Deventer
Lui liggend in de uiterwaarden van de IJssel, plastic tasje mee met een fles rosé, een wit en een half bruin brood, wachtend tot het hek opengaat en een sprookjesachtig stukje toneel begint. Zo staat het in de flyer en het programmaboekje “Deventer Op Stelten”.
Witte wolkjes glijden door het azuur en langs de kade drentelen cultuurminnaars en hondenuitlaters. Heel de stad is weer ‘op stelten’, het jaarlijks terugkerende festival met straatartiesten. En wij, wij liggen te wachten tot het hek open gaat en net als de andere wachtenden, we ons kunnen verspreiden over het pas gemaaide gras.
In gedachten neem ik een schrijver mee. Zijn naam zag ik nog voordat ik het pontje naar de overkant nam, op een affiche staan. Een groot schrijver, een ‘beer’ van een vent, met zijn nasale en toch wat schelle stem, langzaam pratend, beetje zeikerig zou je kunnen zeggen, maar duidelijk. Een gladgeschoren bolle bekakte kop boven op een goed gevuld mannenlijf. Een veelschrijver, een snelle schrijver, een man die altijd de kern wist te raken en iets zinnigs te zeggen had, een doordenker, altijd klaar met commentaar. Zo hoor ik hem zeggen, op het boekenbal met een pils in de hand en een borrel op de bar: ”Met alcohol kun je alles bewaren, behalve geheimen”.
Aan de overkant staat Hij geprogrammeerd. Tussen de andere schrijvers, op invitatie, voor over een kleine maand, op 4 augustus in het culturele event van ”Lezen in de tuinen”. Zijn voornaam is Gerrit. Gerrit komt niet. Gerrit is gisteren gestorven. Zijn achternaam luidt Komrij. En dit heb ik geschreven om de dag niet te vergeten dat ik lui liggend in de uiterwaarden van de IJssel, langzaam dronken werd met Gerrit in gedachten.
Laat het spel beginnen.









