HITTE
De aanloop naar de stok, de afzet, de klim omhoog om ver te springen, dat graaien en maaien van handen en voeten langs de paal, want dat is het, paalklimmen met een aanloop. De stok, schuin wachtend op de grip, de aftrap, het zwieren naar de overkant.
Fierljeppen, Fries, ontstaan uit het springen van boeren en jagers over weidesloten met behulp van een stok.
Nu een volksvermaak, een sport geworden.
Droge voeten aan de overkant en wie het verst komt is de winnaar.
Maar het mooiste in dit spel is leedvermaak, als de stok, halverwege, blijft steken.
Dat ín het midden'blijven staan en dan in slow motion de neergang, te waterl, naar links of rechts of net naast de rand van de overkant, of terug de walkant op.
Het kijken van het slachtoffer naar een nog mogelijk droge plek, dat weten van de plons, het gespetter en het gelach van het vermaak.
Op z’n fries dan, met Bokma en Beerenburg.
Van sommige deelnemers aan een wedstrijd, zie je dat ze nat gaan. Ze doen het erom. Ze zijn even de clown en krijgen hun deel van de belangstelling. Te dikke mannen met behaarde buiken, duiken haast moedwillig naast de paal.
De strijd wordt luid bejoeld, van jong tot oud wil nattigheid zien.
Dus neem ik een pilsje of vier.
Het is al 31 graden.







