Wachtwoord vergeten Registreren
Zoeken
uitgebreid zoeken

Upload

Literair werk uploaden

Reageren

Reageren en commentaar geven op dit literair werk? Favoriet maken of alle commentaren, reacties en wijzigingen automatisch volgen?

Log dan in.
Zien welk commentaar al gegeven is? Klik dan op 'Toon commentaarvlaggen'

Toon commentaarvlaggen

De zegelring

Kort verhaal
profielfoto
28 feb 2015
4 reacties
647 keer gelezen
2
Toelichting van de auteur bij deze versie:
Kleine (taaltechnische) verbeteringen aangebracht.

Copyrightkeuze:
Volledig copyright

Werk is leesbaar voor:
iedereen

Het verleden heeft me dan toch te pakken. Verslagen laat ik mezelf afzakken langs het vergeelde bloemetjesbehang. Op deze hoogte liet ik vroeger mijn speelgoedtelefoon op wielen, racen tegen mijn blikken brandweerwagen. Tussen mijn benen zijn de krassen nog zichtbaar op de dofgroene tegels. Op de zijkant van mijn schedel staan nog steeds de littekens van zijn zegelring als hij me beval daarmee te stoppen. Een gouden ring. De steen rood. Gekleurd door het bloed van mij en mijn moeder zo dacht ik vroeger.

Ik knijp met mijn ogen om de opkomende hoofdpijn te onderdrukken. De tabaksgeur is zo diep in de muren en het meubilair getrokken dat het niet lang kan duren voor het weer in bruine drab naar buiten sijpelt.

Ik geloof niet dat er hier sinds mijn jeugd veel is veranderd. De grenen boekenkast en salontafel staan er nog, net als de bruine leren draaistoel waar zijn silhouet als een geestverschijning ingesleten staat. Jezus hangt nog steeds aan het kruis boven de schoorsteenmantel. Ook de collectie pijpen van pa, die ma tweemaal per week met trillend hand vochtige afnam, staat nog opgesteld op het dressoir. Vijfentwintig pijpen. Exemplaren uit hout, porselein, klei en zelfs een vervaardigt uit uit kalebas. Zes jaar na moeder haar dood liggen ze er dof bij. Een keer heb ik het gedurfd om een pijp van zijn plaats te nemen en in mijn mond te steken. Natuurlijk kwam hij er achter. Het rood van de steen kleurde nog een teint dieper.

Eigenlijk lijkt alleen de flatscreentelevisie aan de muur uit dit decennium te komen. Zeker weten doe ik het niet. Ik ben hier al jaren niet meer geweest, en was dat eigenlijk ook niet meer van plan, tot ik zijn brief ontving.

Waarom ik gekomen ben weet ik niet. Het was een brief zonder excuses of beloftes, zakelijk als een gemeentelijke verordening. Misschien is het de gedachte die ik koester dat slechtheid altijd luidruchtiger is dan goedheid, en wil ik nog een keer mijn oor bij hem te luisteren leggen in de hoop de fluister van verborgen liefde te horen. Met bijeengesprokkelde moed krabbel ik overeind en loop door naar zijn slaapkamer.

Daar lig hij dan, of wat er van hem over is. Ik buig me over hem heen en bekijk hem, misschien wel voor het eerst in mijn leven, eens goed.

Die ouderdomsvlekken zaten er nog niet. Zijn rimpels zijn uitgediept. Van de eens zo machtige verschijning is weinig over. Hij is zo vermagerd dat ik de zegelring moeiteloos van zijn vinger af kan laten glijden.

Zijn oogleden gaan langzaam uit elkaar. Hij knippert twee keer en grijpt dan mijn pols vast. De rouwranden van zijn nagels verdwijnen in mijn huid. Ik slik en breng mijn oor naar hem toe, hopend op liefdevolle fluister.

'Tim, ben jij dat?'

Zijn stem is veranderd, breekbaar als bevroren gras.

'Ja, vader?'

Een kleine glimlach verschijnt op zijn grauwe gezicht.

'Ik dacht wel dat je zou komen. Je bent al zo slaafs als je moeder.'

Ik heb onmiddellijk spijt van mijn keuze om te komen. Hoe kon ik denken dat hij iets veranderd was? Ik wil rustig van hem wegstappen, ogenschijnlijk onaangedaan afstand nemen, dit huis verlaten, en de herinneringen samen met de voordeursleutel in de gracht werpen. Door mijn hoofd schieten een aantal mogelijkheden voor de tekst op zijn grafsteen.

 

'Opgeruimd ...'

'God hebbe zijn ziel, en heeft hem nooit terug willen geven.'

'Zijn hart liet slechts pijpen toe.'

'Eindelijk.'

 

'Luister, Tim. Ik wil dit leven afsluiten zonder conflicten. Ik heb een vrije doorgang nodig, begrijp je dat?'

Natuurlijk, wil ik zeggen. Je maakt je zorgen om Petrus. Je wil dat ik een goed woordje voor je doe, dat ik je de hemel in lul. Je wil, godverdomme, dat ik je zonden vergeef. Maar de woorden komen niet. Vader verstevigt zijn grip om mijn pols.

'Daarom, Tim, heb ik besloten dat je me mag smeken om vergiffenis.'

Ik ruk mijn hand los, hef hem op en bal hem tot een trillende vuist. Maanlicht weerkaatst in de zegelring om mijn vinger en valt in vaag rood op zijn schedel. Voor het eerst spreek ik hem aan als volwassene. Voor het eerst is er woede zonder angst.

'Vergeef me, vader.'

 

Reacties

01-03-2015 17:46
Dank, Chris.
Ook deze neem ik mee. Ik was me bewust van de mogelijke implicatie. 'Zijn hart liet slechts toe', kan gelezen worden als dat hij alleen liefde voor zijn collectie liet zien, of dat zijn hart slechts liefde toeliet voor pijpen (fellatio idd), maar ook dat zijn hart hem fysiek beperkte tot pijpen en volgende stappen er niet in zaten. Het zal iig wat gefronste wenkbrauwen op de begraafplaats opleveren, en dat is waar het mij (of de ik-persoon) om ging.
01-03-2015 13:18
Mooie schets!

Alleen de formulering 'Ook vader zijn collectie pijpen' d.i ook de collectie pijpen van vader.

En: zijn hart liet slechts pijpen toe. Dat heeft gewild/ongewild een ironisch/erotische implicatie (pijpen = fellatio) Is dat de bedoeling?


Met vriendelijke groet,

Chris
01-03-2015 10:26
Dank, Tom en Gerard! Ik neem het vlaggetje mee naar de definitieve versie.
28-02-2015 20:20
Raak!
Deze site wordt mede mogelijk gemaakt door
Volg ons via