Wachtwoord vergeten Registreren
Zoeken
uitgebreid zoeken

Upload

Literair werk uploaden

Reageren

Reageren en commentaar geven op dit literair werk? Favoriet maken of alle commentaren, reacties en wijzigingen automatisch volgen?

Log dan in.
Zien welk commentaar al gegeven is? Klik dan op 'Toon commentaarvlaggen'

Toon commentaarvlaggen

De onfortuinlijke liefdes van de oude koningin

Vieze liedjes
profielfoto
16 okt 2017
16 reacties
823 keer gelezen
4
Toelichting van de auteur bij deze versie:
Ik heb de accordeon vervangen door een mandoline, omdat deze wat beter in het tijdsbeeld past

Copyrightkeuze:
Volledig copyright

Werk is leesbaar voor:
iedereen

De oude koningin hing verveeld over de fluwelen leuning van haar troon. De audiënties waren net geweest. Er zat niets interessants tussen, zoals zo vaak de laatste tijd. Vroeger stonden ze uren in de rij om haar te spreken. De gildemeesters, de edelen en de herenboeren. Wat had ze veel mensen ontmoet. Talloze hofdames en lakeien had ze zien komen en gaan. Vijf mannen had ze versleten. Binnen het paleis dan, want daarbuiten waren het er meer geweest. Van elke man had ze een aandenken. Vooral ringen, maar ook een ganzenveer, een loden gewichtje en een gouden tand. Het paste nauwelijks in de lade van haar nachtkastje. Ze was onfortuinlijk geweest in de liefde. Ze was tegengesproken, bedrogen en verlaten. De koningin glimlachte droevig.


Moeizaam stond ze op. Haar botten kraakten. Een lakei kwam aangesneld om haar te ondersteunen, maar ze wimpelde hem weg. Zij was de koningin, en koninginnen hadden geen hulp nodig. Zij was een sterke vrouw. De mensen hadden haar altijd geprezen om haar kordate beslissingen en stevige optredens. Het volk keek naar haar op. Haar vijanden vreesden haar. Ja, zij was de leider die haar land nodig had.


Met bibberige stapjes liep ze door de gang. Haar kromme rug hield ze zo recht mogelijk, zoals ze dat als meisje had geleerd. Er leek geen einde te komen aan het schaakbordpatroon van marmeren tegels. Ze passeerde de blinkende zwaardencollectie, het bronzen beeld van een steigerend paard en de deftige klok met een uurwerk van goud, ooit gekregen van die aardige keizer met die grote snor. Hoe heette hij ook alweer? Ze had met hem moeten trouwen, bedacht ze.


Een zacht geratel klonk uit de klok. De koningin legde haar oor tegen het mahoniehouten paneel. Ze had het goed gehoord, het kon elk moment gebeuren. Vol verwachting hield ze het met rozen beschilderde luikje in de gaten. Plotseling klapte het open, en onder luid getingel schoot er een draaiend danspaar uit. Met haar hand tegen haar hart zocht de oude koningin steun tegen de muur. Ze sloot haar ogen en zag zichzelf weer dansen onder de kroonluchters, haar rok golvend op de maat van het orkest. 


Een valse noot bracht haar terug naar de werkelijkheid. Verdwaasd keek ze in de felblauwe ogen van een bezorgde paleiswacht. Ze had hem niet horen aankomen. Donkere lokken vielen over zijn voorhoofd. Hij knipperde met zijn dikke wimpers en stak uitnodigend zijn hand naar haar uit. Voor een moment was ze betoverd. Spijtig dat hij zo jong was. Ze schudde haar hoofd en wuifde hem weg.


Nee, er waren weinig mannen die aan haar eisen voldeden. Zij was een vrouw van stand. Intelligent en dominant. De meeste mannen konden daar niet mee omgaan. Ze moest aan Torian de geldwisselaar denken. Honingzoete herinneringen kwamen boven. Het was tijdens een banket geweest. Hij had haar opgevangen nadat ze tegen een spiegel was gebotst. Ze hadden gepraat, gelachen en gedanst. Met zijn waarschuwing voor een coupe had hij haar respect gewonnen. Met een kus op haar mond haar liefde. Bijna wekelijks stopte haar koets aan de Florijnensingel, om pas uren later weer te vertrekken. Tot de geruchten kwamen. Torian was ontroostbaar geweest. Bij het afscheid had ze hem een titel en een handvol saffieren gegeven. Hij had gehuild. Zij niet, want zij was een koningin.


De oude koningin zat onrustig op de rand van haar bed. Ze plukte aan de kwastjes van haar zijden sprei. Ze wilde hem zien, haar prachtige minnaar van vroeger. Ze stelde zich hem voor met zilveren haren en wijze rimpels. Ze legde haar zware diadeem op het boudoir en trok haar zwarte mantel aan. Met bevende vingers knoopte ze hem dicht. Ze wist niet of het de ouderdom was die haar deed trillen, of de opwinding. Via de keurig onderhouden paleistuin schuifelde ze naar het koetshuis.


Haar rijtuig kwam krakend tot stilstand aan de Florijnensingel. De koetsier hielp haar uitstappen en beloofde te wachten. De statige singel, waar vroeger juweliers en rijke kooplieden huisden, was tot haar ontsteltenis zijn glorie verloren. In de slecht onderhouden panden werkten nu nietsbetekenende mandenvlechters, armoedige schoenlappers en vulgaire barbiers. De vrouw aanschouwde het met minachting. Dit was geen plek voor een koningin. Haar tere schoenen waren niet gemaakt voor de harde stenen van de stad. Ze stopte onder de gevelsteen met de weegschaal. De kleuren waren vervaagd, het reliëf afgebrokkeld. Hier was het. Met tintelend lijf stapte ze over de drempel.


Het rook naar verschaald bier en oud zweet. Waar ooit de gelambriseerde balie had gestaan stonden slordige rijen banken. Ze herkende nog net de marmeren vloer onder alle viezigheid. Twee mannen zaten op een afgebladderd podium te kaarten. Ze hadden lange baarden en kleding die nooit modieus was geweest. Tot haar afschuw zag ze dat een van hen een rat op zijn schouder had. De andere man had een litteken dat in een halve maan van zijn oor tot zijn neus liep. Een bruine fles stond tussen hen in.


De man met de rat keek op. ‘Zoekt u iemand?’
De koningin schoof de kap van haar hoofd. ‘Ik zoek Torian de geldwisselaar.’ Ze klonk zelfverzekerd en streng.  
De man dacht na. ‘Dit was vroeger een geldwisselkantoor, ver voor mijn tijd. De eigenaar is gestorven tijdens een brand.’
De koningin zweeg. Ze was te laat, besefte ze met een snik. Alles vervaagde. Herinneringen schoten voorbij als bladeren tijdens een herfststorm. Het duizelde in haar hoofd. De kracht stroomde uit haar lichaam.
De man met het litteken sprong van het podium en hielp haar op een gammele bank.
‘Wilt u iets drinken?’ vroeg hij.
Ze ademde diep in en uit. ‘Champagne, graag.’
De man schoot in de lach. Hij wees naar de bruine fles. ‘We hebben alleen jenever’
De koningin trok haar neus op. ‘Dat drink ik niet. Dat is voor het volk.’
‘En wat bent u dan?’
‘Ik? Ik ben de ko … ’ Ze sloeg snel haar hand voor haar mond. ‘Ik ben een vrouw van stand.’
De mannen keken haar glazig aan.
‘En wie zijn jullie?’ vroeg ze om de aandacht af te leiden.
‘Wij zijn artiesten,’ sprak de man met de rat. Hij nam een grote slok.
‘Wat enig,’ sprak de vrouw. ‘Opera?’
De man met de rat schudde zijn hoofd. ‘Vieze liedjes.’
‘Vieze liedjes?’ De koningin trok haar wenkbrauwen samen. ‘Schandelijk.’
‘Tja, dat is wat het volk wil horen.’
‘Het volk weet niet wat het wil.’
‘We hebben ook een liedje over de koningin.’
‘Nog schandelijker.’
‘Wilt u het horen?’
‘Nee.’


Maar de man met de rat speelde de eerste akkoorden al op zijn mandoline. De man met het litteken legde grijnzend een viool onder zijn kin. Een vrolijke, opzwepende melodie vulde de ruimte. De klanken kwamen haar bekend voor, ze had deze eerder op de dag gehoord. De mannen zongen zuiver en vol:


Onze koningin, zo mooi, zo fijn,
Mannen pas op, ze is vilein.
Wie haar durft te beroeren in haar schoot,
Wacht een pijnlijke en ongewisse dood.
Wie onder haar rokken durft te kijken,
Zal stuiptrekkend aan een vergiftiging bezwijken.
Wie haar in het geniep betast met begerige handen,
Zal in het vuur levend verbranden.


Het begon de koningin te dagen. De waarheid viel als zonlicht over haar bittere stemming. Ze had geen reden om te treuren. Ze was sterk geweest, zoals een koningin hoort te zijn. Sterker dan al die mannen. Zij hadden haar laten wankelen, maar zij had hen gebroken. Ze gniffelde. Er was zelfs een lied over haar daadkracht geschreven. Het volk kende haar beter dan zij zichzelf. Het volk! Ze barstte in lachen uit, ze kon het niet tegenhouden. Haar fragiele ribbenkast ging schokkend op en neer.


‘Vond u het mooi?’ vroeg de man met de rat.
De oude koningin veegde beheerst de tranen van haar wang. ‘Kostelijk! Ik heb in tijden niet zo gelachen.’
‘Dank u wel,’ glunderde hij.
Zijn stralende lach deed de koningin haar leeftijd vergeten. De stoutmoedigheid nam het over. ‘Ach, wat kan mij het schelen,’ zei ze. ‘Doe mij zo’n jenever.’
De man met het litteken tilde verontschuldigend de fles op. ‘De jenever is op.’
‘Dan gaan we ergens anders heen. Ik betaal.’


De drank maakte haar licht in het hoofd. De oude koningin genoot van de aandacht en praatte honderduit. Ze deden zich tegoed aan kervelsoep, kalkoenpastei en pekelharing. De jenever werd in hoog tempo bijgeschonken. Toen de muzikanten begonnen te spelen joelden alle schippers en schurken mee. De koningin stapte, geholpen door de vriendelijke herbergier, op tafel en danste zoals ze dat lang geleden deed. Ze schudde uitdagend met haar schouders en draaide ritmisch met haar achterste, tot ze buiten adem was.


Haar hele lijf gloeide. Hijgend ontdeed ze zich van haar mantel. De man met de rat loerde naar haar decolleté. Ze was blij dat ze haar gouden ketting met robijnen droeg, dat was haar mooiste. Zijn blik verschoof naar haar vergulde armbanden en bleef hangen bij de zegelring met haar familiewapen. Hij deinsde terug en keek haar met grote ogen aan.


'Kus me,’ fluisterde ze.
‘Dat durf ik niet, stamelde de muzikant. Hij leek van slag. Dat effect had ze vaker op mannen.
‘Waarom niet?’ vroeg ze plagend.
‘Nou, u bent een vrouw van stand. Ik ben iemand die vieze liedjes zingt. Dat gaat toch niet samen?’
De koningin staarde een moment wezenloos voor zich uit. De man had gelijk. Dit kon niet. Niet hier.
‘Laten we gaan,’ zei ze. ‘Het is al laat. Brengen jullie mij even naar mijn rijtuig?’


De Koninklijke Garde stond rondom haar koets, er was iets aan de hand.
‘Daar is ze!’ riep iemand.
Een man met grijs op de slapen stapte bezorgd op haar af, geflankeerd door enkele soldaten. Hij droeg een prachtig pak. Pas toen iemand zijn gezicht verlichtte met een fakkel herkende ze hem.
‘Moeder, u heeft ons laten schrikken,’ sprak de man. Hij pakte haar benige handen vast. ‘Kom, we gaan naar huis.’
De oude koningin trok haar handen terug en wees wankelend naar achteren. ‘Zij gaan met ons mee.’
De man met het litteken lachte verrast. De man met de rat slikte.
‘Alstublieft moeder,’ smeekte de zoon. ‘Doe het niet.’
‘Ik sta erop,’ sprak ze streng. Ze wierp een blik op de mandoline en vroeg zich af hoe die ooit in haar nachtkastje ging passen. 

 

Reacties

20-11-2017 21:33
Ik dacht al dat je dat bedoelde ;-)
20-11-2017 20:34
Ik bedoelde natuurlijk een trekZAK, autocorrectie-syndroom :(
19-11-2017 22:59
Dank voor het compliment en de tip, Jor Adam.
Ik heb de accordeon uiteindelijk vervangen door een mandoline, omdat deze beter in het tijdsbeeld past.
29-10-2017 14:48
Dank voor je reactie en vlaggetje, Femmy.
Alles in tt zou wel eens interessant kunnen zijn, ik ga er naar kijken!
27-10-2017 20:36
Goed verhaal, eventueel iets korter, maar wat mij betreft het slot handhaven. Prachtige hp idd.
Kan me voorstellen dat het verhaal in tt nog pakkender wordt. Een vlaggetje.
26-10-2017 20:01
Ja, groot dilemma. Verhaaltechnisch zou ik het inderdaad eerder af kunnen ronden, maar ik vraag mij af of de ware aard van de koningin dan nog goed overeind blijft. Ik ga er eens naar kijken...
26-10-2017 11:21
Een heerlijk verhaal. Misschien iets te lang. Het zou van mij mogen stoppen na het lied. Maar ja, dan zou die geweldige slotzin verloren gaan. Wat een dilemma ;)
21-10-2017 08:13
Een onvergetelijk hoofdpersonage!
19-10-2017 15:48
C.S.R Richardson,
Goed verhaal. Op zinsniveau kun je nog wat schaven, houd het actief. Dat houdt de vaart erin. Wees zuinig met vvt en lijdende vorm.
Paar vlaggetjes.

Groet,
18-10-2017 21:10
Bedankt voor de positieve reacties en goede suggesties. Wat fijn dat jullie de moeite hebben genomen om het verhaal te lezen en actief mee te denken over de verbeterpunten.
Ik ben een 'langzame' schrijver dus ga op mijn gemak de vlaggen doorlopen.
18-10-2017 17:37
Kundig geschreven verhaal.
18-10-2017 16:04
Hulde voor de schrijfstijl!

“Met bibberige stapjes liep ze door de gang.” – Prachtig, geen woord te veel, heel beeldend.
“Met zijn waarschuwing voor een coupe had hij haar respect gewonnen. Met een kus op haar mond haar liefde.” – Heel soepel proza, met het ritme van poëzie.

Ik heb genoten van deze koningin, wat een femme fatale, míjn hart heeft ze voor zich gewonnen.

Voor de puntjes op de i: zie enkele vlaggetjes in het verhaal waar het voor mij nog een beetje rammelt.
18-10-2017 10:57
Beste Hadeke,
Bedankt voor je feedback en suggesties, ik ga ernaar kijken. In de eerste versie (die ik waarschijnlijk heb overschreven) stond de tekst van het liedje in 'Oud Hollands', dit was vooral bedoeld om de tijd en sfeer weer te geven, maar het was niet noodzakelijk en kon prima worden weggelaten.
17-10-2017 19:17
Ik kan je eerste versie niet meer lezen, maar het lijkt me dat je al flink aan het archaïsche hebt gesleuteld. Dat maakt het verhaal wel prettig leesbaar. (Ik zag nog een paar wat 'misplaatste' woorden in mijn ogen.)
Op zich spreekt het verhaal me aan, alleen houd ik het gevoel dat je het eind wat eerder in kan zetten. Voor mij had het bij de hysterische lach van de koningin al mogen stoppen, daarna zakt het wat weg voor mij. En dat vind ik wel jammer, want daarvoor las het met een mooie be- en aangrijpelijke vaart. Maar smaken verschillen.
Paar vlaggen gezet.
16-10-2017 17:14
Beste Gerard,
Bedankt voor je reactie en advies. Ik heb de 'oud-hollandse' tekst aangepast.
16-10-2017 16:28
Goed verhaal. Maar een accordeon en een lied in quasi archaïsche spelling lijken mij niet goed samen te gaan.
Deze site wordt mede mogelijk gemaakt door
Volg ons via