De donkere kamer
DOORMATTHEW KUPER
Na twee keer proberen kreeg hij de sleutel in het slot. Geruisloos probeerde hij de voordeur open te maken. Dat lukte niet. Hij hing zijn jas op waardoor alle ijzeren hangers begonnen te rinkelen.
,,Ssttt’’, grinnikte hij in zichzelf.
Voorzichtig liep hij de donkere kamer binnen, het schaarse meubilair ontwijkend. Hij vloekte zachtjes binnensmonds toen hij bijna struikelde over het hoogpolige kleed. Hij bleef even stilstaan. Zijn ogen zochten herkenning in de donkere zee van niets. Bij het ruiken van verse sigarettenrook verscherpten zijn zintuigen. Een oplichtend puntje in de kamer trok zijn blik. Het zwakke licht van de sigaret verlichtte een gezicht.
,,Waar was je vanavond?’’, snauwde een vrouw van middelbare leeftijd.
Het licht dimde weer. Ze hoestte. Ze was niet meer gewend om te roken. Hij maakte zich op om antwoord te geven. Maar de lucht die zijn longen verliet, vormde een zucht en geen woorden.
,,Wat is er? Tong verloren?’’, beet ze hem toe.
Nog steeds kreeg ze geen reactie. Ze klapte in haar handen en het kamerlicht flitste aan. Ze sprong op de bal van haar voeten en balde haar vuisten toen ze vanuit haar tenen schreeuwde: ,,WAAR WAS JE VANAVOND?’’
Hij keek haar aan.
,,Je zou je jezelf eens moeten zien’’, reageerde hij. ,,Precies geworden wat je nooit wilde zijn.’’
Hij zocht houvast aan de salontafel voordat hij zichzelf op de grond liet zakken.
Zij voelde zich betrapt. Terechtgewezen door zijn woorden. Ze keek weg, haar blik gericht op de kille vloer, die ze samen hadden uitgezocht. Turks natuursteen om het minimalistische karakter van de kamer vorm te geven. Nu stond het symbool voor de afstand die hen scheidde. Ze werd zich bewust van haar lichaam, welke ze geen houding wist te geven. Ongemakkelijk ging ze weer zitten, met haar benen opgetrokken en haar handen er omheen. Zijn laatste woorden zaten gevangen in haar hoofd.
,,Vind je me nog wel aantrekkelijk?’’, vroeg ze.
Hij keerde zijn blik van haar af. Hij had haar altijd al aantrekkelijk gevonden. Maar hij begon haar uiterlijk steeds meer met haar gedrag te associëren. Als hij haar zag dacht hij niet aan de mooie ogen of volle lippen, maar aan de afkeurende blik of het kruisverhoor dat eraan zat te komen. ‘Typisch een kip en het ei verhaal. Ben ik een lul omdat zij zo doet of doet zij zo omdat ik een lul ben? Even bij de les blijven’, dacht hij. ‘Ik moet iets drinken.’ ,,Wil je wat drinken?’’, vroeg hij haar. ,,Ik moet wat drinken.’’
Wankelend stond hij op en liep, zo goed als het ging, naar de drankkast. Hij schonk zichzelf een goed glas whisky in. ,,Wil je ook iets drinken, of niet?’’
,,Nee, jij hebt wel genoeg op voor ons beide’’, sneerde zij.
‘Genoeg?’, dacht hij. Hij opende de fles opnieuw om zijn glas nog even af te toppen. Zijn gezicht, uit haar zicht, liet een glimlach zien. Zich concentrerend op het glas liep hij waggelend naar de bank. Hij zette zijn glas veel te hard op de tafel, waardoor hij de helft morste en plofte neer op de bank.
,,Dronken tor’’, mompelde zij minachtend.
Hij opende zijn ogen en keek haar aan. ,,Wat zei je?’’
,,Dringt het tot je door?’’, zei ik.
,,Wat moet er precies tot mij doordringen?’’
,,Dat het zo niet verder kan. Wees eens eerlijk, wat heb je gedaan vanavond?’’
,,Je wist toch wat ik ging doen.’’ Zijn blik ging door de kamer. Alles in de ruimte herinnerde hem aan betere tijden. De schilderijen die ze samen hadden uitgekozen. Die grote steigerhouten tafel die ze zelf hadden gemaakt. De foto’s in het digitale lijstje waren overal getuige van. Reizen door Azië, een achtbaanrit in de Efteling en een witte kerst. In gedachte vervloekte hij het de moderne technologie. ‘Eigenlijk zouden we een foto van dat ene bord, kapot gegooid tegen de muur, moeten toevoegen. Of nu snel een foto maken van haar, weer eens, met tranen doorlopen ogen.
,,Wat wil je horen dan?’’, gooide hij eruit ,,Dan zeg ik dat toch gewoon. Hebben we dit in elk geval gehad.’’
,,Ik wil gewoon horen waar je was.’’ Ze verhoogde haar stem ,,Dat is het enige.’’
,,Waar ik geweest ben is niet veranderd sinds de laatste keer dat ik het je vertelde, een uur voordat ik vertrok.’’
,,Hoe verklaar je dan die foto’s op Facebook? Je pagina stond nog open. Al je vrienden met wie je uit zou gaan staan erop. Maar gek genoeg jij niet.’’
,,Dus je loopt mij een beetje te spioneren. Alleen maar omdat je een vaag gevoel hebt? Omdat je even niet lekker in je vel zit?’’ Hij dwong zichzelf kalm te blijven, wat niet wil zeggen dat het ook lukte. ,,Het is toch belachelijk dat als jou iets dwarszit je dat afreageert op mij? Je weet hoe het bij je ouders afliep. En waarom? Om niets.’’
Ze kromp ineen bij het horen van zijn laatste opmerking. Haar gedachten dwaalden af naar vroeger. Altijd waren zij en haar zusje de dupe van die ruzies.
Er ging een golf van medelijden door hem heen. Hij had direct spijt van zijn opmerking. Vreselijk vond hij het, als zij zich zo rot voelde. Hij had zin om haar vast te pakken, en om te zeggen dat het allemaal goed kwam. Maar hij nam een slok uit zijn glas en spoelde die gedachte weg. En met de volgende slok stierf ook zijn echo. Je doet moeilijk om niets. Ik sta niet op die foto’s omdat ik ziek op de wc zat. De tweede tequila viel niet goed, rotzooi. Die heb ik er dus uitgegooid. Omdat ik daarna weer honger had, ben ik weg gegaan en een broodje shoarma met knoflook gaan halen. Wil je een kusje?’’
Ze ontspande zich. Ze keek hem aan, met een blik die stoplichten deed ontregelen. Haar voeten reikten naar de vloer. Ze voelde de koude stenen onder haar tenen en ze stond op. Een lichte bibbering ging door haar lijf. Ze liep naar hem toe. Ze wilde naar hem toelopen. Langs de tafel, die nog net even haar been schampte. Ze wilde naar hem toelopen, maar ze liep hem voorbij. Hij volgde haar met zijn blik en zag haar passeren. Achter hem liep zij richting de gang en hief haar handen boven haar hoofd. Haar armbandjes rinkelden toen zij haar handen tegen elkaar klapte. Het licht ging uit.





