Wachtwoord vergeten Registreren
Zoeken
uitgebreid zoeken

Upload

Literair werk uploaden

Reageren

Reageren en commentaar geven op dit literair werk? Favoriet maken of alle commentaren, reacties en wijzigingen automatisch volgen?

Log dan in.
Zien welk commentaar al gegeven is? Klik dan op 'Toon commentaarvlaggen'

Toon commentaarvlaggen

Ga Voorheuvel

Kort verhaal
profielfoto
14 nov 2013
3 reacties
1257 keer gelezen
3.666665
Copyrightkeuze:
Volledig copyright

Werk is leesbaar voor:
iedereen

 

 

Wie met de dood verkeert, loopt kans er door besmet te raken. De dood kan in je botten gaan zitten en kruipt dan naar je kop. Zoals bij Gert Voorheuvel die lang geleden in het Utrechtse een bloeiende begrafenisonderneming leidde. Het was de bloei van zijn bedrijf die hem op de been hield. De diensten die hij leverde gaven professionele bevrediging maar brachten verder weinig levensvreugde. En omdat de heer en mevrouw Voorheuvel weinig hadden dat hen aan huis bond, zat het stel met grote regelmaat bij Arie op de Brug, als je binnenkwam rechtsachter in de hoek. Wij kwamen nog wel eens binnen omdat er eerder op de dag iemand ‘Tien over de rooie’ had geroepen wat zoveel betekende als: biljarten bij Arie. Het kwam maar zelden voor dat de Voorheuvelhoek leeg was als wij arriveerden. Arie op de Brug was een bekende kroeg boven de Oude Gracht. Arie was de eigenaar en de brug was het fundament waarop zijn etablissement rustte.

De Voorheuvels maakten deel uit van een vaste club gelijkgestemden. Een ervan was broer Sjaak die in het oud ijzer zat. Om die reden spraken wij ook wel over de dood om oud ijzer groep.  Men consumeerde vanuit een gedeelde overtuiging dat iedere avond bij Arie de laatste kon zijn. Arie zelf deed geen enkele moeite om deze fatalistische levenshouding te corrigeren. Deels omdat die goed was voor de omzet, maar belangrijker nog was de levenshouding van Arie zelf. Arie was een a-typische kroegbaas. Zijn talent om een vrolijk sfeertje neer te zetten was minder dan nul. Arie was geen uitbundig type, zullen we maar zeggen. Maar zijn bier was goed en op zijn tapwerk was weinig af te dingen. Vooral het aftappen, vaak onderschat, beheerste Arie als geen ander. Een halve eeuw later had hij er een goeie boterham mee kunnen verdienen.  

Wat had een vrolijk troepje studenten in zo’n omgeving te zoeken? Op de eerste plaats een prima biljart waar we ons naar hartenlust op konden uitleven. In combinatie met een rondje toepen en een goed tapje was het leven bij Arie zo beroerd nog niet. En zonder wat ontspanning was het met ons waarschijnlijk niet goed afgelopen. Volgens R., de medicus van het stel, kon je het brein opblazen als je niet regelmatig even gas terugnam. Wie waren wij dat we hem durfden tegen te spreken. Wij waren G., geoloog in opleiding,  E., jurist in opleiding, en B., fysicus in opleiding.

Na enige tijd raakten wij on speaking terms met de dood om oud ijzer groep. Dat wil zeggen dat er zo nu en dan een biertje doorkwam zonder dat er op een tegenprestatie werd gerekend. Behalve dan de adviezen die onze medicus in opleiding om niet verstrekte. Gert Voorheuvel was een man van vele kwalen en het was voor de behandelende artsen blijkbaar niet zo makkelijk om Gert weer gezond te krijgen. Gert ontwikkelde in de loop van de tijd een hechte vertrouwensband met onze arts in opleiding R. Direct na zijn proppen was R. zich gaan profileren als een alwetend medicus, een houding waar hij het uiteindelijk nog redelijk ver mee heeft geschopt.

Als wij bij Arie binnentraden, daarbij dreigend roepend dat er afschrijvers waren, hees Gert Voorheuvel zich moeizaam omhoog vanachter zijn stamtafel en wenkte R. Er kwamen dan uit allerlei zakken doosjes, potjes en flesjes met pillen, poeders en drankjes die ten doel hadden een eerzaam doodgraver in leven te houden. Of de dokter, R. dus, aan de hand van de collectie geneesmiddelen kon afleiden wat voor een vreselijke kwalen er blijkbaar bestreden moesten worden. Dat was voor Voorheuvel een permanent vraagteken te meer omdat hij blijkbaar iedere week een ander arsenaal kreeg voorgeschreven. Het toneelstuk dat dan volgde was kostelijk door zijn eenvoud. R. schoof aan aan de stamtafel waar vervolgens een diepe stilte viel. R. bestudeerde quasi-aandachtig de teksten op de etiketten, nam zo hier en daar een bijsluitertje door, en beet dan alleen even op zijn onderlip terwijl hij tegelijkertijd zijn wenkbrauwen fronste. Je zag dan de eerzame doodgraver van pure ellende verschrompelen, niet in staat tot enige vraag om toelichting. Hij begreep dat het ernstig was, dat het niet lang meer zou duren. Precies dat wat nodig was om het bestaan aan de stamtafel in gepaste somberheid betekenis te geven. Een week later herhaalde de klucht zich met een pakket andere medicijnen.

Nog weer wat later raakte R. in zodanig goede doen dat hij zich een herdershond kon permitteren. Hij realiseerde zich dat een ondeskundige keuze later tot veel teleurstelling kon leiden, en bemoeide zich dan ook intensief met de selectie van de pup. Kort daarna werd duidelijk dat het beestje weliswaar een goed karakter bezat maar ook een zeer lage intelligentie. Met veel geduld lukte het uiteindelijk hem een kunstje te leren. Het kunstje had direct te maken met het leven bij Arie op de Brug. Toen wij, met de jonge herder, binnentraden onder het uitroepen van ‘afschrijvers’, was het niet alleen gezellig druk maar was ook de dood om oud ijzer groep aanwezig. Geen verrassing. De begroeting was hartelijk, de nieuwe hond werd bewonderd en bepoteld en R. vertelde vol trots dat het beest een bijzonder kunstje beheerste.

Er werd een kring gemaakt en Gert Voorheuvel werd vriendelijk verzocht te gaan zitten. Arie zette de tap op hold en de muziek ging uit. R. bevond zich met zijn hond in het midden van de kring. Het kostte even moeite om het beestje van de ernst van de situatie te overtuigen. Maar toen was er dan toch contact tussen dompteur en dier. Op dat moment klonk het bevel “Ga Voorheuvel”. Het volgende moment stortte de jonge, zwakzinnige herder met een doffe klap en kwispelend ter aarde.  Gejuich en applaus alom. Alleen in de dood om oud ijzer groep bleef het nog lang stil. Het kost soms even tijd om een studentengrap te waarderen.

Reacties

17-11-2013 15:56
Tragiek en humor, er zit weinig maar net genoeg licht tussen. Als eendimensionale jongeling zie je uiteraard alleen de humor. Gelukkig maar, de tragiek schuift de bejaarde schrijver er zelf wel tegenaan. Het is zijn opgave om van de brokken een complete speculaaspop te maken. Een pop die nieuw is, dat wel. Qua tijd zat je aardig in de buurt Hay.
Bedankt voor jullie reacties!
16-11-2013 10:30
Het is precies het sfeertje zoals mij dat uit die jaren (ik vermoed dat dit rond 1970 speelt) voor de geest staat. Dat heb je mooi neergezet. Het doet mij aan de stukjes van Carmiggelt denken.
15-11-2013 18:58
Beste Espunt,

Geluk gehad, want men kan raar uit de (Voorheuvel)hoek komen. Vooral oudijzerhandelaren hebben weet van hardhandige conflictbeheersing.Dan sneuvelt niet alleen het meubilair.

Geinige anekdote, vlot van de pen gegleden.

Chris
Deze site wordt mede mogelijk gemaakt door
Volg ons via