Wachtwoord vergeten Registreren
Zoeken
uitgebreid zoeken

Upload

Literair werk uploaden

Reageren

Gebruik onderstaande knoppen voor de redactiefuncties.

'Reageer' is voor algemene reactie op het werk.

Klik met de muis op een woord in de laatste versie van de tekst om commentaar over dat deel van de tekst toe te voegen.

Alle commentaarvlaggen kunnen getoond en verborgen worden.

Reageer
Toon commentaarvlaggen

In- en verkoop koloniale woorden

Kort verhaal
profielfoto
31 jan 2017
2 reacties
168 keer gelezen
0
Copyrightkeuze:
Volledig copyright

Werk is leesbaar voor:
iedereen

 

 

 

Ergens tussen de Rapenburgergas en gedempte Leprozengracht – de wandelaar wist het echter niet zeker – meende hij zich te herinneren dat er behalve een antiquariaat en een tagrijn ook een in- en verkoop van koloniale woorden was gevestigd, alsmede iets met oude ansichten, maar daar ging zijn belangstelling toen niet naar uit, zo vertelde hij. De wandelaar en ik hadden elkaar bij toeval ontmoet op het Kadijksplein, beiden waren wij op zoek naar het geboortehuis van Wladimir T. aan de hand van een oude foto, de omgeving was echter zo onherkenbaar veranderd en de zon scheen zo onbarmhartig dat we besloten nadat wij elkaar hadden herkend als zoekers naar een speld in een hooiberg de schaduw van een luifel en een terras op te zoeken.

 

Al koutend en keuvelend slenterden wij langs enige etablissementen waar het bedienend personeel druk doende was de dorstige dagjesmens te laven en van bijbehorend bittergarnituur te voorzien. Zo ontdekten wij onze voorliefde voor archaïsch taal - en woordgebruik. Blij een geestverwant te hebben getroffen vertelde ik hem, eenmaal gezeten aan een tafeltje in een pijpenlaatje waarvan de wanden behangen waren met reproducties van prenten uit het rijke verleden van ons land, hoe ik daartoe gekomen was mij – ook in gezelschap – zo uit te drukken alsof ik direct uit Hildebrand was gestapt, meer echter waarom ik thans mijn voorkeur had verlegd naar koloniale woorden in de breedste betekenis van het woord koloniaal en waarom ik de mening ben toegedaan dat zekere woorden een herintroductie in onze taal behoefden.

 

Toen mijn overgrootvader, een oud-koloniaal, na een lang en dorstig leven de geest had gegeven, spoorde ik richting Bronbeek, alwaar mij zijn laatste bezittingen ter hand werden gesteld. Een hutkoffer vol herinneringen uit een tijd die hij zorgvuldig had vastgelegd in tientallen schriftjes met kroontjespen in galnoteninkt gedoopt en soms met potlood. Mijn eerste verwondering betrof hoe goed geglipt zijn pen moest zijn geweest, de sierlijkheid van de letters in een onberispelijk zwelschrift waarin de hand van een strenge leermeester duidelijk te herkennen was. De penvoerder beschreef het zware leven in de tangsi, de drankzucht zijner kameraden, de grofheid van hun taal, het lingua franca dat werd gesproken en dat hij optekende en van commentaar voorzag in interlineaire glossen, de geaffecteerde spraak der officieren en de zalvende tongval van de aalmoezeniers.

 

Er ging een wereld voor me open, een wereld waarvan ik het bestaan niet vermoedde maar waaraan ik mij volledig overgaf. Dagenlang las en herlas ik en leerde van buiten, zocht gelegenheden om mijn nieuwverworven kennis te kunnen delen, raadpleegde oude woordenboeken, archieven, stroopte rommelmarkten af naar nog meer woorden. Ik bestudeerde de koloniale geschiedenissen van andere landen toen mij duidelijk werd dat ook daar een schatkamer vol koloniale woorden te vinden moest zijn. Frankrijk en Indochina, Duitsland en zijn Afrikaanse gebiedsdelen. België en de Congo, te verdelen in Vlaamse en Waalse koloniale woorden om uiteindelijk weer terug te keren naar Nederland, naar het veenkoloniale tijdperk. Was er ook sprake van een wisselwerking, van acceptatie in het polycor verwoorden door politici als er koloniale zaken werden besproken? Hoe zat het eigenlijk met de correspondentie van de diverse handelmaatschappijen die ik ook nog door moest vlooien, wist iedereen van serroenen als emballagemat en pikol?

 

De wandelaar, wiens antecedenten waren terug te voeren tot een jeugd doorgebracht in een woonschool – in zekere zin ook een kolonie, maar dan van de verpauperde medemens in eigen land – had vanwege deze achtergrond zijn belanstelling gericht op straattaal in achterbuurten, getto's, bidonvilles, sloppenwijken, nederzettingen van plaggenhutten en sinds kort ook vluchtelingenkampen. Vaak het gevaar trotserend het vege lijf er bij in te schieten, in de rij gestaan bij goulashkanon en veldkeuken voor een bete broods of een teljoor waterig soep had hij zijn oor te luisteren gelegd om die woorden op te vangen waarvan hij vermoedde dat deze daar waren ontstaan in de saamhorigheid van gedeelde ellende.

Het had hem een schat aan neologismen opgeleverd, echter ook een schat aan lang verloren gewaande woorden die hij hoopte voor totale vergetelheid te behoeden.

 

Daar hij echter met een aantal doublures in zijn maag zat die hij wilde ruilen voor woorden die hij nog niet had – een woordenschat is immers onuitputtelijk – besloot hij op zekere dag naar de stad te gaan waar het toeval ons had samengebracht. Al dwalend door het oude gedeelte was zijn oog gevallen op het winkeltje voornoemd en hij wist terstond dat hij zijn walhalla zou binnentreden.

Het was een half uur voor sluitingstijd, zijn tijd zou beperkt zijn maar leek hem voldoende het gros van de doublures te kunnen verhandelen en met een schat aan nieuwe woorden, mischien zelfs wel een hapax de thuisreis te kunnen aanvaarden. De eigenaar, een replica van de archetypische studeerkamergeleerde, heette hem van harte welkom in zijn domein en wees op een aantal archiefkasten waarin, keurig in lange rijen alfabetisch-lexicografisch gerangschikt een kaartsysteem verborgen was. Bij ieder woord werd vindplaats en jaartal gegeven. In stapels op de toonbank lagen losse woorden die nog een plaats in deze ordening wachtten. Velletjes papier, uit blocnotes gescheurd, volgekraste en begriffelde leien, een faxmachine waaruit een continue stroom papier gerold kwam, het antwoordapparaat dat voortdurend werd ingesproken, een rammelende telex. Het was inderdaad de plek waar hij moest zijn, helaas was de tijd te kort, veel te kort om zelfs maar een begin te kunnen maken met het zoeken naar woorden voor zijn verzameling. Bevangen door een variant van het Stendhalsyndroom en tijdelijke afasie werd hij door de eigenaar met vlugzout weer op de been gebracht, op een stoel geplaatst en uiteindelijk met zachte hand naar buiten gewerkt.

 

Ondanks hernieuwd bezoek aan de stad was het de wandelaar niet gelukt de winkel gelegen tussen antiquariaat en tagrijn terug te vinden.

Reacties

01-02-2017 13:47
Dank je voor je uitvoerige reactie.
01-02-2017 11:53
De eerste alinea intrigeerde mij meteen. Een handel in koloniale woorden, mooi gevonden. Het verhaal leest soms een beetje stroef. Ja archaïsch taalgebruik, ik weet dat je dat bewust doet. Maar vaak wil je wel erg veel kwijt in één zin. Niettemin, leuk verhaal.
Deze site wordt mede mogelijk gemaakt door
Volg ons via