het Parool
Twee minuten.
Het is bijna donker als de krantenjongen op zijn fiets, mijn hongerige brievenbus vult met het avondnieuws.
Het miezert, maar dat deert zijn regenpak niet.
Reflecterend geel gebiesd vouwt hij de krant de gleuf in van mijn postbak.
Hij ziet me staan in de opening van mijn huis, hij zwaait. Dat tientje van het Oudjaar bij“de beste wensen” is zijn “weer en wind fooi”.
Volgend jaar gaat hij studeren.
De grote stad in, op kamers, het leven.
Op de bank parkeer ik nieuws en feiten en lees de strips, het gedicht van de dag.
Doe een koffie en neem de tijd voor de w.c.
Op de wand verzamel ik een nieuw rubriekje. Uitgeknipt met cellotape op zithoogte gehangen.
“Twee minuten” staat erboven, een miniverhaal van nog geen minuut, maar twee keer om te lezen.
Soms drie keer, vier keer, hoe vaak ik moet.
Totdat een ander stukje het over doet.
Onderaan staat een site voor een kort filmpje.
Jammer dat ik geen camera heb.
Ik zou een grote boodschap dan versturen.







