Wachtwoord vergeten Registreren
Zoeken
uitgebreid zoeken

Upload

Literair werk uploaden

Reageren

Reageren en commentaar geven op dit literair werk? Favoriet maken of alle commentaren, reacties en wijzigingen automatisch volgen?

Log dan in.
Zien welk commentaar al gegeven is? Klik dan op 'Toon commentaarvlaggen'

Toon commentaarvlaggen

Een kouwe kerst

Kort verhaal
profielfoto
12 dec 2013
9 reacties
1407 keer gelezen
4
Toelichting van de auteur bij deze versie:
Op enkele plekken aangepast en de zevende dochter een andere rol gegeven.

Copyrightkeuze:
Volledig copyright

Werk is leesbaar voor:
iedereen

 Een kouwe kerst

 Er was eens een boer en die boer die had een vrouw. In de loop van de tijd had de boerin zeven dochters gebaard die van aanpakken wisten. En dan was er ook nog de trouwe knecht, een vondeling, die gelijk met de boer was opgegroeid. De boer had weinig reden om te twijfelen aan zijn vaderschap maar volledige zekerheid was alleen de Lieve Heer gegeven. De historie van de familie liet zien dat je met een trouwe knecht in huis altijd een slag om de arm moest houden. Of, zoals men in deze buurt zei: “Kruupt de knecht bij de boerin onder de rokk’n, zit de boer mooi met de brokk’n”. Een waarheid als een koe.

Rond de noen, als ze om de eikenhouten tafel verzameld waren voor het middagmaal, keek de boer vaak de kring langs. Heerlijke meiden waren het. Geen idee op wie ze leken. Dat stelde hem gerust. Had er tussen al het blond één zwart schaap gezeten, dan had dat zeker zijn wantrouwen gewekt. Een boer is misschien wel achterlijk, maar niet gek. Zijn trouwe knecht had een fraai zwart kapsel, dat de laatste tijd aan de slapen wat begon te grijzen. Nee, één zwartkopje zou zijn opgevallen. Nu waren de haarkleuren aardig verdeeld: drie blond en drie zwart. De jongste dochter, niet de sterkste van het stel, was haarloos als gevolg van een verwaarloosde schurft. Al met al een plaatje dat de boer geruststelde. En als hij dan zo zijn karnemelksepap, met stroop graag, omlaag voelde glijden, welde er niet zelden, bijna als een tegenstroom, een rijk gevoel bij hem omhoog. Buiten liep zijn zwart-bont, binnen zat zijn zwart-blond. De zegen van de Heer rustte op hem en zijn gezin, dat leed geen twijfel.

Het was kerstnacht. Vergezeld door zijn zeven dochters was de boer naar de nachtmis geweest. Zijn vrouw voelde zich niet lekker en was thuis gebleven. Ze wilde op tijd naar bed. Morgen was het weer vroeg dag. De zorg voor de dieren ging immers gewoon door. Ook met Kerstmis. De knecht had niets met Kerstmis. Hij beweerde dat hij uit een rood nest kwam, wat toch knap is voor een vondeling, en ging alleen op 1 mei naar de nachtmis. Eenmaal terug van de kerstviering waren ze om de eikenhouten tafel gaan zitten en aan het roggenbrood met balkenbrij (met rommelkruid) begonnen. De boer maande zijn dochters tot fluisteren. Moeder had de slaap hard nodig.

“Wat een prachtige mis,” fluisterde de oudste dochter. “Ik ga er vandoor.”

“Nou breekt me de klomp,” zei de boer.

“Ik weet het nu zeker. Ik ga het klooster in. Dat wordt mijn wereld.”

“Kan dat niet even wachten?” probeerde de boer nog. “Weet ons moeder hiervan?”

“Nee, de wachttijd is voorbij,” zei de oudste dochter. “Morgen denk ik er misschien weer anders over.”

Zij verdween met een hemelse uitdrukking op haar gelaat in de ijskoude kerstnacht.

De tweede dochter zei: “Wat zag de kerk er prachtig uit. Al dat goud. Ik ben ook weg.”

“Nou breekt me de andere klomp ook nog,” schrok de boer.

“Ik ga op zoek naar een rijke vent,” zei de tweede dochter en trok de deur achter zich dicht.

“Wat een weelde aan wierook,” zei de derde dochter. “Ik heb dringend frisse lucht nodig.” En weg was ze.

Dochter nummer vier was zo gegrepen door de prachtige zang dat ze op zoek ging naar een koor. Dochter nummer vijf vond er met twee zussen niet veel meer aan en trok de wijde, koude wereld in op zoek naar gezelligheid. Dochter nummer zes, gezegend met een ravissant zwarte haardos, deelde mee dat ze op zoek ging naar haar vader.

En toen, misschien wat aan de late kant, schoot de boer vol. Na zijn klompen brak hij nu zelf. Met het hoofd op tafel huilde hij bittere tranen. Zijn jongste dochter stond op, legde voorzichtig haar hand op zijn door noeste arbeid en een te kleine bedstee kromgetrokken rug en zei:

“Papa, ík ben er toch nog? Je hebt míj toch nog?”

De boer tilde zijn verweerde kop op, veegde met zijn rode zakdoek de bittere tranen van zijn stoppelige gelaat en zei:

“Ga jij dan ook maar. Zolang ik jou zie, zal ik herinnerd worden aan je zussen die mij verlieten. Ga maar. Nul is beter dan één.”

“Ja, maar papa, ik wil niet. Ik hoef niet. Ik durf niet. Ik ben kaal, papa. De mensen zullen mij nawijzen, verstoten. Laat me blijven, ik zal al het werk van mijn zussen doen.”

Maar de boer had een harde kop die behoorlijk in de war was.

“Weg. Snel. Onder mijn ogen vandaan.”

En het ongelooflijke gebeurde. Op kerstnacht nota bene. Hij opende de deur, gaf haar een peune onder der oarse, zoals ze in de streek zeiden, en gooide de deur met een klap in het slot.

“Het is me de kerstnacht wel dit jaar,” gromde de boer. “Dochters weg, klompen weg…… Waar is nomdeju mien wief?”

Alsof de duvel ermee speelde verscheen op dat moment het verhitte hoofd van zijn vrouw tussen de gordijntjes van de bedstee.

“Vrouw, je hebt koorts,” sprak de boer geschrokken. “Ga gauw weer liggen.”

De gordijntjes werden weer gesloten, maar het waren niet de handen van zijn vrouw die de poppenkast bedienden. Het waren grote handen met op de rug plukjes zwart haar. En het was niet onopgemerkt gebleven.

Nog had de boer de rust om eerst een pluk pruimtabak onder zijn tong te proppen maar daarna was er ook echt geen houden meer aan.

“Er is voor overspeligen geen plaats in deze herberg,” donderde hij. “Maak dat je wegkomt, geilaards. Ja, ook jij, bedriegster, die ik zo lang heb geëerd en onderhouden. En neem hem daar, mijn trouwe knecht, mee. Trouw, het mocht wat. Ik ben vannacht wel van een heel koude kermis thuisgekomen.” 

En hun naaktheid bedekkend met een duffelse deken uit de bedstee, de boer wilde ook de beroerdste niet zijn, verlieten zij de warme en zondige plek in grote haast. Hollend voor hun leven omdat de boer dreigde waakhond Wodan los te laten. Nog even keek de boerin met een gekwelde blik om, gelijk Eva toen die het paradijs verloor. Maar de boer was onverbiddelijk.

Eenmaal binnen mompelde hij: ‘Hoe zeiden de ouden het ook al weer? Komt de knecht onder de rok vandaan, dan kan de boer zich voor de kop wel slaan. Zoiets was het. Vannacht zal ik niet in de bedstee slapen.’

Hij liep naar de stal, sloeg een kruis en vleide zich tegen de warme os. Midden in de nacht klonk er een stem. Eerst nog ver weg maar allengs dichterbij. Langzaam drong het geluid tot hem door. En wat hij hoorde vervulde hem met grote vreugde: “Papa, snurk niet zo.” Het was zijn jongste dochter die iets verderop dicht tegen de ezel aan lag. “Jij bent er nog? Je bent niet weg?” “Nee papa, ik ben er nog. Ben je niet boos?” De boer stond op en sloot zijn dochter snikkend in zijn armen. “Vergeef me lief kind dat ik zo wreed voor je was, maar ik wist niet wat ik deed.” En toen kuste hij haar teder en aaide over haar hoofd. Onwillekeurig dacht hij terug aan vroeger. Voor de schurftaanval. Was ze blond of zwart? Hij wist het niet meer. Toen rechtte hij zijn rug, schudde zijn hoofd, pakte haar bij de schouders en zei: “Mijn dochter, de rest is niet belangrijk.”

Reacties

20-12-2013 22:23
Ik wil de boer in alle eenzaamheid laten eindigen. Het proces komt buiten zijn invloed op gang. Als de ramp bijna is voltrokken geeft hij zelf, in een soort shock, de laatste zet. Laatste dochter weg, vrouw weg, knecht weg. En, zoals je eerder al opmerkte, een mooie les is ver te zoeken. Maar ik ga nog wel even broeden op die laatste dochter.
20-12-2013 20:17
Het is een sprookje en de dochters gaan 1 voor 1. De laatste wil niet en die gooit hij eruit: dat is niet logisch en past volgens mij niet in het verhaal. Hilde zegt het mooier dan ik: er is geen doel, geen lering. Dan nog de vrouw en de knecht: dat is erg grappig. De dochter wringt volgens mij.
16-12-2013 02:15
Ik ben even met het slot aan het stoeien geweest. Is dit beter?
14-12-2013 21:06
Dag Hilde,
Als het zo simpel was lag de wereld al heel lang aan mijn voeten. In het traditionele kerstverhaal duiken allerlei verloren zonen en andere familieleden ineens weer op. Het leek me aardig om de zaak eens op zijn kop te zetten. In dit alternatieve verhaal verdwijnen de vrome onschuldigen in de kou. Alleen de overspeligen liggen er op het eind nog warmpjes bij. Ik zal nog eens nadenken over de moraliteit van een en ander.
14-12-2013 19:30
Espunt,
Wat is de premisse van je verhaal? Welke idee wil je overbrengen? Als je dat helder hebt, volgt de rest vanzelf.
succes, Hilde
14-12-2013 17:14
Help!
14-12-2013 16:48
Dit leuke sprookje schreeuwt om een ander einde!!
Er is geen mooie les te leren
12-12-2013 17:08
Gelukkig geloof je de rest wel en dat is winst,lijkt me. Waar zouden we zijn in de kerstnacht als het geloof ons in de steek laat. In de kou misschien? Die laatste zin is inderdaad niet zo sterk. Ik haal hem eruit.
Dank voor je reactie!
12-12-2013 16:41
hahaha
De laatste regel zou ik schrappen, Espunt
Ook vind ik het behoorlijk ongeloofwaardig dat die knecht daar met een kammetje bezig is.
groet, Hilde
Deze site wordt mede mogelijk gemaakt door
Volg ons via