Wachtwoord vergeten Registreren
Zoeken
uitgebreid zoeken

Reageren

Reageren en commentaar geven op dit literair werk? Favoriet maken of alle commentaren, reacties en wijzigingen automatisch volgen?

Log dan in.
Zien welk commentaar al gegeven is? Klik dan op 'Toon commentaarvlaggen'

Toon commentaarvlaggen

Eindhoven station NS

Kort verhaal
profielfoto
4 juni 2011
2 reacties
300 keer gelezen
0
Copyrightkeuze:
Volledig copyright

Werk is leesbaar voor:
iedereen

Samen met een man of vijftig kwamen we terug uit London, Engeland. Daar werd de Proloog en de eerste etappe van de Tour de France gereden. Het eindpunt van de georganiseerde reis was in Eindhoven. Gelijk nadat ik afscheid had genomen van de wielerfanaten belde ik een taxi om me op te pikken. Achteraf gezien had ik ook kunnen lopen naar het station, de afstand was niet veel langer dan 3 kilometer. Maar ja, wist ik veel, ik had en heb een richtingsgevoel als een blinde vleugellamme duif in een dood lopend doolhof!

Om de kosten van mijn trip niet hoger te maken dan ze al waren besloot ik de nacht door te brengen op het treinstation van Eindhoven in plaats van een hotel. Ik had een nieuw boek van Stephen King in mijn rugzak en vermoedde dat de nacht zo voorbij zou zijn met deze traktatie…

De taxichauffeur vertelde me zijn levensverhaal in de drie kilometer. De praatgrage man was in zijn leven zesentwintig maal verhuisd en had nog twee verhuizingen te gaan. Zijn vrouw was gehandicapt geworden en ze verhuisden naar een gelijkvloerse woning waar ze zich beter kon
bewegen. Zijn volgende verhuizing zou richting Canada zijn. De dolgelukkige taxichauffeur had een woning gekocht en had een baan als taxichauffeur in het vooruitzicht in het grote Canada.

Zijn tweede verhaal ging over de Antillianen die rond het station rondhingen. “Niet omdat ik racistisch ben.” Zei hij. “…maar kijk wel uit als je bij het VVV hokje in buurt bent, daar was
laatst een Turkse man in elkaar geslagen voor maar 10 Euris.” Hij draaide zich, om de verwachtte verbazing van mijn gezicht af te kunnen lezen. “Jou zullen ze echter niet zo snel pakken,” sprak hij geruststellend. “Je ziet er uit alsof je wel wat tegenstand kan bieden, daar houden ze niet van” 

Na de taxichauffeur succes te hebben gewenst met zijn verhuizing stond ik voor een gesloten NS station. “Niet erg, dan parkeer ik mezelf hier wel.” Dacht ik. Ik zocht een comfortabele plek en
ging daar opde grond zitten op een plastic tas. Ik keek wat om me heen en zag aan mijn
rechterzijde, het VVV kantoortje waar de toekomstige Canadees over gesproken had. Het wemelde er inderdaad van onguur uitziende personen. Voor me was een taxi parkeerplaats, waar een aantal chauffeurs aan het praten en roken waren. Hun aanwezigheid leek me een veilig teken, evenals de vele camera’s die geplaatst waren rond de ingang van het station.

Het eerste ongure wat ik de nacht dacht te zien was een lange man met donkere huid en kleine krulletjes die iets probeerde te wisselen bij de chauffeurs. De chauffeurs knikten allemaal nee en de man slenterende terug naar de duisternis rond het VVV kantoortje. Even later kwam dezelfde persoon op een fiets uit de duisternis en blokkeerde een blond meisje dat met de fiets aan de hand liep. Heldhaftig wou ik opstaan, maar bleef zitten toen het meisje behendig uitweek en verder liep. De slungelige man keek haar gelaten na, ging weer op zijn fiets zitten en reed de duisternis van de VVV in.

Twee aangeschoten blanke jongens liepen rond bij de fietsenstalling links voor me. Mijn dorpse naïviteit vertelde me dat de jongens hun fiets aan het zoeken waren. Tot de heren aan meerdere fietsen begonnen te trekken. Gelijkertijd reed er een politieauto over het terrein voor het station langs. Zonder acht te slaan op de jongens reden ze weer weg. Mijn gevoel van veiligheid werd direct stukken minder. Na enkele lawaaierige pogingen slaagden de jongens er in met twee fietsen ervan door te gaan. 

Vanaf de kant van fietsenstaling kwam een knappe Marokkaanse vrouw van rond de 30 naar me toe lopen. Ze vroeg naar de dichtstbijzijnde pinautomaat. Ik wees naar de pinautomaten bij het VVV kantoor, maar daar wou ze niets van weten. “Nee dan zoek ik het wel ergens anders op, mij te gevaarlijk.” De vrouw leek me in staat om van zich af te bijten, ze liep met veel zelfvertrouwen, praatte vlot en had iets arrogants over zich, toch waagde ze zich niet rond het VVV hokje.

Het was tien minuten rustig en ik besloot een Cola te pakken uit mijn tas en “Lisey’s verhaal” van Stephen King open te slaan. Nog geen 5 bladzijden later gebeurde er weer wat. Een met graffiti versierde,  oude BMW stopte 5 meter voor me. Uit de open raampjes kwam meer rook dan uit de uitlaat en vrolijk klinkende reggae galmde over het terrein. Vier personen stapten uit. Een bruin getinte jongen met dreadlocks omhelsde zijn vriendinnetje. Het eerste wat
ik dacht bij het meisje was: “Junkie”. Ze was verschrikkelijk mager, droeg een deken om haar schouders en rookte een joint terwijl ze dansende bewegingen maakte. Dreadlock liet haar los om richting een steegje te snellen en zijn blaas te legen. De twee andere passagiers namen al babbelend en swingend afscheid van de extreem magere “junk”. Het stelletje, bestaande uit een
Indonesisch uitziende man van ongeveer 25 jaar en een blank donkerharig meisje van een jaar of 18, gingen ongeveer drie meter naast me zitten en bliezen de ene na de ander sigaret de lucht in. Het meisje sprak de man op een zeurende toon toe. Naarmate de nacht vorderde meende ik gesnotter en huilgeluiden op te vangen. Veel aandacht had ik echter niet voor het ongelukkige koppeltje, zij waren de normaalste verschijningen om me heen die nacht!

Rond drie uur was ik volledig allert, ondanks de vermoeidheid door de lange reis in de bus en het feit dat ik al 22 uur op was. Twee junkie-meisjes liepen naar me toe en vroegen of ze naast me mochten zitten. Ik weigerde te antwoorden en bleef voor me uit staren in de hoop dat ze door
zouden lopen. “We doen je niets hoor.” sprak één van hen. Ze praatte langzaam, alsof ze een kind toesprak. Haar donkere haar was vet en hing sluik over haar gezicht. Haar kleding was te wijd en ze stond wat voorover gebogen. Haar vriendin was helemaal krom, haar rug had een kromming die deed denken aan een dametje van 90. Eerder had ik al gezien dat de kromste in vuilnisbakken aan het zoeken was naar papier of zo.  Ik zei dat ik het niet erg vond dat ze naast
me kwamen zitten. Natuurlijk was die overweging niet uit liefdadigheid, maar omdat ik geen zin in problemen had.

Zo onopvallend mogelijk zette ik mijn bagage aan mijn rechterzijde terwijl de “dames” twee voetstappen links naast me gingen zitten. Ze riepen luid de bijnamen van andere junkies die rond het vvv gebouw hingen. Dat ze bijnamen hadden vond ik niet erg prettig. Een collega junk groette terug en kwam onze richting uit. Ik probeerde een houding aan te nemen die de junks moest overtuigen niet met me te dollen. Ik had ondertussen ook mijn mobieltje in de aanslag om 112 te bellen mocht het nodig zijn. Strompelend kwam een junk naar ons toe gewandeld. Vriendelijk, maar binnensmonds pratend groette hij me en hurkte voor de kromste neer. Ze deelden wat informatie over het geldsaldo en berekenden wat ze konden kopen bij welke dealer en ook bij welke dealer ze het beste uit waren. Een joint met onbekende inhoud werd ondertussen gerold.

“Jongen,..” zei de minst kromme junkie terwijl ze zich vooroverboog en me aankeek, “Ben jij dakloos?” Ik schoot in de lach. Met mijn 34 jaren mocht  ik me soms nog een jongetje voelen, maar mijn kalende hoofd en de rimpels op mijn gezicht oordeelde anders. Na mijn lach antwoordde ik: “Nee joh” en keek de junk vragend aan. Het kromste vrouwtje liet voor het eerst van zich horen. “Nee joh, doe niet zo achterlijk dat zie je zo toch wel!” De donkerharige junk liet zich echter niet van haar stuk brengen. “Waarom ben je dan hier?” vroeg ze. Ik vertelde haar dat ik wachtte tot de eerste trein zou arriveren. “Als je wilt, dan kan je voor 25 Euro naar een hotel hier in de buurt, ik ken daar wat mensen. Wij betalen je dan 10 Euro en dan kunnen we daar samen slapen?” Mijn god, waarom moest mij dit nou weer overkomen. “Nee dank je, ik wacht wel.” antwoordde ik en probeerde het sarcasme in mijn stem te minimaliseren. Dacht die griet dat ik helemaal maf was. Ze zaten nog geen vijf minuten naast me en probeerde me nu al geld af te troggelen. De joint begon zijn rook richting mijn reukorgaan te bewegen en ik
werd een beetje bevreesd voor de inhoud. Dat hield ik nog een minuut of wat uit en ik stond op. “Sorry hoor, maar die rotzooi stinkt, ik ga wat verderop staan.” Op het moment dat het mijn mond uitrolde schrok ik van de woorden. Zou ik ze niet beledigen? Zouden ze me nu te lijf gaan? Mijn stem was niet vriendelijk of beleefd geweest, maar gewoonweg bot. De donkerharige reageerde inderdaad beledigd. “Het is maar een joint man!” Ik keek haar aan, knikte  en liep een meter of 10 naar rechts. Dit was tussen de twee ingangen van het gesloten station in. Verder commentaar bleef uit.

Bij de tweede ingang zat een man in de hoek. Het was een oudere man, die een vermoeide houding had. Ik had hem niet zien aankomen en ik was in de veronderstelling dat hij ook een wachtende reiziger moest zijn. Hij zag me en begon een agressief dronkenman deuntje af te spelen. Zijn vrouw had hem verlaten voor een ander en iedereen was een klootzak. Ook ik werd onder die schare mensen gevoegd nadat ik weer een stap of wat de andere kant opging. Ik
besloot niet te gaan zitten op de extreem smerige grond die eruit zag alsof die in een laag met kauwgum was gegoten. Ik wou ook allert blijven, staand gaat dat eenmaal beter.

Er kwam uit de richting van het centrum van Eindhoven een wat dikke blonde jongen van een jaar of 22 á 23 aanlopen. “Gelukkig!” dacht ik “een lotgenoot.” Hij aanschouwde de mensen rond het station en besloot vlak naast me te gaan staan. Jezus, wat stonk die vent. De alcohol droop bijna letterlijk uit zijn poriën. Hij wankelde zelfs nadat hij zich tegen de muur stutte. Niet veel later kwam er een “nieuwe” junk uit de krochten van het VVV kantoor op een fiets onze richting uit. lachend riep hij wat tegen de schreeuwende ouwe dronkaard en maakte halt voor mijn dronken lotgenoot. Hij keek mijn wankelende buurman met een schuin hoofd aan, stapte van de fiets en sloeg met vlakke hand op het zadel. “Waar kom je vandaan man? Wil je deze fiets kopen? Dan ben je zo thuis. Voor een tientje mag je hem hebben!” Redelijk beheerst antwoordde de jongen dat hij geen interesse had in de fiets. De fietsenverkoper gaf het niet op. “Wil je dan een lift met een illegale taxi?” Hij gebaarde naar een brede kaalgeschoren man die op de inmiddels lege taxiparkeerplaatsen stond, naast een zwarte Golf. De dronken jongen weigerde de taxi. Waarschijnlijk kende hij de verhalen ook van in elkaar geslagen en beroofde mensen die een illegale taxi hadden genomen. Veelal waren het buitenlandse toeristen, maar in de staat waarin mijn buurman zich verkeerde was hij wel rijp voor een beroving op maat.

Rond vijven verdwenen de geluiden, geuren en aanwezigheid van de nachtwezens alsof ze het opkomende daglicht niet aankonden. Toch voelde ik me bij lange na niet veilig. Ik voelde me angstig, maar ook nieuwsgierig. Wat bezielde die mensen om zo ver te gaan met hun leven. Wat maakte ze zo gek dat ze schreeuwend en jammerend voor een station gingen zitten met een grote fles sterke drank. Wat bezielde die twee “dames” dat ze geen vast onderdak meer hadden,
dat ze mensen moesten oplichten en dat ze in prullenbakken op zoek gingen naar papier in plaats van naar voedsel. Een antwoord zou ik niet krijgen ook al zou ik erna vragen. Wat dat betreft heb ik al genoeg drank en drugs misbruik meegemaakt om te weten dat die vragen niet beantwoord zouden worden.

Nog een gehele tijd bleef ik daar staan. Ik vermoedde dat het station om 6:00 open zou gaan. Gelukkig bleek dit een uur eerder te zijn. Een kalende man, met een vriendelijk gezicht stapte uit een auto en zei me dat het station open was. Ik wantrouwde de getoonde vriendelijkheid, maar al snel bleek dat de man aardig en behulpzaam was. Als ik erg kerkgezind was zou ik een
kruisje geslagen hebben. Ik bedankte de man, pakte mijn boeltje en ging richting het perron waar ik moest zijn. Ik plofte neer op een schoon bankje en genoot van de veiligheid die ik er voelde en die heerlijke rugleuning.

Achteraf zeiden mensen me dat ik een taxi had moeten nemen naar een hotel of gewoon weg had moeten lopen van de plek des onheil, of hen had moeten bellen om mij op te halen. Ik heb
daar ook wel aan zitten twijfelen die nacht. Het zou een makkelijke oplossing zijn geweest. Op de één of andere manier wou ik het gewoon meemaken dat “avontuur”.

Wat ik die nacht niet gezien heb zijn slechte mensen! De demonen die ik heb gezien kwamen uit een fles of uit een joint met onbepaalde inhoud.

Reacties

06-06-2011 14:40
Hoi Andries,
Daarom schreef ik me hier in, ik verwachtte echt commentaar hier en geen vleierij. Dank je hiervoor! De tips die je geeft zijn duidelijk en lijken me zeer terecht. Ik ga later vandaag aan de slag om te zien wat ik ermee kan.
06-06-2011 13:28
Ik merk dat je wel een prettige stijl hebt. Het leest vlot. Wat ik wel een beetje mis hier is een echt verhaal. Je zet een duidelijk sfeerbeeld neer maar daar blijft het bij. Aan het eind zegt de 'ik' dat deze het avontuur wilde meemaken en ik snap dat het voor die persoon als een avontuur zou voelen, maar voor de lezer blijft dat een beetje achterwege.
Daarnaast vind ik het jammer dat die vragen waarvan de 'ik' weet dat ze niet beantwoord zullen worden ook niet gesteld worden. In een verhaal als dit kun je al die personages juist wat meer diepgang geven. Door ze vlak te houden kan geen van de personages een vooroordeel bevestigen of wegnemen. De eindconclusie is er dus echt een die van de 'ik' komt maar die de lezer niet echt zelf uit de tekst heeft kunnen destilleren.
Deze site wordt mede mogelijk gemaakt door
Volg ons via