In de verte licht overal de horizon
een schijnsel in het oosten, de toren
waarheen ‘t slechter been beweegt
en brandnetels zwenkgras verdringen.
Nog steeds lacht de boer kunstgebit
in de voor achter de ploeg karrenspoor.
Los van elkaar gevaarlijk zijn kaken
en gebit op kruisingen samen zonden.
Stuiptrekken vragen aan droge lippen
wat braaksel of blaren, kramp, wraak
en haat op deze bedevaart tegen maakt
voor buitenlui die een voor de ander
doden sterven, enige zakken sjouwen,
Tuinen spitten tot in wortels, bieten,
knollen laadbak van de vrachtwagen
ver van blaten en mekkeren bezorgen.
Al wat komt is nieuw, al wat blijft
is tijdelijk toeverlaat. Voetstappen
wissen sneller en dieper dan de wind
sporen in het stof van een heenweg.
Tijd ligt ver achter op voetstappen
die in de sporen achterwaarts lopen
en weer twee schreden vooruit gaan.
Op’t moment dwaalt regelrecht heen
en averecht over middenberm terug.
In zo’n tegenstrijdig heden smacht
levenslang vechten om wit van bot,
om vrijheid die ver van het pad ligt.
Hardleers vraagt het lichaam veel
samen zijn naar sterk terug te keren,
vol te houden terwijl het raadsel
hoe klachten voor altijd van adres
naar adres in leven kunnen blijven
in steeds koudere dagen krimpt.
Ondanks glij en slalommen heen;
toont bot adembenemend zichtbaar
skelet, volwassen kraakbeen, wervel
en wordt in de achterlijkste uithoek
voorbij de grens van de stoeprand
gruis, dat stap na stap in gewrichten
knarst, neon in avondlucht oplicht,
in zo intens zwart kan duister nooit
bezwaren, last en schrik omringen
bij de kronkel naar het laatste pad.
zie ook www.cpvincentius.nl voor andere BLOTTOMOTTO's en voorYOUTUBEFAVORIETEN





