De adelaar bronst zijn kunstgebit
en parfumeert zijn vleugelslag.
Boven elk ravijn vol gruis en grit
zweeft hij thermisch donderdag.
Prooi? ’t Is hem al knuffeldier;
zijn soort noemt hem vervreemd.
Zijn adelaarslach een lange gier,
hij duikt lichtelijk ontheemd.
Zijn vriend, gespierd en al te ruig
zit trots en breed op’t nest.
Schraapt zenuwachtig strot en huig:
‘Vaak is mijn beertje in enen weg,
nadert plots van de andere kant
en klinkt mijn echo alom: ‘Nou zeg!’
zie ook www.cpvincentius.nl voor andere BLOTTOMOTTO's en voorYOUTUBEFAVORIETEN





