maanden ging hij er fysiek van achteruit. Bert kon niet koken en verorberde grote hoeveelheden fast-food en voorverpakte maaltijden. De vele uren voor de TV hadden zijn lichaam ook niets goeds gedaan. Wat had hij Tina moeten zeggen?
‘Een vrouw versieren die me dag en nacht zal verzorgen, omdat ik te lui ben die dingen zelf te doen?’
Bert wist dat hij slecht bezig was. De oplossing voor het probleem lag voor de hand. Maar hij deed er gewoon niets aan, omdat zijn laag zelfbeeld het niet toeliet zichzelf eens in de watten te leggen. Omdat hij het zich simpelweg niet gunt. Bert deed de minibar naast hem open. De inhoud daarvan was niet verrassend. Wodka, jenever, whisky ... Hij nam er de jenever uit en greep naar een glaasje dat nog op het salontafeltje stond. Hij schonk het glaasje vol tot op de rand, hief het glas op en zei luidop: ‘Gelukkig Nieuwjaar, ouwe reus.’ En toen gooide hij de inhoud in één keer achterover in zijn mond.
De eerste dag van het nieuwe jaar en toch was hij zoals al de andere. Hij was vanmorgen opnieuw wakker geworden in zijn fauteuil naast een lege fles jenever door het geluid van zijn buurman die naar zijn werk vertrok. Bert wreef in zijn ogen en knipperde verwoed om aan het daglicht te wennen. Met zijn linkerhand ging hij door zijn haar. Geeuwend ging hij staan en wankelde naar de badkamer. Bert deed snel zijn kleren uit om onder de douche te staan. Hij hield van de waterstralen die zich op zijn lichaam stortten en de manier waarop de druppels dansend hun weg naar beneden vonden. De hele kamer was in dampen gehuld toen hij uit de douche kwam.
Snel deed hij schone kleren aan en ging naar de keuken. Bert bleef even voor het venster staan. Buiten zag hij de restanten van vorige nacht. Lege bierflesjes, plastic bekertjes, slingers, restjes van vuurwerk ...
Gisterennacht was gezellig. Hij had in een lange tijd nog niet zoveel plezier gemaakt. Eventjes was hij vergeten dat hij nog zoveel vrienden en familie had en dat hij er toch niet alleen voor stond.
Dit jaar had het feest plaatsgevonden bij zijn oudere broer, Tom. Volgend jaar had Bert de eer om het feest voor zijn rekening nemen. Er verscheen een glimlach op zijn gezicht. Hij had veel bijgepraat met Tina, een jeugdliefde. Toen die romance was afgelopen was hij daar lange tijd kapot van, maar hij hield nog steeds van haar. De ringtone van zijn mobieltje deed hem uit zijn dagdroom opschrikken. Zoekend keek Bert om zich heen; waar kwam het geluid vandaan?Uit de woonkamer, wist hij, en hij haastte zich erheen. In het midden van de kamer bleef hij even staan om te luisteren. Zelfzeker stevende Bert op de minibar af, nam er de krant en inderdaad, daar lag zijn gsm. Op het display las hij de naam Tom.
‘Hallo?’, zei Bert toen hij het toestel aan zijn oor bracht.
‘Ah, Bert. Toch nog. Ik ging net inhaken.’
‘Sorry, ik vond hem even niet terug.’
‘Oh, wel, dat probleem hebben wij hier niet.’
Bert hoorde gelach aan de andere kant van de lijn.
‘Grappig, Tom. Is dat Gabi bij jou?’
‘Bert, ik belde even om je te laten weten dat je je portemonnee hier op tafel hebt laten liggen. En ja, Gabi is hier.’, zei Tom.
Bert zuchtte. ‘Kan ik er straks even om komen dan?’
‘Bert, jongen. Ik ben even druk nu.’
‘Ik kom heus niet binnen. Weet je wat, stop hem gewoon in je brievenbus. Ik haal hem ergens rond de middag op.’
‘Tuurlijk, broertje. Ik zie je later nog wel eens.’
‘Ok, gedraag je daar een beetje met Gabi, hé?’, Bert lachte.
‘Ik kan je niets beloven, makker.’
Tom hing op en Bert legde zijn mobiel weer op de minibar. Hij wilde de krant terug leggen, maar zijn aandacht viel op de achterkant waar de horoscoop te lezen was. Hij ging vlug naar de keuken en zocht zijn sterrenbeeld op.
STIER
Deze maand zou je liefdesleven je wel eens flink op de proef kunnen stellen. Single stieren doen er goed aan te beseffen dat liefde niet vanzelf komt. Je hebt baat aan een zelfzekere houding op het werk en op sociaal gebied. Trotseer de buitenwereld en ga recht op je doelen af.
Wie niet waagt, niet wint!
Bert nam een stoel en ging zitten. Met open mond las hij het nog eens door. Hij nam een slok van zijn koffie en leunde achterover. Vannacht had hij besloten geen risico te nemen, maar nu begon hij toch weer te twijfelen. Hij tastte in zijn broekzak en haalde er een euro uit. Als hij zelf geen besluit kon nemen liet hij de munt beslissen wat er zou gebeuren. Deze keer ging hij voor kop. Hij wierp de munt op, ving hem en legde hem op tafel. Zijn maag keerde om. Kop!
Het telefoonnummer van Tina lag voor hem en hij had de telefoon in handen, maar hij had schrik. Uiteindelijk begon hij de toetsen in te drukken. Hij luisterde naar de pieptonen en hoorde toen het antwoordapparaat.
‘Verdomme.’, zei hij.
Hij zette de telefoon terug en begon door zijn kamer te ijsberen. Nu hij uiteindelijk de moed had, bleek ze er niet te zijn. Misschien was het beter zo. Nee! Bert was vastberaden deze keer. Nu zou hij het heft in eigen handen nemen. Hij greep zijn jas van de kapstok en verliet zijn huis. Zijn fiets stond aan de voordeur alsof hij wist wat hem te doen stond. Hij reed nog nooit zo hard als nu. Vastberaden negeerde hij het branderige gevoel in zijn kuiten. Tina’s huis was nog geen tien kilometer van hem verwijderd. Na een tijdje kon hij de kerktoren al zien waarbij ze woonde. Onder het puffen door, nam hij zich heilig voor terug aan sport te doen eens dit alles voorbij was. De volgende straat over en dan was hij er. Een dreun, de klap, het oorverdovend geluid, de stilte en dan alles zwart.
Wanneer Bert wakker werd, vertelde de verpleegster hem het slechte nieuws. Hij werd bij het oversteken van de straat gegrepen door een auto. Zijn verwondingen vielen ondanks de ernst van het incident mee. Maar tijdens het onderzoek hadden ze iets gevonden. Bert had leverkanker overgehouden aan zijn slechte gewoontes. De kanker was ver gevorderd en daardoor zeer moeilijk te genezen. Tina had hem in de voormiddag bezocht. Ze vroeg hem wat hij in haar straat deed. Bert had weer eens niets gezegd. Hij wist het antwoord wel, maar hij wou het haar niet vertellen. Dit keer zou een munt zijn beslissing niet bepalen.