Er was eens een klein egeltje, dat samen met zijn vader en moeder in een oude boerenschuur woonde. Het egeltje was nog maar net geboren en sliep de hele dag, van 's morgens vroeg tot 's avonds laat, lekker in het stro. Zijn lijfje rolde hij op tot een bolletje en zijn neusje verborg hij tussen zijn pootjes. De andere dieren in de schuur waren erg blij met de geboorte van dit kleine baby'tje en kwamen vandaag allemaal een kijkje nemen.
"Knorre, knorre, knor!", knorde het roze varkentje. Knor vond het erg leuk dat er een egeltje was geboren en krulde van plezier een extra krul in zijn staart. Ook Witje de Geit kwam een kijkje nemen en stelde zichzelf heel netjes voor: "Hallo egeltje, wat fijn dat je bent geboren. Mijn naam is Witje en ik heet je van harte welkom in onze mooie, warme stal!"
"Hoe moet het egeltje nu gaan heten?", wilden de jonge koolmeesjes weten. Vijf kleine vogelkopjes staken nieuwsgierig boven de rand van het nestje uit, dat hoog boven in de schuur hing. "Hij heeft nog helemaal geen naam!", piepten ze allemaal tegelijk.
Moeder Egel keek naar boven, maar voordat ze kon vertellen hoe het egeltje zou gaan heten, waaide plots de schuurdeur open. Daar kwam Loesje aan gelopen. Loesje was het poesje dat op de boerderij woonde.
"Miauw," zei Loesje, "wat is hier allemaal aan de hand?"
Maar voordat iemand antwoord kon geven, was Loesje al onder het stro gedoken. Verstoppertje spelen, daar kon het poesje geen genoeg van krijgen. Ze sloop voorzichtig naar het roze varkentje en trok hem aan zijn staart. Maar varkentje Knor had Loesje wel zien aankomen en riep extra hard: "Knorre, knorre, knor, wat heb ik nu weer aan mien staart hangn?"
"Hahaha, ik ben het! Loesje!", zei het poesje en ze verstopte zich snel weer onder het stro. Alle dieren in de stal moesten heel erg lachen om Loesje met haar malle poezenstreken. Loesje dacht dat niemand haar kon zien, maar het witte puntje van haar staart stak nog een klein stukje boven het stro uit, zodat iedereen precies wist waar ze zat.
Wat Loesje ook niet wist, was dat het pasgeboren egeltje in het stro sliep. Loesje had helemaal niets in de gaten en kroop steeds dichter naar de plek waar het diertje lag te slapen. "Kijk uit, Loesje!", riepen alle dieren tegelijk.
Maar toen was het al te laat, Loesje botste in volle vaart boven op het egeltje en schreeuwde het uit: "Mi-AUW!, jij zit vol met stekeltjes!"
Alle dieren schoten in de lach, het zag er ook zo grappig uit. Loesje was wel een halve meter in de lucht gesprongen en wreef nu met haar zachte pootjes over haar zere snuit. "Hahaha, jij bent Stekeltje!", riep Loesje nu, terwijl ze nieuwsgierig kwam kijken waar ze tegenaan gebotst was. "Hahaha, jij bent een egeltje!", mauwde Loesje luid.
"Mehehe, dat is wel een hele mooie naam voor een egel", mekkerde Witje de Gijt. "Laten we hem dan maar Stekeltje noemen, hé Loesje", zei moeder Egel.
Nou, dat vond Loesje natuurlijk wel een goed idee en ze was erg trots dat zij haar nieuwe vriendje een naam had mogen geven.
"Mag Stekeltje als hij later groot is ook binnen komen spelen, in de boerderij?", vroeg Loesje aan mevrouw Egel. Maar dat vond mevrouw Egel geen goed idee. "Egeltjes horen buiten in de tuin, Loesje. Jij bent een huisdier en aan mensen gewend, maar wij zijn de dieren die buiten leven. Stekeltje woont in de schuur, net als Knor en alle andere dieren van de boerderij."
"Hahaha, dan kom ik gewoon BUITENspelen met mijn nieuwe vriendje", riep Loesje nog, terwijl ze onder het stro vandaan kroop en terugrende naar de boerderij.
.







