Wachtwoord vergeten Registreren
Zoeken
uitgebreid zoeken

Upload

Literair werk uploaden

Reageren

Reageren en commentaar geven op dit literair werk? Favoriet maken of alle commentaren, reacties en wijzigingen automatisch volgen?

Log dan in.
Zien welk commentaar al gegeven is? Klik dan op 'Toon commentaarvlaggen'

Toon commentaarvlaggen

Hoe vertel ik het thuis? Een kerstverhaal

Kort verhaal
profielfoto
07 dec 2014
7 reacties
1310 keer gelezen
4
Toelichting van de auteur bij deze versie:
Op advies van Mechteld wat geschrapt.

Copyrightkeuze:
Volledig copyright

Werk is leesbaar voor:
iedereen

Hoe vertel ik het thuis? Een kerstverhaal.

 

Twee dagen geleden stond ik hier ook. Alleen. Utrecht Centraal, perron 8. Ontredderd. Twee dagen geleden, de dag voor Kerst. Het was een uur of drie en het drong langzaam tot me door dat dit wel eens de meest eenzame Kerst uit mijn nog jonge leven zou kunnen worden. Een voorgevoel dat niet helemaal onterecht bleek. Het werd heel eenzaam, maar niet alleen.

Kerstmis is een cocktail van oude en nieuwe vormen en rituelen. Een cocktail die het best tot zijn recht komt in een besneeuwde wereld. Tot groot verdriet van velen was er in de kerstperiode echter al jaren geen vlokje meer gevallen. Sommigen probeerden hun somberheid te bedwingen met agressie en sloten zich aan bij politieke bewegingen die allochtonen de schuld gaven. Grote groepen nieuwe Nederlanders hadden volgens deze bewegingen geen enkele boodschap aan een Witte Kerst, laat staan aan een Blijde Boodschap. Al snel klonken dreigende leuzen dat ze van onze Witte Kerst moesten afblijven. In de sociale media doken verhalen op over Afrikaanse gemeenschappen in de Bijlmer die zwerfkatten zouden offeren aan de Regengod Nnem Erim om deze te bewegen de luchttemperatuur niet te ver te laten zakken.

Nnem Erim of niet, de gewone burger snakte naar een Witte Kerst. Uitwijken naar een wintersportgebied bood weinig soelaas. De pistes werden met het jaar groener! Hoe ver reikte die machtige arm van de Regengod eigenlijk? De West-Afrikaanse professor Bobo, die samen met zijn broer professor Rumba en hun neef prof.dr. Wuku in de Bijlmer een bloeiende praktijk runde op het gebied van manuele elixerdiagnostiek en –therapie, mocht bij Knevel en Van de Brink uitleggen dat de machtige arm van de Regengod heel ver reikt. Neef Wuku bevestigde deze visie een paar dagen later in het programma Opgelicht.

Maar de Positivo’s wisten en zongen het al: ‘Onze God is toch de beste.’ Massale smeekbedes, novenes en pelgrimages naar lokale heiligen zoals de pastoor van Ars, hadden uiteindelijk toch het beoogde effect. Op de middag voor Kerstmis begon het zo onverwacht en genadig hard te sneeuwen dat al snel een Witte Kerst in beeld kwam die vervolgens weer net zo snel uit beeld te verdween omdat alles uit beeld verdween.

 Toen ik na veel geploeter op Utrecht Centraal aankwam om naar huis af te reizen, lag de NS languit op zijn rug in de sneeuw. Uitgeteld, bewegingsloos. Ook geen vervangende bussen. Op laten halen? Kansloos. Er zat weinig anders op: rechtsomkeer; met mijn tas vol vuile was en kerstgeschenken in de hoop dat de dooi spoedig zou invallen. Misschien zag neef Wuku toch nog kans om Nnem Erim uit zijn winterslaap te wekken.

Zo ploeterde ik, bevangen door sombere gedachten, terug door een bijna onbegaanbaar sneeuwlandschap. Vermoeiend omdat ik voor iedere stap mijn voeten ongewoon hoog moest optrekken. Maar ik kwam in ieder geval nog vooruit en dat kon niet gezegd worden van de auto’s die de straten, wegen, rotondes en tunnels bevolkten en die tegen deze apocalyptische omstandigheden niet opgewassen bleken. De sneeuw was zo massaal en onverwacht gaan vallen dat het verkeersbeeld deed denken aan het Pompeï van 79 n.C.: in de tijd gefixeerd.

Eenmaal terug op mijn kamer gaf ik de kachel een slinger om vervolgens alles eens rustig op een rijtje te zetten. Eerst de basisvoorzieningen testen. Die functioneerden nog. Voor hoe lang was er voedsel? Zelf had ik helemaal niks meer, op een paar noodrantsoenen na. Ooit gejat bij een vriendje thuis wiens vader hoofd van de plaatselijke BB was geweest. Zijn schuurtje lag BBomvol. In de ijskast van ons huis trof ik wat restjes oude kaas aan, een stukje ernstig verkleurde Vocking leverworst, wat eieren en een aangebroken bak yoghurt. Niet genoeg voor een feestmaal, maar voldoende om te overleven. Ik maakte een rondje door het huis en stelde vast dat er verder niemand aanwezig was.

Het nieuws van vijf uur was weinig hoopgevend. De sneeuw was het gevolg van een meteorologische anomalie, misschien wel van buitenaardse oorsprong. Het KNMI bereidde een vlokkentest voor. Er was een soort van noodtoestand uitgeroepen. Alle verloven van hulpdiensten waren ingetrokken. Op het Ministerie van Moeilijke Zaken vroeg men zich wel af hoe iedereen op zijn mobilisatiebestemming moest komen. Terloops meldde de nieuwslezer nog een curieus feit. Terwijl het hele land kreunde onder de verpletterende sneeuwmassa, had men in de Bijlmer nergens last van. Recht boven de Gliphoeve zat een verdacht gat in de bewolking. Het bericht was me in alle emoties bijna ontgaan.

Ik schrok wakker van de bel. Ik was in slaap gesukkeld bij het lezen van een verhandeling over Merleau Ponty. Ik zag op de wekker naast mijn morsige bed dat het al negen uur was. Er werd opnieuw gebeld. Ongetwijfeld een gestrand vriendje dat wat aanspraak en bemoediging zocht. Ik liep naar de voorkant van het huis en schoof een raam open. Op de eerste verdieping. Omdat het zicht nog steeds belabberd was, riep ik: ‘wie daar?’ Het antwoord beviel me in het geheel niet. ‘Ik ben het, D.,’ klonk het absurd opgewekt gezien de omstandigheden.

D. was geen vriendje maar een vage kennis die soms, en altijd onverwacht, op de stoep stond op zoek naar onderdak annex onderduik. D. was voortdurend op de loop voor zakenpartners en anderen die nog geld van hem kregen of die hij anderszins een oor aan had genaaid. Verder was het, als geboren oplichter, een buitengewoon charmante vent met theaterpotentie en verhalen waar ik elke keer weer intrapte. Ook nu. Toen ik de deur had geopend stond D. daar, tot aan zijn knieën in de sneeuw, met een grote grijns en met naast zich een mooi donker meisje dat hartverscheurend huiverde. ‘Dit is Victoria. Ze zoeken haar. Ze smeekte me haar te helpen. Ik heb in ieder geval vannacht een plekkie nodig. En toen dacht ik gelijk aan jou, ouwe dibbes.’ De grijns ging moeiteloos over in een vette knipoog. Het meisje rilde zo dat ik het stel niet langer buiten kon laten staan.

Eenmaal boven werd me langzaam duidelijk dat ik niet alleen ingesneeuwd maar ingepakt was en dat ik ook nog zat opgescheept met die halve of hele crimineel van een D. en met nota bene een Afrikaanse die door D. beschermd moest worden tegen een groep nietsontziende  pooiers die nu ongetwijfeld naar haar op zoek waren. Gezien de sneeuwval maakte ik me daar niet direct de meeste zorgen over hoewel de link met Afrika me te denken gaf. Was dit toeval?

Nee, ik zat eerder met de vraag wat ik van D.’s verhaal moest denken. Het waarheidsgehalte van zijn beweringen kwam zelden boven de tien procent uit. Victoria leek in shock en deed de rest van de avond geen mond open. Volgens D. sprak ze een beetje Engels. Hoewel ze met opgetrokken knieën en met ingetrokken hoofd in haar jas verstopt bleef zitten, was het onmiskenbaar een heel mooi meisje. Een paar keer betrapte ik haar op een schichtige blik in mijn richting. Wat ze te betekenen hadden ontging me. D. wilde me niet te veel ontrieven en gaf op een bepaald moment te kennen dat hij aan één bed voorlopig genoeg had. Voorlopig? Omdat de kamer tegenover de mijne, die waar ik het schuifraam van had gebruikt, niet op slot was en ik de bewoner kende als een zeer relaxte gast, bracht ik ze daar naartoe.

Het leek me beter om ook mijn bed maar op te zoeken. Maar de slaap vatten lukte niet. Er spookte van alles door mijn hoofd. Kerstavond, ingesneeuwd, in gezelschap van D. en een bloedmooie Afrikaanse. Zou ze met die winterjas aan onder de dekens gekropen zijn? Zou D. nu bezig zijn om die jas uit te krijgen? En dan? Het werd me warm te moede. Mij was het in ieder geval nog niet gelukt een meisje te verleiden met mij het bed te delen. Zelfs niet met winterjas aan. Natuurlijk wilde ik niets liever. Ik zag er echt niet slecht uit, had een goed gevoel voor humor en de vooruitzichten waren ook niet echt beroerd. Maar er was ook een bijna panische angst voor de magie van de grote liefde, de volledige overgave. Als het eropaan kwam blokkeerde ik totaal. Niemand begreep mijn levenswandel. Ik zelf nog het minst.

Zo lag ik te piekeren, mezelf te beklagen en te luisteren of er onthullende geluiden van de overkant kwamen. Aanvankelijk was het stil maar net toen ik half in slaap dreigde te sukkelen hoorde ik rumoer: schreeuwen, gillen. Er viel een stoel om. Ik had het kunnen weten: vroeg of laat ontstond er altijd shit als D. in de buurt was. Deze keer al vroeg. Het werd weer stil. Stille Nacht? Niet echt. Na een tijdje begon het gedonder opnieuw. Na nog een paar scènes waarvan ik alleen het begeleidende geluid meekreeg, begonnen de kerkklokken te luiden. De nachtmis. Maar hoe moest het kerkvolk de kerk bereiken? Ik had medelijden met al die pastoors en hun versierde, lege kerken. Stille Nacht. Terwijl de klokken nog luidden, hoorde ik de huisdeur met een klap dichtslaan. Ik was klaar wakker. Wat had dat te betekenen? Het enige dat ik kon verzinnen was dat er toch nog een huisgenoot thuis was gekomen, waar dan ook vandaan, maar in ieder geval lopend. Als het mijn overbuurman was, had ik er een nieuw probleem bij. Ademloos wachtte ik af. Het bleef stil. Vast een van de jongens van de begane grond.

 Ik ontwaakte half, of nog minder, uit mijn eerste slaap toen er tegen me werd aangeduwd en zich vervolgens iets naast mij vlijde. Ik stak een wat onbeholpen hand uit en voelde de zware stof van een winterjas. Onwillekeurig schoof ik op naar de ijzeren rand van mijn eenpersoons bed om ruimte te maken. Heel traag drong het tot mij door dat het Victoria moest zijn. Om de magie van het moment niet te verstoren liet ik haar haar gang gaan. Zij kroop tegen me aan, legde het pand van haar geopende winterjas over mij heen, pakte mijn hand en legde die rond haar middel. Ik kuste haar voorzichtig op haar voorhoofd. Ze zuchtte diep en kroop nog wat dichter tegen me aan. Het kon haar niet ontgaan dat ik zeer wakker en zeer opgewonden raakte. Ze tilde haar hoofd op en fluisterde in mijn oor: ‘Not now. Tomorrow, you’ll understand.’ Toen draaide ze zich voorzichtig om en sliep in.

 Het is de dag na Kerstmis. Ik ben terug op Utrecht Centraal. Met mijn tas vol vuile was en overtijdse kerstgeschenken. En met een nieuw kerstgeschenk. Vadertje Spoor is opgekrabbeld. Vanuit de Bijlmer heeft de dooi zich over het land verspreid. Victoria heeft me haar verhaal verteld. Ze is inderdaad op de vlucht. D. probeerde daar misbruik van te maken. Dat lukte hem niet. Sindsdien ben ik haar redder. Ik ben wel benieuwd naar de reactie van mijn ouders. Maar ik had geen keus. Zij wordt gezocht. En ik heb het ontdekt: de grote liefde.

Reacties

12-12-2014 22:30
Wijze woorden, Mechteld, zoals altijd. Pak ik op.
12-12-2014 22:26
Erg leuk verhaal, maar het zou van mij wat sneller op gang mogen komen. Misschien nog even de kaasschaaf over de eerste paar alinea's halen?
08-12-2014 15:47
En wat een aardige reacties. Daar krijgt een mens energie van.
Ben begon zich wat zorgen te maken. Hij kan weer rustig slapen. Toch mooi dat er zo maar ergens iemand is die aan je denkt terwijl je elkaar alleen kent van een heel klein plaatje en van de opstellen die we beiden zo nu en dan bij de hoofdmeester inleveren. Saluut, Ben.
08-12-2014 14:50
Wat een heerlijke humor, en wat treffend geschreven!
08-12-2014 11:01
Wat een leuk verhaal. Ik heb enorm gelachen. 'Manuele elixerdiagnostiek en - therapie', geweldig!
08-12-2014 10:22
Best Espunt. "He's back"!" Het is goed te merken dat je net van je wetenschappelijk werk komt in dit verhaal. Toch is dat geen bezwaar. Er staan leuke weetjes in, al of niet verzonnen. We verwachten meer van je hand. Je rustige verteltrant doet het heel goed. Ben.
08-12-2014 10:07
Mooi gedaan :)

Het is een speels verhaal, met de verwijzingen naar de Afrikaanse weergoden en natuurlijk dat er in de Bijlmer geen problemen waren terwijl de rest van het land ondergesneeuwd wordt.

Een vlotlezend kerstverhaal met een happy end. Graag gelezen!
Deze site wordt mede mogelijk gemaakt door
Volg ons via