Uiterlijk kalm zit ik op de bank. Boven mij gaat het dreunen van de muziek ongehinderd voort. Ik voel gewoon hoe de geluidsgolven zich door het plafond heen planten en mij hier het leven zuur maken. Ik wil slapen, gewoon rustig in mijn bed gaan liggen en slapen.Onmogelijk met deze herrie. Terwijl mijn adem steeds sneller gaat sta ik op.
Mijn oren suizen en ik heb een droge keel. Ik probeer enkele malen te slikken terwijl mijn binnenste het kookpunt bereikt.
Met gebalde vuisten sta ik even later in het trappenhuis. Het licht is er nog steeds stuk. In het donker loop ik de trap op naar boven. Uit de deuren aan weerszijden van de trap komen geluiden. Een blaffende hond als ik langs 51 C loop. Even verder bereikt mij het geluid van een huilende baby. Een geluid dat ook hier overstemd wordt door de muziek.
Dan sta ik voor de deur van het gewraakte appartement. De eerste keer dat ik aanbel wordt niet gehoord. Er reageert niemand. De klop die volgt heeft hetzelfde effect.
Het duurt maar enkele seconden om te beseffen dat ik met beleefd aanbellen hier niet verder kom.
Ik haal uit en met mijn vuisten bons ik hard op de deur. Een keer, twee keer.
Als de deur dan eindelijk opengaat staat daar een frêle poppetje met hoog opgestoken blond haar. Haar mond maalt in een poging om de kauwgom tot het gewenste formaat te schapen.
Met een hand op haar heup staat ze me aan te kijken en zegt geen woord. Achter haar dreunt de muziek ongehinderd verder.
Op dat moment krijg ik niets meer mijn strot uit. Deze scène hebben we beide al zo vaak gespeeld dat woorden overbodig worden.
Ik word geobsedeerd door die bleke smalle nek en dan doe ik het gewoon. Naar voren stappend leg ik mijn beide handen om die hals. Door de vaart die achter mijn beweging zit vallen we beide verder de gang in.
Haar huid voelt warm en klam aan, haar haren ruiken naar de sigaretten walm waar ze al de hele avond in zwelgt.
Op de achtergrond doet Mick Jagger een poging om de geluidsbarrière te doorbreken.
Dan zie ik haar ogen. Ze zijn wijd opgesperd net zoals haar mond. Ja, nu wil ze iets zeggen, nee schat, nu hoeft het niet meer, denk ik en knijp.
Mijn handen zijn gevoelloos en totaal verkrampt. De aderen in haar hals worden blauw en dik. Haar tong komt naar buiten als plotseling de muziek wegvalt. De stilte is zo abrupt dat ik loslaat. Rochelend ligt mijn slachtoffer op de mat in de gang. Ik zit er op mijn knieën naast en kijk naar de kamerdeur.
Rust, heerlijke zalige rust.
Het moment is net zo snel voorbij als hij gekomen is. Dan dreunen ook weer de oorlogsdrums door de kamer. Het meisje heeft zich ondertussen moeizaam op een elleboog omhoog gewerkt. Speeksel druipt uit haar mondhoek en ze wil slikken wat haar niet lukt.
De afdruk van mijn vingers staan als getatoeëerd op haar hals.
Dan snikt ze, een geluid dat steeds harder wordt en wil overgaan in een schreeuw.
Meteen nemen mijn handen hun plaats weer in.
‘Stil maar,’mompel ik. ‘Stil maar, alles komt goed.’
Hoelang ik daar op mijn knieën gezeten heb weet ik niet. Maar op een gegeven moment beweegt ze niet meer. Zou ze slapen? Haar ogen zijn nog steeds geopend maar hebben die angstige blik verloren.
Moeizaam kom ik overeind en voel iets warms langs mijn gezicht lopen. Ik raak de plek aan en ben verbaasd als ik bloed in mijn handen zie. Heeft ze mij gekrabd?
In de kamer trek ik de stekker uit het stopcontact en dan is er eindelijk rust.
Geen getreiter meer, geen slapeloze nachten meer.
Toch is er nog iets dat mijn rust verstoord. Ik hoor nog steeds de baby huilen en stap over het meisje heen naar buiten.
Ik bel aan en wacht op de deur die geopend gaat worden. Rust wil ik en rust zal ik krijgen.









