Misschien kwam het doordat ik eerder die avond met de late DWDD op schoot in het zwarte nachtruim was gezonken. In ieder geval was dit was de situatie: iets of iemand had mijn platenkast omgekeerd en iets merkwaardigs met mijn cd’s uitgehaald. Op een of andere manier was het gelukt om de stembanden van de verschillende artiesten uit de schijfjes te distilleren. De daad was nog vers, de lucht was onscherp, het resultaat hing nog in de lucht. Letterlijk. De balkondeur stond open, een lichte zomerse bries deed de vitrage als een zomerjurk opbollen, de stembanden hingen aan de waslijn te drogen. Er was verder niemand te bekennen, alles leek op mijn entree te wachten. Hetgeen ik dus ook maar deed, gelijktijdig met een schaduw die geruisloos in de andere hoek van de kamer achter een deur verdween. Met een dwalende blik bekeek ik de omgevallen cd’s en de stembanden op het balkon. Het was vrij duidelijk wat er van mij verwacht werd: raden welke stemband bij wie hoorde. Ik nam even de tijd om ze nauwkeurig te bekijken: sommige waren glanzend, andere dof, een enkele leek op een zongedroogde tomaat. Op gepaste afstand aan het uiteinde van de waslijn hielden enkele koolmeesjes zich op, in de hoopvolle verwachting dat zij later een eigen inspectie konden uitvoeren.
Eigenlijk was het minder moeilijk dan gedacht. Ik had het idee dat ze in volgorde hingen. Uiterst rechts hingen de stembanden van Tom Waits als een soort in reepjes gesneden pannensponsje. Pal daarnaast hing een soort uitgelubberd onderbroekelastiek, dat moest Mark Lanegan zijn. Daar weer naast een veel kleiner setje met het silhouet van een houtzaag – vast Bob Dylan. Bij de volgende set hing een briefje: voor en na. De een was sierlijk en lenig als een jugendstilmotief, de ander zag eruit als kromgetrokken gebakken spek. Geen twijfel mogelijk: Whitney Houston. Zeker toen ik met een vergrootglas een ingetatoeëerde tekst ontdekte: Houston, we got a problem. Op dat moment ervoer ik plotseling de beperking van het spelletje. Ik prevelde een gebedje: “Lieve Whitney, als u er toch niks meer aan hebt, mag ik dan uw gebit hebben?” Op dat moment ging de radiowekker af en werd ik gewekt door de Radio1 cd van de week, ene Emeli Sandé. Nooit van gehoord. Maar wat een stem, wat een zuiverheid en wat een zanggemak. Later die ochtend vond ik op internet een afbeelding van haar. Op de cover van haar cd is ze in zwartwit afgebeeld als een rouwkaart en met haar rug naar ons toe, alsof ze op het punt staat ons te verlaten. Of zit het anders in elkaar? Staat zij juist op het punt zich naar ons toe te draaien en heeft zij aan gene zijde iemand verlaten? Let op mijn woorden: De koningin is dood. Lang leve de koningin.





