Wachtwoord vergeten Registreren
Zoeken
uitgebreid zoeken

Upload

Literair werk uploaden

Reageren

Reageren en commentaar geven op dit literair werk? Favoriet maken of alle commentaren, reacties en wijzigingen automatisch volgen?

Log dan in.
Zien welk commentaar al gegeven is? Klik dan op 'Toon commentaarvlaggen'

Toon commentaarvlaggen

De poes van Miet

Kort verhaal
profielfoto
18 mrt 2017
1 reactie
110 keer gelezen
0
Copyrightkeuze:
Volledig copyright

Werk is leesbaar voor:
iedereen

Link: https://peterdegroof.com/2017/03/17/poes/ 

Recent deed Kristof Calvo een warme oproep. De suggestie was dat alle scholieren één van onze parlementen moeten bezoeken. Dat zou een goede zaak zijn, opvoedkundig gezien. Dat voorstel komt wel van een politicus die tweet onder de hashtag #fuckdezijlijn.

Héél opvoedkundig.

Ik weet niet of Kristof Calvo al eens op een voetbalveld heeft gestaan, maar ik raad het hem warm aan. Hij zal merken dat de zijlijnen wel degelijk hun nut hebben.

Maar goed. Alvorens wij met onze twee voeten tegelijk in zijn briljante suggestie trappen, zou ik u daar toch een en ander over willen vertellen. Als ervaringsdeskundige.

Mijn gedachten gingen enkele decennia terug in de tijd. Toen ik een scholier was trokken wij eens met onze voltallige klas naar het parlement. En, zo werd ons beloofd, als wij ons goed gedroegen, dan zouden wij persoonlijk met Mietmogen spreken.

Dat zorgde voor onrust, en om niet te zeggen, voor paniek. Als wij bij goed gedrag Miet voorgeschoteld kregen, wat stond ons dan te wachten bij minder voorbeeldig gedrag?

Enfin, wij reden dus naar Brussel met onze gammele schoolbus, en wat wou het toeval? De dag voordien was het groot voorpaginanieuws geweest, de poes van Miet had z’n pootje gebroken bij een spectaculaire valpartij. Iemand had dat gefilmd, en op de – toen nog prille – social media gegooid. Een heel verhaal, met veel vijven en zessen, en wij dus op de bus druk aan het speculeren, en wij bespraken de casus in al z’n details.

Bij wijze van grapje wierp ik in de groep dat als wij wilden weten hoe het nu precies met de poes van Miet was gesteld, wij haar dat misschien eens zelf moesten vragen, als we haar dan toch te spreken zouden krijgen.

Helaas, dat had de leraar gehoord.

“De Groof!!”

Zo galmde het door de bus.

“Verdomme toch!! Wanneer gaat er nu eens één ernstig woord uit uw mond komen?”

Dat zal niet voor onmiddellijk zijn, antwoordde ik, geheel naar waarheid. Voor ik het goed en wel besefte, kon ik moederziel alleen, geheel geïsoleerd, achteraan in de bus plaats gaan nemen, op de allerlaatste rij.

Met de instructie dat er van mij geen verdere conversationele inbreng werd verwacht.

Dat was een zware dobber, want de bus stond tergend lang in de file, in Antwerpen.

U moet weten, beste lezer, de Oosterweelverbinding was toen nog niet wat ze nu is, en de Lange Wapper-brug moest toen nog gebouwd worden.

Vervolgens reed onze bus helemaal verkeerd, en eens wij weer op het rechte pad waren geraakt, stonden we wéér in de file. Dat schoot niet op, zo. Dit drukte toch op de sfeer, en om wat leven in de brouwerij te brengen werd door ons het lied aangevat, “Breng condomen naar Sandra, het is misschien nog niet te laat”.

Sandra was het liefje van een onzer klasgenoten, dus die zong niet mee. Maar voorts zong iedereen uit volle borst mee. Zelf zong ik nog nét een tikkeltje luider, omdat ik helemaal achteraan zat, en ik wou natuurlijk vermijden dat mijn muzikale bijdrage niet tot zijn recht zou komen.

Plots verstilde ons lied en deed iedereen er het zwijgen toe. De leraar beende op mij af, en liet mij in beknopte bewoording weten hoe mijn eerstvolgende woensdagnamiddagen er zouden uit zien. Dit in contrast tot de bepalingen in  “De Rechten van het Kind”, die vermelden dat woensdagnamiddagen dienen voor sport en spel, voor ontspanning, en om op café te zitten.

Maar goed. Wij kwamen dus meer dan een uur te laat aan in Brussel. Daar konden ze niet mee lachen, in het parlement. Hun schema in de war. Dat zorgde voor stress. Wie graag iets bijleert over flexibiliteit, over omgaan met verandering, en over oplossingsgericht denken, die is in het parlement lelijk aan het verkeerde adres, merkte ik.

Het gesprek met Miet was eigenlijk interactief bedoeld, maar Miet stak van wal met een nogal breed uitgemeten monoloog. In onze klas zaten alleen maar jongens, en helaas voor ons, maar gelukkig voor hen, géén meisjes.

Miet vertelde ons over de ongelijkheid tussen jongens en meisjes, en over hoe onrechtvaardig dat wel niet was. Een van ons vroeg haar of het dan niet evenwichtiger en eerlijker zou zijn, als vrouwen dan ook in het leger moesten, voor de dienstplicht. Waarom zouden alléén mannen het vaderland moeten dienen? Bij deze vraag, toch geen domme vraag, bleken zowel onze leraar als Miet zich simultaan te verslikken in hun koffie.

Hierna ging het interactieve karakter van het gesprek toch ietwat verloren. Onze leraar wou al gauw, nogal halsoverkop eigenlijk, vertrekken. Om voor de files thuis te zijn, zogezegd.

Maar in extremis, diep in de blessuretijd, kon ik m’n nog vraag stellen. Alsnog. Met een bezorgde blik, keek ik Miet indringend aan. Vol empathie, stelde ik m’n vraag.

Hoe het nu eigenlijk met haar poes gesteld was?

En dat wij met z’n allen duimden voor een snelle en voorspoedige revalidatie.

Nou, die terugreis op de bus, dat werd me een koude, kille bedoening.  Niemand mocht iets zeggen. Iedereen moest zwijgen. Zo is dat bezoekje aan het parlement dus volledig ontaard in Noord-Koreaanse toestanden, waar alleen de Grote Leider mag spreken.

Onze leraar bezwoer het, nooit zou een zootje ongeregeld zoals wij nog dergelijke mooie kans krijgen, om de wieg van onze democratie te bezoeken, en om de dialoog aan te gaan met een rasechte toppolitica.

Ik vond het mijn plicht om dit te corrigeren, en ik stipte aan dat de wieg van de democratie misschien in Athene stond, of misschien elders, maar alleszins niet in Brussel, en ik wou nog iets zeggen over de kwalificatie “toppolitica”, maar het woord werd mij bruusk ontnomen.

Toen waren de rapen gaar. Wat een tirade, die mij te beurt viel. Ik herhaal liever niet woordelijk wat me naar het arme hoofd geslingerd werd, maar mocht een leraar dat vandaag tegen z’n leerlingen zeggen, of beter, brullen, dat eindigde voor de Correctionele Rechtbank. Weliswaar pas over een jaar of vier, maar toch.

En die Kristof Calvo, die zou dus willen dat elke leerling dit verplicht moet ondergaan?

Echt?

Van aan de zijlijn kan ik alleen maar zeggen, dat is géén goed opvoedkundig idee!

Reacties

26-03-2017 23:33
Ja, dit heb ik met veel plezier gelezen. Heerlijk.
Deze site wordt mede mogelijk gemaakt door
Volg ons via